|
Boek 1. Personen- en
familierecht
Titel 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1.
Allen die zich in Nederland bevinden,
zijn vrij en bevoegd tot het genot van de burgerlijke
rechten.
2.
Persoonlijke dienstbaarheden, van welke aard of onder welke
benaming ook, worden niet geduld.
Artikel 2
Het kind waarvan een vrouw zwanger is
wordt als reeds geboren aangemerkt, zo dikwijls zijn belang dit
vordert. Komt het dood ter wereld, dan wordt het geacht nooit te
hebben bestaan.
Artikel 3
1. De
graad van bloedverwantschap wordt bepaald door het getal der
geboorten, die de bloedverwantschap hebben veroorzaakt.
Hierbij telt een erkenning, een gerechtelijke vaststelling
van het vaderschap of een adoptie als een geboorte.
2. Door
huwelijk of door geregistreerd partnerschap ontstaat tussen
de ene echtgenoot dan wel de ene geregistreerde partner en
een bloedverwant van de andere echtgenoot dan wel de andere
geregistreerde partner aanverwantschap in dezelfde graad als
er bloedverwantschap bestaat tussen de andere echtgenoot dan
wel de andere geregistreerde partner en diens bloedverwant.
3. Door
ontbinding van het huwelijk wordt de aanverwantschap niet
opgeheven.
Titel 2. Het recht op de naam
Artikel 4
1. Een
ieder heeft de voornamen die hem in zijn geboorteakte zijn
gegeven.
2. De
ambtenaar van de burgerlijke stand weigert in de
geboorteakte voornamen op te nemen die ongepast zijn, of
overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen tenzij deze
tevens gebruikelijke voornamen zijn.
3. Geeft
de aangever geen voornamen op, of worden deze alle geweigerd
zonder dat de aangever ze door een of meer andere vervangt,
dan geeft de ambtenaar ambtshalve het kind een of meer
voornamen, en vermeldt hij uitdrukkelijk in de akte dat die
voornamen ambtshalve zijn gegeven.
4.
Wijziging van de voornamen kan op verzoek van de betrokken
persoon of zijn wettelijke vertegenwoordiger worden gelast
door de rechtbank. De wijziging geschiedt doordat van de
beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte
wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 20a, eerste lid. In
geval van wijziging van de voornamen van een buiten
Nederland geboren persoon geeft de rechtbank die de
beschikking geeft, voor zoveel nodig ambtshalve hetzij een
last tot inschrijving van de akte van geboorte dan wel van
de akte of de uitspraak, bedoeld in artikel 25g, eerste lid,
hetzij de in artikel 25c bedoelde beschikking.
Artikel 5
1.
Indien een kind alleen in familierechtelijke betrekking tot
de moeder staat, heeft het haar geslachtsnaam. Indien een
kind door adoptie alleen in familierechtelijke betrekking
tot de vader staat, heeft het zijn geslachtsnaam.
2.
Indien een kind door erkenning in familierechtelijke
betrekking tot de vader komt te staan, houdt het de
geslachtsnaam van de moeder, tenzij de moeder en de erkenner
ter gelegenheid van de erkenning gezamenlijk verklaren dat
het kind de geslachtsnaam van de vader zal hebben. Van deze
verklaring wordt melding gemaakt in de akte van erkenning.
De eerste twee volzinnen zijn van overeenkomstige toepassing
bij erkenning van een ongeboren kind. Indien een kind door
gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in
familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan,
houdt het de geslachtsnaam van de moeder, tenzij de moeder
en de man, wiens vaderschap is vastgesteld, ter gelegenheid
van de vaststelling gezamenlijk verklaren dat het kind de
geslachtsnaam van de vader zal hebben. De rechterlijke
uitspraak inzake de vaststelling van het vaderschap vermeldt
de verklaring van de ouders hieromtrent.
3.
Indien een kind door adoptie in familierechtelijke
betrekking komt te staan tot beide adoptanten van
verschillend geslacht, die met elkaar zijn gehuwd, heeft het
kind de geslachtsnaam van de vader, tenzij de adoptanten ter
gelegenheid van de adoptie gezamenlijk verklaren dat het
kind de geslachtsnaam van de moeder zal hebben. Indien de
adoptanten niet met elkaar gehuwd zijn of indien beide
adoptanten van hetzelfde geslacht zijn en met elkaar gehuwd
zijn, houdt het kind de geslachtsnaam die het heeft, tenzij
de adoptanten ter gelegenheid van de adoptie gezamenlijk
verklaren dat het een van hun beider geslachtsnamen zal
hebben. Indien een kind door adoptie in familierechtelijke
betrekking tot de echtgenoot, geregistreerde partner of
andere levensgezel van een ouder komt te staan, houdt het
zijn geslachtsnaam, tenzij de ouder en diens echtgenoot,
geregistreerde partner of andere levensgezel gezamenlijk
verklaren dat het kind de geslachtsnaam zal hebben van de
echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel,
dan wel de geslachtsnaam van die ouder. De rechterlijke
uitspraak inzake de adoptie vermeldt de verklaring van de
adoptanten hieromtrent.
4.
Indien een kind door geboorte in familierechtelijke
betrekking tot beide ouders komt te staan, verklaren de
ouders gezamenlijk voor of ter gelegenheid van de aangifte
van de geboorte welke van hun beider geslachtsnamen het kind
zal hebben. Van de verklaring van de ouders die voor de
aangifte van de geboorte wordt afgelegd, wordt een akte van
naamskeuze opgemaakt. Van de verklaring van de ouders die
ter gelegenheid van de aangifte van de geboorte wordt
afgelegd, wordt melding gemaakt in de akte van geboorte. De
verklaring die niet ter gelegenheid van de aangifte van de
geboorte wordt afgelegd, kan ten overstaan van iedere
ambtenaar van de burgerlijke stand worden afgelegd.
5.
Geschiedt de naamskeuze in de gevallen, bedoeld in het
vierde lid, niet uiterlijk ter gelegenheid van de aangifte
van de geboorte, dan neemt de ambtenaar van de burgerlijke
stand als geslachtsnaam van het kind de geslachtsnaam van de
vader in de geboorteakte op. Wordt een verklaring houdende
naamskeuze voor of ter gelegenheid van de aangifte van de
geboorte afgelegd, dan heeft het kind de gekozen naam vanaf
de geboorte.
6.
Indien de moeder na de geboorte van het kind op grond van
artikel 199, onderdeel b, het vaderschap van de overleden
echtgenoot ontkent en zij ten tijde van de geboorte en van
de ontkenning is hertrouwd, kunnen de moeder en haar
echtgenoot gezamenlijk ter gelegenheid van de ontkenning
verklaren welke van hun beider geslachtsnamen het kind zal
hebben. Van de verklaring van de ouders wordt een akte van
naamskeuze opgemaakt. Bij gebreke van een verklaring heeft
het kind de geslachtsnaam van de vader.
7.
Indien een kind op het tijdstip van het ontstaan van de
familierechtelijke betrekking met beide ouders zestien jaar
of ouder is, verklaart het zelf ten overstaan van de
ambtenaar van de burgerlijke stand of van de notaris of, in
geval van adoptie of gerechtelijke vaststelling van het
vaderschap, ten overstaan van de rechter of het de
geslachtsnaam van de ene of de andere ouder zal hebben. Van
deze verklaring wordt melding gemaakt in de akte van
erkenning of in de rechterlijke uitspraak inzake adoptie of
gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.
8. Een
verklaring van de ouders als bedoeld in het tweede, derde,
vierde of zesde lid kan slechts ten aanzien van de
geslachtsnaam van het eerste kind, tot wie beide ouders in
familierechtelijke betrekking staan, worden afgelegd.
Onverminderd het zevende lid, hebben volgende kinderen van
dezelfde ouders dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind.
Indien voor de geboorte of ter gelegenheid van de aangifte
door de ouders naamskeuze is gedaan ten aanzien van een kind
dat levenloos ter wereld komt of is gekomen, wordt deze
keuze opgenomen in de akte, bedoeld in artikel 19i,
eerste lid, en geldt zij alleen ten aanzien van dit kind.
9. Is
één van de ouders voorafgaand aan het tijdstip waarop de
naamskeuze uiterlijk moet zijn gedaan overleden en is de
naamskeuze niet gedaan, dan legt de andere ouder een
verklaring omtrent de naamskeuze af. Hetzelfde geldt indien
één van de ouders wegens geestelijke stoornis onder curatele
staat dan wel indien ten aanzien van hem of haar een
mentorschap bestaat.
10. Zijn
de vader en moeder onbekend, dan neemt de ambtenaar van de
burgerlijke stand in de geboorteakte een voorlopige voornaam
en geslachtsnaam op, in afwachting van het koninklijk
besluit waarbij de voornamen en de geslachtsnaam van het
kind worden vastgesteld.
11.
Indien op grond van het tweede tot en met negende lid een
kind, wiens vader van adel is, niet zijn geslachtsnaam
verkrijgt, gaat de adeldom niet over op dat kind.
12. De
geslachtsnaam van kinderen geboren uit een huwelijk met een
lid van het koninklijk huis wordt bij koninklijk besluit
bepaald.
Artikel 6
De geslachtsnaam wordt ten aanzien van een
ieder dwingend bewezen door de akte van geboorte.
Artikel 7
1. De
geslachtsnaam van een persoon kan op zijn verzoek, of op
verzoek van zijn wettelijke vertegenwoordiger, door de
Koning worden gewijzigd.
2. Hij
wiens geslachtsnaam of voornamen niet bekend zijn, kan de
Koning verzoeken voor hem een geslachtsnaam of voornamen
vast te stellen.
3. Een
wijziging of vaststelling van de geslachtsnaam door de
Koning heeft geen invloed op de geslachtsnaam van de
kinderen van de betrokken persoon die voor de datum van het
besluit meerderjarig zijn geworden of die niet onder zijn
gezag staan.
4. Een
wijziging of vaststelling van de geslachtsnaam door de
Koning blijft in stand niettegenstaande een latere erkenning
of gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.
5. Bij
algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld
betreffende de gronden waarop de geslachtsnaamswijziging kan
worden verleend, de wijze van indiening en behandeling van
verzoeken als in het eerste en het tweede lid bedoeld en
betreffende het voor wijziging van de geslachtsnaam
verschuldigde recht.
6.
Indien Onze Minister van Justitie voornemens is een
voordracht te doen voor een koninklijk besluit strekkende
tot inwilliging van een verzoek als bedoeld in het eerste of
tweede lid, deelt hij dit voornemen schriftelijk mee aan de
verzoeker en degene wiens geslachtsnaam is verzocht, alsmede,
indien het verzoek op de geslachtsnaam van een minderjarige
betrekking heeft, zijn ouders en degene aan wie de
minderjarige de geslachtsnaam, waarvan wijziging is verzocht,
rechtstreeks ontleent. De schriftelijke mededeling van het
voornemen geldt als een beschikking.
Artikel 8
Hij die de naam van een ander zonder diens
toestemming voert, handelt jegens die persoon onrechtmatig,
wanneer hij daardoor de schijn wekt die ander te zijn of tot
diens geslacht of gezin te behoren.
Artikel 9
1. Een
vrouw die gehuwd is of die gehuwd is geweest dan wel wier
partnerschap geregistreerd is of is geweest en die niet is
getrouwd na beëindiging van de registratie of is hertrouwd
dan wel niet een geregistreerd partnerschap is aangegaan na
beëindiging van het huwelijk of opnieuw is aangegaan, is
steeds bevoegd de geslachtsnaam van haar echtgenoot of van
haar geregistreerde partner te voeren of aan de hare te doen
voorafgaan dan wel die te doen volgen op haar eigen
geslachtsnaam.
2.
Indien het huwelijk door echtscheiding is ontbonden en
daaruit geen afstammelingen in leven zijn dan wel indien het
geregistreerd partnerschap op de wijze bedoeld in artikel
80c, onder c of d , is beëindigd, kan de rechtbank, wanneer
daartoe gegronde redenen bestaan, op verzoek van de gewezen
echtgenoot of de gewezen geregistreerde partner aan de vrouw
de haar in het eerste lid toegekende bevoegdheid ontnemen.
3. Het
eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten
aanzien van de man die gehuwd is of gehuwd is geweest dan
wel wiens partnerschap geregistreerd is of is geweest en die
niet is getrouwd na beëindiging van de registratie of is
hertrouwd dan wel niet een geregistreerd partnerschap is
aangegaan na beëindiging van het huwelijk of opnieuw is
aangegaan.
Titel 3. Woonplaats
Artikel 10
1. De
woonplaats van een natuurlijk persoon bevindt zich te zijner
woonstede, en bij gebreke van woonstede ter plaatse van zijn
werkelijk verblijf.
2. Een
rechtspersoon heeft zijn woonplaats ter plaatse waar hij
volgens wettelijk voorschrift of volgens zijn statuten of
reglementen zijn zetel heeft.
Artikel 11
1. Een
natuurlijk persoon verliest zijn woonstede door daden,
waaruit zijn wil blijkt om haar prijs te geven.
2. Een
natuurlijk persoon wordt vermoed zijn woonstede te hebben
verplaatst, wanneer hij daarvan op de wettelijk
voorgeschreven wijze aan de betrokken colleges van
burgemeester en wethouders heeft kennis gegeven.
Artikel 12
1. Een
minderjarige volgt de woonplaats van hem die het gezag over
hem uitoefent, de onder curatele gestelde die van zijn
curator. Oefenen beide ouders tezamen het gezag over hun
minderjarige kind uit, doch hebben zij niet dezelfde
woonplaats, dan volgt het kind de woonplaats van de ouder
bij wie het feitelijk verblijft dan wel laatstelijk heeft
verbleven.
2.
Wanneer iemands goederen onder bewind staan, volgt hij voor
alles wat de uitoefening van dit bewind betreft, de
woonplaats van de bewindvoerder.
3.
Wanneer ten behoeve van een persoon een mentorschap is
ingesteld, volgt hij voor alles wat de uitoefening van dit
mentorschap betreft, de woonplaats van de mentor.
4. Het
eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing voor
zover het betreft de relatieve bevoegdheid van de rechter
gedurende een curatele, een bewind als bedoeld in titel 19
en een mentorschap. Hetzelfde geldt indien ten aanzien van
een persoon een curatele, een mentorschap of een bewind als
bedoeld in titel 19 en tevens een bewind als bedoeld in
afdeling 7 van titel 5 van Boek 4 of een bewind als bedoeld
in artikel 182 van Boek 7 van kracht zijn en de bevoegde
kantonrechter de andere kantonrechter als uitsluitend
bevoegde heeft aangewezen.
5.
Wanneer de persoon, van wie de woonplaats wordt afgeleid,
overlijdt of zijn gezag of zijn hoedanigheid verliest, duurt
de afgeleide woonplaats voort, totdat een nieuwe woonplaats
is verkregen.
Artikel 13
Het sterfhuis van een overledene is daar,
waar hij zijn laatste woonplaats heeft gehad.
Artikel 14
Een persoon die een kantoor of een filiaal
houdt, heeft ten aanzien van aangelegenheden die dit kantoor of
dit filiaal betreffen mede aldaar woonplaats.
Artikel 15
Een persoon kan een andere woonplaats dan
zijn werkelijke slechts kiezen, wanneer de wet hem daartoe
verplicht, of wanneer de keuze bij schriftelijk of langs
elektronische weg aangegane overeenkomst voor een of meer
bepaalde rechtshandelingen of rechtsbetrekkingen geschiedt en
voor de gekozen woonplaats een redelijk belang aanwezig is.
Indien de keuze bij langs elektronische weg aangegane
overeenkomst geschiedt, is artikel 227a lid 1 van Boek 6 van
overeenkomstige toepassing.
Titel 4. Burgerlijke stand
Afdeling 1. De ambtenaar van de
burgerlijke stand
Artikel 16
1. In
elke gemeente zijn twee, of, naar goedvinden van
burgemeester en wethouders, meer ambtenaren van de
burgerlijke stand. Daarenboven kunnen een of meer ambtenaren
van de burgerlijke stand worden belast met het verrichten
van bepaalde taken. Deze dragen de titel van buitengewoon
ambtenaar van de burgerlijke stand.
2. De in
het eerste lid bedoelde ambtenaren worden door burgemeester
en wethouders benoemd, geschorst of ontslagen. Een benoeming
kan voor een bepaalde tijdsduur geschieden.
3.
Ambtenaar van de burgerlijke stand van een gemeente kan
slechts zijn een ambtenaar in dienst van die gemeente of een
andere gemeente. Buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke
stand kan mede zijn een persoon die geen ambtenaar in
gemeentelijke dienst is.
4. De
ambtenaar of buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand
wordt tot zijn betrekking niet toegelaten dan na voor de
rechtbank tot wier rechtsgebied de gemeente behoort waar hij
voor het eerst wordt benoemd de navolgende eed dan wel
belofte te hebben afgelegd:
"Ik zweer (beloof) dat ik de
betrekking van ambtenaar van de burgerlijke stand met
eerlijkheid en nauwkeurigheid zal vervullen en dat ik de
wettelijke voorschriften, de burgerlijke stand betreffende,
met de meeste nauwgezetheid zal opvolgen; dat ik voorts, tot
het verkrijgen van mijn aanstelling, middellijk noch
onmiddellijk, onder enige naam of voorwendsel, aan iemand
iets heb gegeven of beloofd, en dat ik, om iets in deze
betrekking te doen of te laten, van niemand enige beloften
of geschenken zal aannemen, middellijk of onmiddellijk. Zo
waarlijk helpe mij God almachtig". ("Dat verklaar en beloof
ik").
Artikel 16a
1. De
ambtenaar van de burgerlijke stand is belast met het opnemen
in de onder hem berustende registers van de burgerlijke
stand van akten en de daaraan toe te voegen latere
vermeldingen, alsmede al datgene wat de instandhouding van
de registers en de zorg voor de toegankelijkheid van de
daarin neergelegde gegevens betreft.
2. De
buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand kan
uitsluitend worden belast met de taken omschreven in de
artikelen 45, 45a, 63, 64, 65, 67, 77a, 80a, derde lid, en
80g.
Artikel 16b
Wanneer de ambtenaar van de burgerlijke
stand in de uitoefening van zijn ambt op grond van enige
bepaling van deze titel of van enige andere titel van dit boek
in rechte optreedt, kan hij dit zonder advocaat of procureur
doen.
Artikel 16c
Burgemeester en wethouders bepalen de uren,
waarop elk bureau van de burgerlijke stand dagelijks voor het
publiek geopend zal zijn. Daarbij wordt, ten einde de
werkzaamheden van de ambtenaren van de burgerlijke stand op die
dagen zoveel mogelijk te beperken, een afzonderlijke regeling
getroffen voor de zaterdag, de zondag, de algemeen erkende
feestdagen en de overige daarvoor door burgemeester en
wethouders aan te wijzen dagen, waarop gemeentelijke diensten
niet of slechts gedeeltelijk zijn geopend.
Artikel 16d
Bij algemene maatregel van bestuur worden
regels gesteld ten aanzien van de door het college van
burgemeester en wethouders te treffen voorzieningen ten behoeve
van de taakuitoefening door de ambtenaar van de burgerlijke
stand, en voorts ten aanzien van al wat verder de taak van de
ambtenaar van de burgerlijke stand betreft.
Afdeling 2. De registers van de
burgerlijke stand en de bewaring daarvan
Artikel 17
1. Er
bestaan voor iedere gemeente registers van geboorten, van
huwelijken, van geregistreerde partnerschappen en van
overlijden.
2. Er
bestaat in de gemeente 's-Gravenhage, naast de in het eerste
lid genoemde registers, een register voor de inschrijving
van de in afdeling 6 bedoelde rechterlijke uitspraken.
Artikel 17a
1. De
registers van de burgerlijke stand worden in het
gemeentehuis bewaard totdat zij naar een gemeentelijke
archiefbewaarplaats in de zin van de Archiefwet 1995 (Stb.
276) worden overgebracht.
2. De
overbrenging naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats van
de in het gemeentehuis berustende registers van geboorten,
van huwelijken dan wel geregistreerde partnerschappen en van
overlijden vindt eerst plaats onderscheidenlijk honderd
jaar, vijfenzeventig jaar en vijftig jaar na de afsluiting
van deze registers.
Artikel 17b
De beheerder van een archiefbewaarplaats
als bedoeld in artikel 17a is belast met het bewaren van
de onder hem berustende registers, met het toevoegen van latere
vermeldingen aan de daarin opgenomen akten en met de afgifte van
afschriften en uittreksels van deze akten.
Artikel 17c
Bij algemene maatregel van bestuur wordt
geregeld alles wat verder betreft de inrichting van de
registers, alsmede de in artikel 17b genoemde handelingen
ten aanzien van die registers.
Afdeling 3. Akten van de burgerlijke stand
en partijen bij deze akten
Artikel 18
1. De
ambtenaar van de burgerlijke stand mag in de akten alleen
opnemen hetgeen ingevolge het bij of krachtens de wet
bepaalde moet worden verklaard of opgenomen.
2. De
ambtenaar van de burgerlijke stand is bevoegd alvorens tot
het opmaken van een akte over te gaan zich de door de wet
vereiste bescheiden te doen vertonen. Hij doet zich ook
andere bescheiden vertonen, welke hij voor het opmaken van
de akte of voor de vaststelling van de in de akte op te
nemen gegevens noodzakelijk acht. Hij kan zich te dien einde,
zonder hiervoor leges verschuldigd te zijn, inlichtingen
verschaffen uit de registers van de burgerlijke stand en uit
andere openbare registers.
3. Bij
algemene maatregel van bestuur wordt geregeld al hetgeen het
opmaken van de akten betreft.
Artikel 18a
1.
Partijen bij een akte van de burgerlijke stand zijn degenen
die aan de ambtenaar van de burgerlijke stand een aangifte
doen of te zijnen overstaan een verklaring afleggen
betreffende een feit, waarvan de akte bestemd is te doen
blijken.
2.
Belanghebbende partijen zijn partijen die met hun verklaring
enig rechtsgevolg teweeg brengen voor henzelf of voor
medepartijen, dan wel voor henzelf en medepartijen.
3. De
belanghebbende partijen kunnen zich door een daartoe bij
authentieke akte gevolmachtigde doen vertegenwoordigen.
4.
Wanneer een gevolmachtigde een verklaring aflegt, geldt hij
zowel als de door hem vertegenwoordigde persoon als partij
bij de akte.
5. De
ambtenaar van de burgerlijke stand mag geen akte verlijden
waarin hijzelf als partij of belanghebbende partij voorkomt.
Artikel 18b
1.
Blijft een partij bij een akte van de burgerlijke stand of
een belanghebbende partij in gebreke de in artikel 18,
tweede lid, bedoelde bescheiden over te leggen, of acht de
ambtenaar van de burgerlijke stand de overgelegde bescheiden
ongenoegzaam, dan weigert deze tot het opmaken van de akte
over te gaan.
2. De
ambtenaar van de burgerlijke stand weigert eveneens tot het
opmaken van de akte over te gaan, indien hij van oordeel is
dat de Nederlandse openbare orde zich hiertegen verzet.
3. Van
een weigering als bedoeld in het eerste of het tweede lid
doet de ambtenaar van de burgerlijke stand een
schriftelijke, met redenen omklede mededeling aan de
partijen bij de akte en de belanghebbende partijen toekomen,
onder vermelding van de tegen die weigering openstaande
voorziening van afdeling 12 van deze titel. Een afschrift
van deze mededeling doet hij aan de korpschef toekomen.
Artikel 18c
1. Van
alle in registers opgenomen akten van de burgerlijke stand
wordt een dubbel of een afschrift gehouden, volgens regels,
bij algemene maatregel van bestuur te stellen.
2. Bij
algemene maatregel van bestuur wordt geregeld alles wat
betreft de bewaring van de dubbelen of de afschriften
alsmede van de daarop betrekking hebbende latere
vermeldingen.
3.
Wanneer akten van de burgerlijke stand verloren zijn gegaan
of verminkt zijn, wordt ter vervanging van deze akten van de
dubbelen van de akten een afschrift gemaakt door een of meer
door Onze Minister van Justitie aan te wijzen Centrale
Bewaarplaatsen waar de dubbelen bewaard worden. De
afschriften treden in de plaats van de verloren gegane of
verminkte akten.
4. Er
wordt een lijst opgesteld van de akten die vervangen worden,
die in de Staatscourant wordt gepubliceerd.
5. De
kosten voor de vervanging van akten van de burgerlijke stand
komen ten laste van de Staat, tenzij het de vervanging van
akten betreft die bewaard worden door een gemeente. In het
laatstgenoemde geval komen de kosten van vervanging voor
rekening van de gemeente.
6. Onze
Minister van Justitie kan nadere regels stellen omtrent de
wijze waarop de vervanging van de akten dient te worden
uitgevoerd.
Afdeling 4. De akten van geboorte en van
overlijden
Artikel 19
1. Een
akte van geboorte wordt opgemaakt door de ambtenaar van de
burgerlijke stand van de gemeente waar het kind is geboren.
2.
Indien de plaats van de geboorte van het kind niet bekend
is, wordt de akte opgemaakt door de ambtenaar van de
burgerlijke stand van de gemeente waar het kind is
aangetroffen. Die gemeente geldt als gemeente waar het kind
is geboren.
Artikel 19a
1. In
geval van geboorte op Nederlands grondgebied in een rijdend
voertuig of op een varend schip of tijdens een binnenlandse
luchtreis met een luchtvaartuig, wordt de akte van geboorte
opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de
gemeente waar dat kind het voertuig, het schip of het
luchtvaartuig verlaat, dan wel waar het schip ligplaats
kiest. Die gemeente geldt als gemeente waar het kind is
geboren.
2. In
geval van geboorte tijdens een zeereis met een in Nederland
geregistreerd vaartuig, dan wel tijdens een internationale
luchtreis met een in Nederland geregistreerd luchtvaartuig,
is de gezagvoerder van het vaartuig of het luchtvaartuig
verplicht een voorlopige akte van geboorte binnen
vierentwintig uur in het journaal in te schrijven in
tegenwoordigheid van twee getuigen en zo mogelijk van de
vader. De gezagvoerder zendt een afschrift van die akte zo
spoedig mogelijk aan de ambtenaar van de burgerlijke stand
van de gemeente 's-Gravenhage. Deze maakt de akte van
geboorte op aan de hand van het ontvangen afschrift, met
dien verstande dat hij gegevens die ontbreken of hem blijken
onjuist te zijn, zoveel mogelijk aanvult of verbetert. Aan
de personen op wie de akte betrekking heeft, wordt een
uittreksel van de akte toegezonden.
Artikel 19b
Indien de plaats of de dag van de geboorte
van het kind niet bekend is dan wel indien de naam, met inbegrip
van de voornamen, van de moeder niet bekend is, wordt de
geboorteakte ten aanzien van deze punten opgemaakt krachtens een
bevel en overeenkomstig de aanwijzingen van het openbaar
ministerie.
Artikel 19c
Zijn krachtens artikel 5, tiende lid, van
dit boek in de akte een voorlopige voornaam en geslachtsnaam
opgenomen, dan zendt de ambtenaar van de burgerlijke stand
onverwijld een volledig afschrift van de akte aan Onze Minister
van Justitie.
Artikel 19d
1.
Indien het geslacht van het kind twijfelachtig is, wordt een
geboorteakte opgemaakt, waarin wordt vermeld dat het
geslacht van het kind niet is kunnen worden vastgesteld.
2.
Binnen drie maanden na de geboorte, of, bij overlijden
binnen die termijn, ter gelegenheid van de aangifte van het
overlijden, wordt onder doorhaling van de in het eerste lid
bedoelde akte een nieuwe geboorteakte opgemaakt, waarin het
geslacht, indien dit inmiddels is vastgesteld, wordt vermeld
aan de hand van een ter zake overgelegde medische
verklaring.
3. Is
binnen de in het tweede lid genoemde termijn geen medische
verklaring overgelegd, of blijkt uit de overgelegde medische
verklaring dat het geslacht niet is kunnen worden
vastgesteld, dan vermeldt de nieuwe geboorteakte dat het
geslacht van het kind niet is kunnen worden vastgesteld.
Artikel 19e
1. Tot
de aangifte van een geboorte is bevoegd de moeder van het
kind.
2. Tot
de aangifte is verplicht de vader.
3.
Wanneer de vader ontbreekt of verhinderd is de aangifte te
doen, is tot aangifte verplicht:
a. ieder die bij het ter wereld
komen van het kind tegenwoordig is geweest;
b. de bewoner van het huis waar de
geboorte heeft plaats gehad, of indien zulks is geschied
in een inrichting tot verpleging of verzorging bestemd,
in een gevangenis of in een soortgelijke inrichting, het
hoofd van die inrichting of een door hem bij onderhandse
akte bijzonderlijk tot het doen van de aangifte
aangewezen ondergeschikte.
4. Voor
een in het derde lid, onder b, genoemde persoon
bestaat de verplichting alleen indien een onder a
genoemde persoon ontbreekt of verhinderd is.
5.
Wanneer tot de aangifte bevoegde of verplichte personen
ontbreken of nalaten de aangifte te doen, geschiedt deze
door of vanwege de burgemeester van de gemeente alwaar de
geboorteakte moet worden opgemaakt.
6. De
verplichting tot aangifte moet worden vervuld binnen drie
dagen na de dag der bevalling. Van een aangifte later dan de
derde dag, bedoeld in de eerste zin van dit lid, wordt door
de ambtenaar van de burgerlijke stand mededeling gedaan aan
het openbaar ministerie.
7. De
ambtenaar van de burgerlijke stand stelt de identiteit van
de aangever vast aan de hand van een document als bedoeld in
artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
8. Bij
de aangifte kan de ambtenaar van de burgerlijke stand zich
doen overleggen een door de arts of de verloskundige die bij
het ter wereld komen van het kind tegenwoordig was,
opgemaakte verklaring dat het kind uit de als moeder
opgegeven persoon is geboren. Is het kind buiten de
tegenwoordigheid van een arts of verloskundige ter wereld
gekomen, dan kan hij zich een door een zodanige hulpverlener
nadien opgemaakte verklaring doen overleggen.
9. Wordt
geen gevolg gegeven aan het verzoek van de ambtenaar van de
burgerlijke stand om overlegging van een verklaring als
bedoeld in het achtste lid of is in de verklaring vermeld
dat de identiteit van de moeder onbekend is, dan is artikel
19b van toepassing.
Artikel 19f
1. Een
akte van overlijden wordt opgemaakt door de ambtenaar van de
burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden heeft
plaatsgevonden.
2.
Indien een lijk is gevonden en de plaats of de dag van
overlijden niet met voldoende nauwkeurigheid kan worden
vastgesteld, wordt de akte van overlijden opgemaakt door de
ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waarin
het lijk is gevonden of aan land gebracht.
3.
Ongeacht het in het eerste lid bepaalde is het tweede lid
van overeenkomstige toepassing indien het overlijden heeft
plaatsgevonden op een op zee gestationeerde installatie en
het lijk in Nederland aan land wordt gebracht.
Artikel 19g
1. In
geval van overlijden op Nederlands grondgebied in een
rijdend voertuig of op een varend schip of tijdens een
binnenlandse luchtreis met een luchtvaartuig, wordt de akte
van overlijden opgemaakt door de ambtenaar van de
burgerlijke stand van de gemeente waar het lijk het
voertuig, het schip of het luchtvaartuig verlaat, dan wel
waar het schip ligplaats kiest. Die gemeente geldt als
gemeente waar het overlijden heeft plaatsgevonden.
2. In
geval van overlijden tijdens een zeereis met een in
Nederland geregistreerd voertuig, dan wel tijdens een
internationale luchtreis met een in Nederland geregistreerd
luchtvaartuig, is de gezagvoerder van het vaartuig of het
luchtvaartuig verplicht een voorlopige akte van overlijden
binnen vierentwintig uur in het journaal in te schrijven in
tegenwoordigheid van twee getuigen. De gezagvoerder zendt
een afschrift van die akte zo spoedig mogelijk naar de
ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente
's-Gravenhage. Deze maakt de akte van overlijden op aan de
hand van het ontvangen afschrift, met dien verstande dat hij
gegevens die ontbreken of hem blijken onjuist te zijn,
zoveel mogelijk aanvult of verbetert. Aan de personen op wie
de akte betrekking heeft, wordt een uittreksel van de akte
toegezonden.
Artikel 19h
1. Tot
de aangifte van een overlijden is bevoegd wie daarvan uit
eigen wetenschap kennis draagt.
2.
Binnen de in de Wet op de lijkbezorging (Stb. 1991,
130) gestelde termijn voor de begraving of verbranding, kan
de persoon die in de lijkbezorging voorziet, door een in het
eerste lid bedoelde persoon worden gemachtigd tot het doen
van de aangifte.
3.
Wanneer tot de aangifte bevoegde personen ontbreken of
nalaten binnen de in de Wet op de lijkbezorging gestelde
termijn voor de begraving of verbranding de aangifte te
doen, geschiedt deze door of vanwege de burgemeester van de
gemeente alwaar de akte van overlijden moet worden
opgemaakt.
4. In de
gevallen bedoeld in artikel 19f, tweede en derde lid,
geschiedt de aangifte schriftelijk door de hulpofficier van
justitie.
Artikel 19i
1.
Wanneer een kind levenloos ter wereld is gekomen, wordt een
akte opgemaakt, die in het register van overlijden wordt
opgenomen.
2.
Wanneer een kind binnen de in artikel 19e, zesde lid,
bepaalde termijn is overleden voordat aangifte van de
geboorte is geschied, wordt zowel een akte van geboorte als
een akte van overlijden opgemaakt.
3. In de
in de vorige leden bedoelde gevallen is ten aanzien van de
aangifte het bepaalde in artikel 19h van
overeenkomstige toepassing. In het in het tweede lid
bedoelde geval blijft artikel 19e buiten toepassing.
Artikel 19j
1. Bij
algemene maatregel van bestuur wordt geregeld al wat betreft
de aan de ambtenaar over te leggen stukken, het opmaken van
de akten, onderscheidenlijk de voorlopige akten van geboorte
en van overlijden, en de inhoud daarvan.
2. Bij
algemene maatregel van bestuur wordt tevens geregeld:
a. op welke wijze en waar de akten
van geboorte en van overlijden zullen worden opgemaakt
en ingeschreven wanneer dit ten gevolge van een verbod
van verkeer of ten gevolge van andere buitengewone
omstandigheden niet op de gewone wijze kan geschieden;
en
b. op welke wijze en waar
overlijdensakten zullen worden opgemaakt van militairen
en van andere personen, die tot de krijgsmacht behoren
en die te velde, in de slag, of in ’s Rijks dienst
buiten Nederland zijn overleden.
Afdeling 5. Latere vermeldingen
Artikel 20
1. De
ambtenaar van de burgerlijke stand voegt aan de onder hem
berustende akten van de burgerlijke stand latere
vermeldingen toe van akten van de burgerlijke stand en
andere authentieke akten houdende naamskeuze, erkenning,
ontkenning van het vaderschap door de moeder, van besluiten
houdende wijziging of vaststelling van namen, van
bevestigingen van opties mede houdende vaststelling van
namen en naturalisatiebesluiten mede houdende wijziging of
vaststelling van namen alsmede van besluiten tot intrekking
van zulke bevestigingen of besluiten, van de opgave van
afwijkende namen die een persoon die meer dan één
nationaliteit bezit, voert in overeenstemming met het recht
van het land waarvan hij mede de nationaliteit bezit, van
akten houdende beëindiging van een geregistreerd
partnerschap, van akten van omzetting van een geregistreerd
partnerschap of van een huwelijk,, alsmede van rechterlijke
uitspraken waarvan de dagtekening ten minste drie maanden
oud is en die inhouden:
a. een last tot wijziging van de
voornamen of van de geslachtsnaam, een last tot
wijziging van de vermelding van het geslacht, een
adoptie, een herroeping van een adoptie, een
vernietiging van een erkenning, een gerechtelijke
vaststelling van het vaderschap, een gegrondverklaring
van een ontkenning van het vaderschap of, of een
vernietiging van zulk een uitspraak;
b. de nietigverklaring van een
huwelijk of van een geregistreerd partnerschap of de
vernietiging van zulk een uitspraak tussen echtelieden
of geregistreerde partners wier huwelijksakte
onderscheidenlijk akte van een geregistreerd
partnerschap, dan wel akte van omzetting van een
geregistreerd partnerschap of huwelijk in de Nederlandse
registers van de burgerlijke stand is opgenomen.
2. De
ambtenaar van de burgerlijke stand voegt eveneens aan de
onder hem berustende akten van de burgerlijke stand latere
vermeldingen toe van in kracht van gewijsde gegane
rechterlijke uitspraken die een echtscheiding of een
ontbinding van een geregistreerd partnerschap, een
ontbinding van een huwelijk na scheiding van tafel en bed of
de vernietiging van zulk een uitspraak tussen echtelieden
wier huwelijksakte, akte van registratie van een
partnerschap of akte van omzetting van een geregistreerd
partnerschap of huwelijk in de Nederlandse registers van de
burgerlijke stand is opgenomen, inhouden.
Artikel 20a
1. De in
artikel 20 bedoelde latere vermeldingen, met uitzondering
van de vermeldingen bedoeld in het eerste lid, onder b,
alsmede van de vermeldingen houdende beëindiging van een
geregistreerd partnerschap en van de vermeldingen van een
omzetting van een geregistreerd partnerschap of van een
huwelijk, worden toegevoegd aan de geboorteakte van de
betrokken persoon. Van een wijziging of vaststelling van de
geslachtsnaam wordt tevens een latere vermelding toegevoegd
aan de geboorteakten van de kinderen van de betrokken
persoon, voor zover de wijziging of vaststelling zich tot
hen uitstrekt.
2. De in
artikel 20, eerste lid, onder b, en tweede lid, bedoelde
latere vermeldingen alsmede de in de aanhef van artikel 20,
eerste lid, bedoelde beëindiging van een geregistreerd
partnerschap en de daar bedoelde omzetting, worden
toegevoegd aan de huwelijksakte dan wel aan de akte van
registratie van een partnerschap van de betrokken persoon.
3.
Wanneer als gevolg van het huwelijk of van de echtscheiding
een verandering intreedt in de geslachtsnaam van een
persoon, wordt hiervan, voorzover zij niet in de
huwelijksakte is vermeld, aan deze akte een latere
vermelding toegevoegd. Tevens wordt daarvan een latere
vermelding toegevoegd aan de geboorteakte van de betrokkene
en de geboortenakten van diens kinderen, voor zover hun naam
eveneens verandert.
4. Van
een aan de ambtenaar van de burgerlijke stand betekende akte
van stuiting van een huwelijk of van een registratie van een
partnerschap wordt, evenals van beschikkingen of akten
waarbij de stuiting wordt opgeheven, aan de akte van
aangifte een latere vermelding toegevoegd.
Artikel 20b
1. Van
akten en uitspraken die buiten Nederland overeenkomstig de
plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie zijn
opgemaakt of gedaan en een overeenkomstige uitwerking hebben
als de akten en rechterlijke uitspraken, bedoeld in artikel
20, wordt, tenzij de Nederlandse openbare orde zich
hiertegen verzet, op verzoek van een belanghebbende dan wel
ambtshalve, door de ambtenaar van de burgerlijke stand een
latere vermelding toegevoegd aan de desbetreffende in de
registers van de burgerlijke stand hier te lande voorkomende
huwelijksakte, akte van registratie van een partnerschap,
akte van omzetting van een geregistreerd partnerschap of
huwelijk of geboorteakte. Van een verandering van de
geslachtsnaam wordt op verzoek van een belanghebbende tevens
een latere vermelding gevoegd bij de geboorteakte van de
kinderen van de betrokken persoon, voor zover hun naam
eveneens verandert.
2.
Indien een latere vermelding ambtshalve aan een akte is
toegevoegd, zendt de ambtenaar van de burgerlijke stand een
afschrift van de akte en de latere vermelding aan de persoon
of personen op wie de akte betrekking heeft.
Artikel 20c
De artikelen 18 en 18b zijn van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 20d
Bij algemene maatregel van bestuur wordt
geregeld al wat betreft de aan de ambtenaar over te leggen
stukken, het opmaken van de latere vermeldingen en de inhoud
daarvan.
Artikel 20e
1. Van
de in artikel 20, eerste lid, genoemde uitspraken zendt de
griffier van het college waarvoor de zaak laatstelijk
aanhangig was niet eerder dan drie maanden na de dag van de
beschikking een afschrift aan de ambtenaar van de
burgerlijke stand.
2. Van
besluiten houdende wijziging of vaststelling van namen en
van naturalisatiebesluiten mede houdende wijziging of
vaststelling van namen zendt Onze Minister van Justitie
onverwijld een afschrift aan de ambtenaar van de burgerlijke
stand onder wie de akte van geboorte van de betrokken
persoon berust.
3. De
notaris die een akte van erkenning heeft opgemaakt, zendt
onverwijld een afschrift of een uittreksel daarvan aan de
ambtenaar van de burgerlijke stand onder wie de akte van
geboorte van het kind berust.
Artikel 20f
1. De
ambtenaar van de burgerlijke stand die de gegevens van een
akte van naamskeuze opneemt in de akte van geboorte van het
kind, zendt een afschrift van die akte aan de ambtenaar van
de burgerlijke stand die de akte van naamskeuze heeft
opgemaakt. Deze akte wordt bewaard totdat achttien maanden
zijn verstreken na de ontvangst van dat afschrift.
2. De
ambtenaar van de burgerlijke stand die een latere vermelding
van de naamskeuze, de erkenning toevoegt aan de akte van
geboorte van het kind, zendt een afschrift van die akte en
de latere vermelding aan de personen op wie de akte
betrekking heeft. Hij zendt een afschrift aan de ambtenaar
van de burgerlijke stand die de akte van naamskeuze, van
erkenning heeft opgemaakt. Laatstgenoemde akte wordt bewaard
totdat achttien maanden zijn verstreken na de ontvangst van
laatstgenoemd afschrift dan wel, indien geen zodanig
afschrift wordt ontvangen, totdat achttien maanden zijn
verstreken na het opmaken van de akte.
Artikel 20g
De ambtenaar van de burgerlijke stand die
aan de geboorteakte van een minderjarige een latere vermelding
toevoegt, waaruit blijkt dat de minderjarige is erkend, of dat
een naam van hem is gewijzigd, geeft van dit feit kennis aan de
bewaarder van het in artikel 244 van dit boek bedoelde openbare
register waarin rechtsfeiten omtrent die minderjarige zijn
opgenomen.
Artikel 20h [Vervallen per 01-01-1995]
Afdeling 6. Akten van inschrijving van
bepaalde rechterlijke uitspraken
Artikel 21
1.
De ambtenaar van de burgerlijke stand te
's-Gravenhage maakt akten van inschrijving op van in kracht
van gewijsde gegane rechterlijke uitspraken betreffende
huwelijken of registraties van een partnerschap, waarvan de
akten niet in de Nederlandse registers van de burgerlijke
stand zijn opgenomen, welke inhouden de nietigverklaring van
een huwelijk of van een geregistreerd partnerschap, een
echtscheiding, de ontbinding van een geregistreerd
partnerschap, de ontbinding van een huwelijk na scheiding
van tafel en bed of de vernietiging van zulk een
ingeschreven uitspraak, dan wel de beëindiging van een
geregistreerd partnerschap, bedoeld in artikel 80c, onder c,
of de vernietiging daarvan.
2. De in
het eerste lid bedoelde akten worden ingeschreven in het
daartoe bestemde register van de burgerlijke stand te
's-Gravenhage.
3. Bij
algemene maatregel van bestuur wordt geregeld al wat betreft
de aan de ambtenaar over te leggen stukken, het opmaken van
de akten van inschrijving en de inhoud daarvan.
Afdeling 7. De bewijskracht van akten van
de burgerlijke stand alsmede van afschriften en uittreksels
Artikel 22
1. De
akte van geboorte bewijst ten aanzien van een ieder dat op
de in de akte vermelde plaats, dag en uur uit de daarin
genoemde moeder een kind van het daarin vermelde geslacht is
geboren. Vermeldt de akte dat de plaats van de geboorte van
het kind niet bekend is, dan komt dezelfde bewijskracht toe
aan de vermelding van de plaats waar het is aangetroffen.
2. De
akte van overlijden bewijst ten aanzien van een ieder, dat
op de plaats, de dag en het uur, in de akte vermeld, de
daarin genoemde persoon is overleden of, indien de akte
krachtens artikel 19f, tweede lid, van dit boek is
opgemaakt, dat het lijk van de daarin genoemde persoon op de
plaats, de dag en het uur, in de akte vermeld, is gevonden.
3. Voor
het overige hebben akten van de burgerlijke stand dezelfde
bewijskracht als andere authentieke akten.
Artikel 22a
Authentieke afschriften of uittreksels, in
de wettige vorm opgemaakt en afgegeven door de daartoe bevoegde
bewaarder van het register, hebben dezelfde bewijskracht als het
origineel, tenzij bewezen wordt dat zij daarmede niet
overeenstemmen.
Afdeling 8. De openbaarheid van de akten
van de burgerlijke stand
Artikel 23
De akten van de burgerlijke stand,
daaronder begrepen de dubbelen van deze akten, zijn openbaar
voor zover te dien aanzien in deze afdeling geen nadere
voorziening is gegeven.
Artikel 23a
Van de akten van de burgerlijke stand
mogen slechts de bewaarders en het openbaar ministerie inzage
nemen. Voorts kunnen de rechter en het openbaar ministerie
overlegging van akten bevelen.
Artikel 23b
1. Een
ieder is bevoegd zich door de ambtenaar die met de afgifte
van afschriften en uittreksels van akten van de burgerlijke
stand is belast, een uittreksel van een onder deze ambtenaar
berustende akte van geboorte, van huwelijk, van registratie
van een partnerschap, van omzetting van een huwelijk in een
registratie van een partnerschap, van omzetting van een
registratie van een partnerschap in een huwelijk of van
overlijden te doen afgeven. Het uittreksel bevat de bij
algemene maatregel van bestuur te vermelden gegevens,
waaruit de afstamming van de persoon of personen waarop de
akte betrekking heeft, niet blijkt.
2. Van
de in het eerste lid bedoelde akten alsmede van de akten van
erkenning of ontkenning van het vaderschap door de moeder
wordt een afschrift slechts afgegeven indien de verzoeker
aantoont dat hij bij de verkrijging een gerechtvaardigd
belang heeft. Van andere akten die de in het eerste lid
bedoelde ambtenaar onder zijn berusting heeft, wordt steeds
een afschrift afgegeven. Dit afschrift bevat de bij algemene
maatregel van bestuur te vermelden gegevens.
3. Een
verzoek om afgifte van een uittreksel of een afschrift dient
op een bepaalde persoon of bepaalde personen betrekking te
hebben.
4. Bij
algemene maatregel van bestuur wordt geregeld al hetgeen
overigens het opmaken en het verstrekken van afschriften en
uittreksels betreft. Daarbij worden tevens regels gegeven
voor het opmaken van uittreksels van akten die voor de
inwerkingtreding van deze wet zijn opgemaakt.
5.
Weigert de in het eerste lid bedoelde ambtenaar een
afschrift of een uittreksel af te geven, dan verstrekt hij
aan de aanvrager een schriftelijke opgave van de gronden
voor zijn weigering.
Artikel 23c
De dubbelen van de akten van de
burgerlijke stand zijn openbaar zolang zij onder de ambtenaar
van de burgerlijke stand berusten.
Afdeling 9. De aanvulling van de registers
van de burgerlijke stand en de verbetering van de daarin
voorkomende akten en latere vermeldingen
Artikel 24
1.
Aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een
daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling van
een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere
vermelding, of verbetering van een daarin voorkomende akte
of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat,
kan op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar
ministerie worden gelast door de rechtbank. De rechtbank kan
bij haar beschikking tot verbetering van een akte of latere
vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, eveneens
dezelfde verbetering gelasten ten aanzien van een akte of
latere vermelding betreffende dezelfde persoon of zijn
afstammelingen, die buiten haar rechtsgebied in de registers
van de burgerlijke stand is opgenomen.
2. De
griffier van het college waarvoor de zaak laatstelijk
aanhangig was, zendt niet eerder dan drie maanden na de dag
van de beschikking een afschrift daarvan aan de ambtenaar
van de burgerlijke stand van de gemeente, in welker
registers de akte of latere vermelding is of had moeten zijn
opgenomen. Is deze gemeente opgeheven, dan zendt hij het
afschrift aan de ambtenaar van de gemeente in wier archieven
de registers van de burgerlijk stand van de opgeheven
gemeente berusten.
Artikel 24a
1.
Kennelijke misslagen kunnen worden verbeterd met toestemming
van de officier van justitie binnen wiens rechtsgebied de
akte in de registers van de burgerlijke stand is opgenomen.
De toestemming van de officier van justitie kan eveneens
betrekking hebben op dezelfde verbetering ten aanzien van
een akte betreffende dezelfde persoon of zijn
afstammelingen, die in een ander arrondissement in de
registers van de burgerlijke stand is opgenomen.
2.
Kennelijke schrijf- of spelfouten kunnen ambtshalve door de
ambtenaar van de burgerlijke stand worden verbeterd.
Artikel 24b
1.
Aanvulling van een register van de burgerlijke stand op
grond van artikel 24 geschiedt door het opmaken van een
nieuwe akte in dat register.
2. Van
een verbetering of een doorhaling op grond van deze afdeling
wordt een latere vermelding toegevoegd aan de desbetreffende
akte, volgens regels, bij algemene maatregel van bestuur te
stellen.
Afdeling 10. Inschrijving van buitenlandse
akten en de rechterlijke last tot het opmaken van een
vervangende akte van geboorte
Artikel 25
1.
Buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke
voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akten
van geboorte, huwelijksakten, akten van registratie van een
partnerschap en akten van overlijden worden op bevel van het
openbaar ministerie of op verzoek van een belanghebbende
ingeschreven in de registers onderscheidenlijk van
geboorten, van huwelijken, van geregistreerde
partnerschappen en van overlijden van de gemeente
's-Gravenhage, indien:
a. de akte een persoon betreft die
op het ogenblik van het verzoek Nederlander is of te
eniger tijd Nederlander dan wel Nederlands onderdaan
niet-Nederlander is geweest;
b. de akte een persoon betreft die
rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder c en
d, van de Vreemdelingenwet 2000.
2.
Buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke
voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akten
van geboorte worden op bevel van het openbaar ministerie of
op verzoek van een belanghebbende ingeschreven in het
register van geboorten van de gemeente 's-Gravenhage, indien
de akte een persoon van vreemde nationaliteit betreft en op
grond van enige bepaling van dit boek een latere vermelding
aan de akte van geboorte moet worden toegevoegd.
3. De
ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente
's-Gravenhage kan ook ambtshalve de in de vorige leden
bedoelde akten inschrijven.
4.
Alvorens op grond van het eerste of derde lid tot de
inschrijving van een huwelijksakte of van een akte van
registratie van een partnerschap over te gaan, doet de
ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente
's-Gravenhage zich een door de korpschef in de zin van de
Vreemdelingenwet afgegeven verklaring als bedoeld in artikel
44, eerste lid, onderdeel k, overleggen. Deze verklaring
wordt opgesteld op verzoek van de echtgenoot of de
geregistreerde partner op wie zij betrekking heeft. Bij het
verzoek wordt een gewaarmerkt afschrift als bedoeld in
artikel 44, eerste lid, onder a, overgelegd. Heeft deze geen
woonplaats in Nederland, dan wordt zij opgesteld op verzoek
van de andere echtgenoot of de andere geregistreerde
partner. De verklaring is niet vereist indien:
a. de echtgenoten of
geregistreerde partners aannemelijk kunnen maken dat zij
beiden buiten Nederland woonplaats hebben;
b. de betrokken echtgenoot of
geregistreerde partner die niet de Nederlandse
nationaliteit bezit, in Nederland rechtmatig verblijft
op grond van artikel 8, onder b, d of e, van de
Vreemdelingenwet 2000;
c. het huwelijk of het
geregistreerd partnerschap ten minste tien jaren vóór de
inschrijving is voltrokken, of
d. het huwelijk of het
geregistreerd partnerschap is geëindigd.
5. In
geval van adoptie gelast de rechtbank, die de adoptie
uitspreekt, ambtshalve afzonderlijk de inschrijving van de
in het eerste en het tweede lid bedoelde akte van geboorte.
6. De
akte van inschrijving vermeldt de bij algemene maatregel van
bestuur vast te stellen gegevens.
7.
Kennelijke misslagen of schrijf- of spelfouten, die de
ambtenaar van de burgerlijke stand in de in te schrijven
akte vaststelt op grond van een hier te lande in de
registers van de burgerlijke stand opgenomen akte of op
grond van een rechterlijke uitspraak, kunnen ambtshalve door
hem worden verbeterd. De verbeteringen worden afzonderlijk
in de akte vermeld.
8.
Indien een akte ambtshalve is ingeschreven, wordt een
afschrift van de akte van inschrijving toegezonden aan de
persoon of de personen op wie de akte betrekking heeft.
Artikel 25a
1.
Indien na de inschrijving kennelijke misslagen in de buiten
Nederland opgemaakte akte overeenkomstig de plaatselijke
voorschriften door een bevoegde instantie zijn verbeterd,
wordt de verbetering in de akte van inschrijving aangebracht
doordat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de
gemeente 's-Gravenhage, aan wie een afschrift van de
beslissing tot verbetering en een afschrift van de
verbeterde akte zijn overgelegd, een latere vermelding van
de verbetering aan de akte van inschrijving toevoegt, nadat
hij daartoe toestemming van de officier van justitie heeft
verkregen.
2.
Kennelijke schrijf- en spelfouten, die in de buiten
Nederland opgemaakte akte overeenkomstig de plaatselijke
voorschriften door een bevoegde instantie zijn verbeterd,
kunnen ook zonder toestemming van de officier van justitie,
ambtshalve door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de
gemeente 's-Gravenhage aan de hand van een afschrift van de
verbeterde akte worden verbeterd op de in het eerste lid
aangegeven wijze.
Artikel 25b
Aan de akte van inschrijving, bedoeld in
artikel 25, worden de latere vermeldingen toegevoegd die op
grond van dit boek aan een in Nederland opgemaakte akte van
geboorte, huwelijksakte of akte van overlijden moeten worden
toegevoegd.
Artikel 25c
1.
Indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon
geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke
voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of
kan worden overgelegd, kan op verzoek van het openbaar
ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar van
de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage de
rechtbank te 's-Gravenhage de voor het opmaken van een
geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, indien:
a. die persoon Nederlander is of
te eniger tijd Nederlander dan wel Nederlands onderdaan
niet-Nederlander is geweest;
b. die persoon rechtmatig
verblijft op grond van artikel 8, onder c en d, van de
Vreemdelingenwet 2000;
c. op grond van dit boek een
latere vermelding aan de akte van geboorte moet worden
toegevoegd.
2. De
rechtbank houdt rekening met alle bewijzen en aanwijzingen
omtrent de omstandigheden waaronder, en het tijdstip waarop
de geboorte moet hebben plaatsgehad. De geslachtsnaam, de
voornamen, alsmede de plaats en de dag van de geboorte van
de vader en van de moeder worden vastgesteld, voor zover
daarvoor aanwijzingen zijn verkregen.
3. In
geval van adoptie geeft de rechtbank die de adoptie
uitspreekt, ambtshalve afzonderlijk de in het eerste lid
bedoelde beschikking.
Artikel 25d
De rechtbank te 's-Gravenhage kan op
verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of
van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente
's-Gravenhage de krachtens artikel 25c gegeven
beschikking wijzigen op grond dat de vastgestelde gegevens
onjuist of onvolledig zijn.
Artikel 25e [Vervallen per 01-04-1995]
Artikel 25f
1.
De griffier van het college waarvoor de
zaak laatstelijk aanhangig was, zendt niet eerder dan drie
maanden na de dag van de beschikking een afschrift daarvan,
aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente
's-Gravenhage.
2. Deze
ambtenaar maakt van de beschikking, bedoeld in artikel 25c
een akte van inschrijving op, die geldt als een akte van
geboorte in de zin van artikel 19 van dit boek. Deze akte is
in overeenstemming met de beschikking en vermeldt dit
uitdrukkelijk.
3. Van
de beschikking, bedoeld in artikel 25d, wordt een latere
vermelding toegevoegd aan de akte als bedoeld in het vorige
lid.
Artikel 25g
1. Op
akten en uitspraken die buiten Nederland overeenkomstig de
plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie zijn
opgemaakt of gedaan en een overeenkomstige uitwerking hebben
als de in artikel 25c van dit boek bedoelde
beschikkingen, zijn de artikelen 25 tot en met 25b
van overeenkomstige toepassing. De inschrijving als bedoeld
in artikel 25 vindt niet plaats indien de Nederlandse
openbare orde zich hiertegen verzet.
2. In
geval van adoptie van een buiten Nederland geboren kind ten
aanzien waarvan een akte of uitspraak als bedoeld in het
vorige lid is opgemaakt of gedaan, geeft de rechtbank die de
adoptie uitspreekt, ambtshalve afzonderlijk last tot
inschrijving van die akte of uitspraak.
Afdeling 11. De verklaring voor recht
omtrent de rechtsgeldigheid in Nederland van een buitenlandse
akte of uitspraak
Artikel 26
1. Een
ieder die daarbij een gerechtvaardigd belang heeft, kan de
rechtbank verzoeken een verklaring voor recht af te geven
dat een op hem betrekking hebbende, buiten Nederland
opgemaakte akte of gedane uitspraak overeenkomstig de
plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is
opgemaakt of gedaan en naar zijn aard vatbaar is voor
opneming in een Nederlands register van de burgerlijke
stand.
2. De in
het eerste lid bedoelde verklaring voor recht kan eveneens
op verzoek van de ambtenaar van de burgerlijke stand of van
het openbaar ministerie worden afgegeven.
Artikel 26a
De rechtbank kan, op verzoek of
ambtshalve, bij de in het eerste lid van artikel 26 bedoelde
verklaring voor recht tevens de toevoeging van een latere
vermelding, op grond van artikel 24, eerste lid, aan een in de
Nederlandse registers van de burgerlijke stand voorkomende akte
gelasten.
Artikel 26b
Is met betrekking tot de verzoeker geen
akte in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand
opgenomen, dan kan de rechtbank te 's-Gravenhage, op verzoek of
ambtshalve, bij haar beschikking tevens de inschrijving,
overeenkomstig artikel 25, van een daarvoor in aanmerking
komende in het buitenland opgemaakte akte in de registers van de
burgerlijke stand te 's-Gravenhage gelasten, alsmede de
verbetering van de akte van inschrijving op grond van artikel
24, eerste lid. Ook kan zij bij haar beschikking een last als
bedoeld in artikel 25c geven alsmede een last tot
verbetering, overeenkomstig artikel 24, eerste lid, van de door
de ambtenaar van de burgerlijke stand te 's-Gravenhage op te
maken akte.
Artikel 26c [Vervallen per 01-04-1995]
Artikel 26d
De overlegging van een authentiek
afschrift van de buitenlandse akte of uitspraak waarop het
verzoek betrekking heeft, kan worden verlangd. Artikel 986,
derde en vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 26e
De griffier van het college, waarbij de
zaak laatstelijk aanhangig was, zendt een afschrift van de
beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand in wiens
registers een op de belanghebbende betrekking hebbende akte is
opgenomen, waaraan een latere vermelding van de beschikking moet
worden toegevoegd. Is bij de beschikking een last tot
inschrijving van een in het buitenland opgemaakte akte gegeven,
dan zendt de griffier een afschrift van de beschikking aan de
ambtenaar van de burgerlijke stand te 's-Gravenhage.
Artikel 26f [Vervallen per 01-04-1995]
Afdeling 12. Voorziening tegen de
weigering tot het opmaken van een akte van de burgerlijke stand
of tot een andere verrichting
Artikel 27
Naar aanleiding van een besluit van een
ambtenaar van de burgerlijke stand om op grond van artikel 18b
of 20c te weigeren een akte van de burgerlijke stand op
te maken, een latere vermelding aan een akte toe te voegen of,
buiten het geval van stuiting van het huwelijk of het
geregistreerd partnerschap en dat van afgifte van een afschrift
of een uittreksel, aan een verrichting mee te werken, hebben
belanghebbende partijen de bevoegdheid zich binnen zes weken na
de verzending van dat besluit bij verzoekschrift te wenden tot
de rechtbank binnen welker rechtsgebied de standplaats van de
ambtenaar van de burgerlijke stand is gelegen.
Artikel 27a
De rechtbank kan, op verzoek van een
belanghebbende partij of ambtshalve, bij haar beschikking tevens
een verklaring als bedoeld in artikel 26 afgeven, alsmede een
last als bedoeld in artikel 26a , onderscheidenlijk
artikel 26b .
Artikel 27b
De griffier zendt een afschrift van de
beschikking aan de belanghebbende partijen en aan de ambtenaar
van de burgerlijke stand.
Artikel 27c [Vervallen per 01-04-1995]
Afdeling 13. De rechterlijke last tot
wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van
geboorte
Artikel 28
1.
Iedere Nederlander die de overtuiging
heeft tot het andere geslacht te behoren dan is vermeld in
de akte van geboorte en lichamelijk aan het verlangde
geslacht is aangepast voor zover dit uit medisch of
psychologisch oogpunt mogelijk en verantwoord is, kan de
rechtbank verzoeken wijziging van de vermelding van het
geslacht in de akte van geboorte te gelasten, indien deze
persoon als mannelijk in de akte van geboorte vermeld
staande, nimmer meer in staat zal zijn kinderen te
verwekken, dan wel als vrouwelijk in de akte van geboorte
vermeld staande, nimmer meer in staat zal zijn kinderen te
baren.
2. Voor
de toepassing van het bepaalde in het eerste lid en de
artikelen 28a en 28b van dit boek wordt onder
akte van geboorte mede verstaan een akte van inschrijving
van een buiten Nederland opgemaakte akte van geboorte of van
een beschikking als bedoeld in artikel 25c van dit
boek.
3.
Degene, die de Nederlandse nationaliteit niet bezit, kan een
verzoek als bedoeld in het eerste lid doen, indien hij reeds
gedurende een tijdvak van ten minste één jaar, onmiddellijk
voorafgaande aan het verzoek, woonplaats in Nederland heeft
en een rechtsgeldige verblijfstitel heeft en voor het
overige voldoet aan de in het eerste lid gestelde
voorwaarden. Indien de akte van geboorte niet hier te lande
in de registers van de burgerlijke stand is ingeschreven,
wordt tevens de rechtbank verzocht de inschrijving te
gelasten van de akte van geboorte in het register van
geboorten van de gemeente 's-Gravenhage.
Artikel 28a
1. Bij
het verzoek moeten worden overgelegd een afschrift van de
akte van geboorte alsmede een gezamenlijk ondertekende
verklaring van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen
deskundigen, afgegeven ten hoogste zes maanden voor de datum
van indiening van het verzoek, waaruit blijkt:
a. de overtuiging van de verzoeker
dat hij tot het andere geslacht behoort dan in de akte
van geboorte is vermeld en waarin is vervat het oordeel
van de daartoe bevoegde deskundige dat die overtuiging,
gelet op de periode waarin de verzoeker als zodanig
heeft geleefd en zo mogelijk op andere daarbij te
vermelden feiten of omstandigheden, als van blijvende
aard kan worden beschouwd;
b. of en zo ja, in hoeverre de
verzoeker lichamelijk aan het verlangde geslacht zodanig
is aangepast als uit medisch of psychologisch oogpunt
mogelijk en verantwoord is;
c. dat de verzoeker als mannelijk
in de akte van geboorte vermeld staande, nimmer meer in
staat zal zijn kinderen te verwekken, dan wel als
vrouwelijk in de akte van geboorte vermeld staande,
nimmer meer in staat zal zijn kinderen te baren.
2. In de
verklaring behoeft het in het eerste lid onder a
bedoelde onderdeel niet te worden opgenomen indien de
verzoeker lichamelijk reeds aan het verlangde geslacht is
aangepast.
Artikel 28b
1. Het
verzoek wordt toegewezen indien de rechtbank van oordeel is
dat voldoende is komen vast te staan dat de verzoeker de
overtuiging heeft tot het andere geslacht te behoren dan in
de akte van geboorte is vermeld en dat deze overtuiging als
van blijvende aard kan worden beschouwd en de verzoeker
voldoet aan de in het eerste lid van artikel 28 gestelde
voorwaarden.
2.
Indien de rechtbank het verzoek om wijziging van de
vermelding van het geslacht inwilligt, kan zij desverzocht
tevens de wijziging van de voornamen van de verzoeker
gelasten.
Artikel 28c
1. De
wijziging van de vermelding van het geslacht heeft haar
gevolgen, die uit dit boek voortvloeien, vanaf de dag waarop
de ambtenaar van de burgerlijke stand aan de akte van
geboorte een latere vermelding toevoegt van de last tot
wijziging.
2. De
wijziging van de vermelding van het geslacht laat de op het
in het eerste lid genoemde tijdstip bestaande
familierechtelijke betrekkingen en de daaruit voortvloeiende
op dit boek gegronde rechten, bevoegdheden en verplichtingen
onverlet. De verzoeken in verband met artikel 157 en in
verband met artikel 394 van dit boek kunnen ook worden
gedaan na het in het eerste lid genoemde tijdstip.
Afdeling 14. De Commissie van advies voor
de zaken betreffende de burgerlijke staat en de nationaliteit
Artikel 29
Er is een Commissie van advies voor de
zaken betreffende de burgerlijke staat en de nationaliteit.
Artikel 29a
1. De
Commissie bestaat uit ten minste negen en ten hoogste
vijftien leden.
2. De
Commissie bestaat uit ten minste een lid van de rechterlijke
macht, ten minste een lid uit de kring van het
wetenschappelijk onderzoek, ten minste twee leden uit de
kring van de ambtenaren van de burgerlijke stand en ten
minste twee leden uit de kring van de gemeentelijke
basisadministratie.
3. Onze
Minister van Justitie benoemt en ontslaat de in het
voorgaande lid bedoelde leden in overeenstemming met Onze
Minister van Binnenlandse Zaken. Voorts wijst hij een
voorzitter en een secretaris aan.
Artikel 29b
1. De
Commissie brengt op verzoek van een ambtenaar van de
burgerlijke stand of een ander bestuursorgaan advies uit
over vragen betreffende de rechtstoepassing in zaken van
burgerlijke staat of nationaliteit.
2.
Indien een advies van algemeen belang is, wordt het openbaar
gemaakt. De Commissie bepaalt de wijze van openbaarmaking.
Artikel 29c
Indien een ambtenaar van de burgerlijke
stand gerede twijfel heeft over de vraag of een aan een buiten
Nederland opgemaakte akte van de burgerlijke stand of ander
geschrift te ontlenen gegeven in aanmerking komt om in een akte
van de burgerlijke stand te worden opgenomen, is hij gehouden
het advies van de Commissie in te winnen.
Artikel 29d
Indien een ambtenaar van de burgerlijke
stand een door de Commissie gegeven advies niet opvolgt, stelt
hij de Commissie en de officier van justitie hiervan in kennis.
Artikel 29e
Onze Minister van Justitie kan nadere
regels stellen omtrent de taak en de werkwijze van de Commissie.
Artikel 29f
Telkens binnen een termijn van vier jaren
brengt de Commissie een rapport uit aan Onze Minister van
Justitie, waarin de taakvervulling van de Commissie aan een
onderzoek wordt onderworpen en voorstellen kunnen worden gedaan
voor gewenste veranderingen.
Titel 5. Het huwelijk
Algemene bepaling
Artikel 30
1. Een
huwelijk kan worden aangegaan door twee personen van
verschillend of van gelijk geslacht.
2. De
wet beschouwt het huwelijk alleen in zijn burgerlijke
betrekkingen.
Afdeling 1. Vereisten tot het aangaan van
een huwelijk
Artikel 31
1. Om
een huwelijk te mogen aangaan moeten een man en een vrouw de
leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.
2. Het
in het vorige lid vermelde huwelijksbeletsel bestaat niet
wanneer zij die met elkander een huwelijk willen aangaan de
leeftijd van zestien jaren hebben bereikt en de vrouw een
verklaring van een arts overlegt dat zij zwanger is, dan wel
haar kind reeds ter wereld heeft gebracht.
3. Onze
Minister van Justitie kan om gewichtige redenen ontheffing
verlenen van het in het eerste lid genoemde vereiste.
Artikel 32
Een huwelijk mag niet worden aangegaan,
wanneer de geestvermogens van een partij zodanig zijn gestoord,
dat deze niet in staat is haar wil te bepalen of de betekenis
van haar verklaring te begrijpen.
Artikel 33
Een persoon kan tegelijkertijd slechts met
één andere persoon door het huwelijk verbonden zijn.
Artikel 34 [Vervallen per 01-04-1998]
Artikel 35
1.
Een minderjarige mag geen huwelijk
aangaan zonder toestemming van zijn ouders.
2. Zijn
de geestvermogens van een ouder zodanig gestoord, dat hij
niet in staat is zijn wil te bepalen of de betekenis van
zijn verklaring te begrijpen, dan is zijn toestemming niet
vereist.
3. Een
minderjarige, die onder voogdij staat, heeft bovendien de
toestemming van zijn voogd nodig.
Artikel 36
Voor zover een volgens het vorige artikel
vereiste toestemming niet wordt verkregen, kan zij op verzoek
van de minderjarige door die van de rechtbank worden vervangen.
Artikel 37
1. Hij
die wegens verkwisting of drankmisbruik onder curatele
staat, mag geen huwelijk aangaan zonder de toestemming van
zijn curator.
2. Voor
zover die toestemming niet wordt verkregen, kan zij op
verzoek van de onder curatele gestelde door toestemming van
de kantonrechter worden vervangen.
Artikel 38
Hij die wegens een geestelijke stoornis
onder curatele staat, mag geen huwelijk aangaan zonder
toestemming van de kantonrechter.
Artikel 39
1. Heeft
de rechter de toestemming verleend, dan is de termijn van
beroep veertien dagen en kan gedurende die termijn de
beschikking niet worden ten uitvoer gelegd.
2. Hij
die tegen een verleende toestemming opkomt, is verplicht dit
binnen de termijn van beroep bij deurwaardersexploit te doen
aanzeggen aan de ambtenaar of ambtenaren van de burgerlijke
stand ten overstaan van wie het huwelijk kan worden
voltrokken. Door dit te verzuimen verliest hij het recht om
de nietigverklaring van het huwelijk op grond van het
ontbreken van zijn toestemming te vragen, indien het
gerechtshof de in het eerste lid bedoelde beschikking
vernietigt en het huwelijk reeds is voltrokken.
Artikel 40 [Vervallen per 01-01-1988]
Artikel 41
1.
Een huwelijk mag niet worden gesloten
tussen hen die elkander, hetzij van nature hetzij
familierechtelijk, bestaan in de opgaande en in de
nederdalende lijn of als broeders, zusters of broeder en
zuster.
2. Onze
Minister van Justitie kan om gewichtige redenen ontheffing
van het verbod verlenen aan hen die broeders, zusters of
broeder en zuster door adoptie zijn.
Artikel 42
Zij die met elkander een huwelijk willen
aangaan, mogen niet tegelijkertijd een geregistreerd
partnerschap zijn aangegaan.
Afdeling 2. Formaliteiten die aan de
voltrekking van het huwelijk moeten voorafgaan
Artikel 43
1. Zij
die met elkaar een huwelijk willen aangaan, moeten daarvan
onder overlegging van de in artikel 44 van dit boek genoemde
bescheiden, aangifte doen bij de ambtenaar van de
burgerlijke stand van de woonplaats van één der partijen.
Wanneer de aanstaande echtgenoten, van wie ten minste één de
Nederlandse nationaliteit bezit, buiten Nederland woonplaats
hebben en in een Nederlandse gemeente een huwelijk met
elkaar willen aangaan, geschiedt de aangifte bij de
ambtenaar van de burgerlijke stand te 's-Gravenhage.
2. Bij
de aangifte kunnen de aanstaande echtgenoten verklaren dat
het huwelijk zal worden voltrokken in een andere gemeente
dan die waarin een van hen op het tijdstip van de
huwelijksaangifte woonplaats heeft, dan wel indien de tweede
zin van het eerste lid van toepassing is, in een andere
gemeente dan 's-Gravenhage.
3. De
aangifte geschiedt in persoon of bij zodanige geschriften
waaruit van het voornemen der aanstaande echtgenoten met
genoegzame zekerheid kan blijken.
4. De
ambtenaar van de burgerlijke stand maakt van de aangifte een
akte op.
Artikel 44
1. Voor
de aangifte van het huwelijk worden de volgende bescheiden
aan de ambtenaar van de burgerlijke stand overgelegd:
a. de geboorteakte van ieder der
aanstaande echtgenoten en van elk van hen een
gewaarmerkt afschrift van gegevens uit de
basisadministratie persoonsgegevens, tenzij zij niet als
ingezetene in een basisadministratie persoonsgegevens
behoeven te zijn ingeschreven;
b. een akte van
huwelijkstoestemming, gegeven door hen, wier toestemming
tot het huwelijk noodzakelijk is. De akte van
huwelijkstoestemming wordt door een ambtenaar van de
burgerlijke stand of door een notaris opgemaakt. De
toestemming kan ook bij de huwelijksakte worden gegeven.
Is de toestemming door de rechter verleend, dan wordt
diens beschikking overgelegd;
c. een akte van overlijden van
allen, wier toestemming voor het huwelijk was vereist,
als zij in leven waren geweest;
d. ingeval van tweede of verder
huwelijk dan wel huwelijk na registratie, bewijsstukken
aantonende dat het vorige huwelijk dan wel het eerdere
geregistreerd partnerschap geen beletsel voor een nieuw
huwelijk oplevert;
e. de akte van huwelijksaangifte;
f. indien stuiting heeft
plaatsgevonden, het bewijs dat de stuiting is opgeheven;
g. het bewijs van de ontheffing of
de vergunning van Onze Minister van Justitie, ingeval
deze is vereist;
h. indien een beschikking als
bedoeld in afdeling 12 van Titel 4 van dit boek of een
vrijstelling krachtens artikel 62 van dit boek is
verkregen, ook deze;
i. de verklaring, bedoeld in
artikel 31, tweede lid, van dit boek, ingeval deze
vereist is;
j. een schriftelijke opgave van de
namen en de adressen van de personen die zijn
uitgenodigd om als getuigen bij de voltrekking van het
huwelijk aanwezig te zijn;
k. een door de korpschef in de zin
van de Vreemdelingenwet 2000 aan de ambtenaar van de
burgerlijke stand afgegeven verklaring waaruit blijkt
dat de aanstaande echtgenoot die niet de Nederlandse
nationaliteit bezit, rechtmatig in Nederland verblijft
als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000,
dan wel voornemens is niet in Nederland te verblijven.
De verklaring wordt opgesteld op verzoek van de
aanstaande echtgenoot op wie zij betrekking heeft. Bij
het verzoek wordt een gewaarmerkt afschrift als bedoeld
onder a, overgelegd. Heeft deze geen woonplaats in
Nederland, dan wordt zij opgesteld op verzoek van de
andere aanstaande echtgenoot.
2. De
verklaring, bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, is niet
vereist indien de aanstaande echtgenoten aannemelijk kunnen
maken dat zij beiden buiten Nederland woonplaats hebben. De
verklaring is evenmin vereist indien de aanstaande
echtgenoot die niet de Nederlandse nationaliteit bezit, in
Nederland rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder
b, d of e, van de Vreemdelingenwet 2000.
3. Bij
algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld
met betrekking tot de inhoud van het in het eerste lid onder
a bedoelde gewaarmerkt afschrift van gegevens uit de
basisadministratie persoonsgegevens, alsmede de in hetzelfde
lid onder k bedoelde verklaring.
Artikel 45
1. Een
aanstaande echtgenoot die in de onmogelijkheid is, zijn door
het vorige artikel vereiste geboorteakte te vertonen, kan
dit verhelpen door een akte van bekendheid, afgegeven door
de kantonrechter van zijn geboorteplaats of woonplaats, op
verklaring van vier meerderjarige getuigen.
2. Deze
verklaring houdt de vermelding in van de plaats en, zo na
mogelijk, van het tijdstip der geboorte, benevens de
oorzaken, die beletten een akte daarvan over te leggen.
3. Het
ontbreken van een geboorteakte kan ook worden verholpen,
hetzij door een dergelijke, maar beëdigde verklaring,
afgelegd door de getuigen, die bij de voltrekking van het
huwelijk tegenwoordig zijn, of wel door een bij de ambtenaar
van de burgerlijke stand afgelegde beëdigde verklaring van
de aanstaande echtgenoot, inhoudende dat hij zich geen
geboorteakte of akte van bekendheid kan verschaffen. In de
huwelijksakte wordt van de afgelegde verklaring melding
gemaakt.
Artikel 45a
Indien partijen niet in staat zijn de
akten van overlijden, bij artikel 44, eerste lid, onder c
van dit boek bedoeld, over te leggen, kan dat gebrek op dezelfde
wijze als in het geval van het vorige artikel worden verholpen.
Artikel 46
Wanneer het huwelijk binnen een jaar, te
rekenen van de datum van de akte van huwelijksaangifte, niet is
voltrokken, mag het niet worden voltrokken dan nadat een nieuwe
aangifte is gedaan.
Artikel 47
1.
Indien een minderjarige een huwelijk wenst aan te gaan,
onderzoekt de ambtenaar van de burgerlijke stand, van welke
personen daartoe de toestemming wordt vereist.
2.
Voorts onderzoekt die ambtenaar of de minderjarige onder
toezicht gesteld is of onder voorlopige voogdij is
geplaatst. Blijkt dit het geval, dan verwittigt hij bij
ondertoezichtstelling de kinderrechter en in het andere
geval de stichting, bedoeld in artikel 1, onder f, van de
Wet op de jeugdzorg onverwijld van het voorgenomen huwelijk.
Artikel 48
Indien hij die wil hertrouwen het gezag
heeft over kinderen uit een vorig huwelijk, geeft de ambtenaar
van de burgerlijke stand van de gedane aangifte onverwijld
kennis aan de rechtbank van de woonplaats van de bedoelde ouder.
Artikel 49
1.
Trouwbeloften geven geen rechtsvordering tot het aangaan van
een huwelijk, noch tot schadevergoeding wegens de
niet-vervulling van de beloften; alle afwijkende bedingen
zijn nietig.
2.
Indien echter een akte van huwelijksaangifte is opgemaakt,
kan dit grond opleveren tot een vordering tot vergoeding der
werkelijke vermogensverliezen, zonder dat daarbij enige
winstderving in aanmerking komt. De vordering vervalt door
verloop van achttien maanden, te rekenen van de datum van de
akte van huwelijksaangifte.
Artikel 49a
1.
Indien een Nederlander buiten Nederland een huwelijk wenst
aan te gaan, wordt op zijn verzoek aan hem een verklaring
van huwelijksbevoegdheid overeenkomstig de bijlage van de
Overeenkomst van München van 5 september 1980 (Trb. 1981,
71, en 1982, 116) afgegeven.
2. Deze
verklaring wordt afgegeven:
a. aan degene die binnen Nederland
woonplaats heeft, door de ambtenaar van de burgerlijke
stand van zijn woonplaats;
b. aan degene die binnen Nederland
geen woonplaats heeft, maar wel heeft gehad, door de
ambtenaar van de burgerlijke stand van de laatste
woonplaats aldaar;
c. aan degene die binnen Nederland
geen woonplaats heeft of heeft gehad, door het hoofd van
de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het
Koninkrijk der Nederlanden in het ressort waar het
huwelijk wordt voltrokken.
3. De
verklaring wordt door de bevoegde autoriteit niet afgegeven
alvorens deze, door kennisneming van de bescheiden, vermeld
in artikel 44, eerste lid, onder a, b, c, d en g, en zo
nodig van die, vermeld in de artikelen 45 en 45a, alsmede in
artikel 27b, zich ervan heeft overtuigd dat naar Nederlands
recht geen beletselen tegen het huwelijk bestaan.
4. De
verklaring van huwelijksbevoegdheid is, te rekenen van het
tijdstip van afgifte, gedurende zes maanden geldig.
Afdeling 3. Stuiting van het huwelijk
Artikel 50
Een huwelijk kan worden gestuit, wanneer
partijen niet de vereisten in zich verenigen om een huwelijk aan
te gaan, dan wel wanneer het oogmerk van de aanstaande
echtgenoten, of één hunner, niet is gericht op de vervulling van
de door de wet aan de huwelijkse staat verbonden plichten, doch
op het verkrijgen van toelating tot Nederland.
Artikel 51
1.
Bevoegd tot stuiting, wanneer partijen niet de vereisten in
zich verenigen om een huwelijk aan te gaan, zijn
bloedverwanten in de rechte lijn, broeders, zusters, voogden
en curatoren van een der aanstaande echtgenoten.
2. De in
het vorige lid genoemde personen zijn ook bevoegd een
huwelijk te stuiten, wanneer de andere aanstaande echtgenoot
onder curatele staat, en het huwelijk klaarblijkelijk het
ongeluk zou veroorzaken van de partij, waarvan zij
bloedverwant, voogd of curator zijn.
Artikel 52
Hij die met een der partijen door huwelijk
verbonden is dan wel met een der partijen een geregistreerd
partnerschap is aangegaan, kan op grond van het bestaan van dat
huwelijk of dat geregistreerd partnerschap een nieuw aan te gaan
huwelijk stuiten.
Artikel 53
1. Het
openbaar ministerie is verplicht een voorgenomen huwelijk te
stuiten, indien het met een der in de artikelen 31 tot en
met 33, 41 en 42 omschreven huwelijksbeletselen bekend is.
2. Het
openbaar ministerie is bevoegd het huwelijk te stuiten van
een minderjarige, die onder toezicht is gesteld of onder
voorlopige voogdij is geplaatst, indien het belang van die
minderjarige zich tegen het aangaan van het huwelijk verzet;
daarbij kan het belang dat de wederpartij bij het huwelijk
heeft, mede in aanmerking worden genomen.
3. Het
openbaar ministerie is voorts bevoegd het huwelijk als
schijnhandeling wegens strijd met de Nederlandse openbare
orde te stuiten indien het oogmerk van de aanstaande
echtgenoten, of één hunner, niet is gericht op de vervulling
van de door de wet aan de huwelijkse staat verbonden
plichten, doch op het verkrijgen van toelating tot
Nederland.
Artikel 54
1. De
stuiting geschiedt door betekening van een akte aan de
ambtenaar van de burgerlijke stand van één der gemeenten
waar het huwelijk kan worden voltrokken.
2. De
akte houdt de keus van een woonplaats in die gemeente en de
gronden van de stuiting in en vermeldt de hoedanigheid die
aan de opposant de bevoegdheid geeft om het huwelijk te
stuiten; alles op straffe van nietigheid.
3. De
ambtenaar, aan wie de akte is betekend, zal van de gedane
stuiting onverwijld kennis geven aan de ambtenaar van de
burgerlijke stand der andere gemeenten, waar het huwelijk
kan worden voltrokken.
4. De
opposant zal afschrift der akte van stuiting onverwijld doen
betekenen aan de partij, tegen welke de stuiting is gericht.
Artikel 55
Een stuiting kan worden opgeheven:
a. op dezelfde wijze als waarop
zij is geschied;
b. door een verklaring, in persoon
afgelegd ten overstaan van een der ambtenaren van de
burgerlijke stand, genoemd in het vorige artikel;
c. door een verklaring, afgelegd
ten overstaan van een notaris;
d. door een in kracht van gewijsde
gegane beschikking, gegeven op verzoek van een
belanghebbende.
Artikel 56
Het huwelijk mag niet worden voltrokken,
voordat de stuiting is opgeheven. Mocht het desniettemin
voltrokken zijn hangende een geding tot opheffing van de
stuiting, dan kan dit geding op verlangen van de opposant worden
voortgezet en wordt het huwelijk nietig verklaard, indien de
rechter de gegrondheid der stuiting aanvaardt.
Artikel 57
Een ambtenaar van de burgerlijke stand aan
wie het bestaan van een der in de artikelen 31 tot en met 33, 41
en 42 omschreven huwelijksbeletselen bekend is, mag niet tot een
huwelijksaangifte of een huwelijksvoltrekking meewerken, ook al
zou geen stuiting hebben plaatsgehad.
Afdeling 4. De voltrekking van het
huwelijk
Artikel 58
1. Komt
vast te staan dat op het tijdstip waarop de voltrekking van
het huwelijk zal plaatsvinden meer dan zes maanden zullen
zijn verstreken sinds de afgifte van een verklaring als
bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder k , dan doet
de ambtenaar van de burgerlijke stand zich, alvorens tot de
voltrekking van het huwelijk over te gaan, wederom een
zodanige verklaring overleggen, tenzij zulks op grond van
het derde lid niet vereist is.
2.
Indien de overlegging van een verklaring als bedoeld in
artikel 44, eerste lid, onder k , op het tijdstip van
de aangifte van het huwelijk niet werd vereist, doet de
ambtenaar van de burgerlijke stand zich, alvorens tot
voltrekking van het huwelijk over te gaan, alsnog een
zodanige verklaring overleggen, tenzij zulks op grond van
het derde lid niet vereist is.
3. De
verklaring wordt opgesteld op verzoek van de aanstaande
echtgenoot op wie zij betrekking heeft. Heeft deze geen
woonplaats in Nederland, dan wordt zij opgesteld op verzoek
van de andere aanstaande echtgenoot. De verklaring is niet
vereist indien de aanstaande echtgenoten aannemelijk kunnen
maken dat zij beiden buiten Nederland woonplaats hebben. De
verklaring is evenmin vereist indien de aanstaande
echtgenoot die niet de Nederlandse nationaliteit bezit, in
Nederland rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder
b, d of e, van de Vreemdelingenwet 2000.
Artikel 59 [Vervallen per 01-11-1994]
Artikel 60 [Vervallen per 01-11-1994]
Artikel 61 [Vervallen per 01-04-1995]
Artikel 62
1.
Het huwelijk mag niet worden voltrokken
vóór de veertiende dag na de datum van de akte van
huwelijksaangifte.
2. Het
openbaar ministerie bij de rechtbank, binnen wier
rechtsgebied de huwelijksaangifte is geschied, is bevoegd
uit hoofde van gewichtige redenen vrijstelling te verlenen
van de voorgeschreven wachttijd.
Artikel 63
Een huwelijk wordt in tegenwoordigheid van
ten minste twee en ten hoogste vier meerderjarige getuigen in
het openbaar in het gemeentehuis voltrokken ten overstaan van de
ambtenaar van de burgerlijke stand van:
a. de woonplaats van één der
partijen ten tijde van de datum van de akte van
huwelijksaangifte, of
b. 's-Gravenhage, in het geval
bedoeld in artikel 43, eerste lid, tweede zin, van dit
boek, of
c. de bij de huwelijksaangifte
aangewezen gemeente.
Artikel 64
Indien een der partijen uit hoofde van een
behoorlijk bewezen wettig beletsel verhinderd wordt zich naar
het gemeentehuis te begeven, kan het huwelijk worden voltrokken
in een bijzonder huis binnen dezelfde gemeente, mits dit in
tegenwoordigheid van zes meerderjarige getuigen geschiedt.
Artikel 65
De aanstaande echtgenoten zijn verplicht
bij de voltrekking van hun huwelijk in persoon voor de ambtenaar
van de burgerlijke stand te verschijnen.
Artikel 66
Het staat Onze Minister van Justitie vrij,
uit hoofde van gewichtige redenen aan partijen te vergunnen het
huwelijk door een bijzondere bij authentieke akte gevolmachtigde
te voltrekken.
Artikel 67
1. De
aanstaande echtgenoten moeten ten overstaan van de ambtenaar
van de burgerlijke stand en in tegenwoordigheid van de
getuigen verklaren, dat zij elkander aannemen tot
echtgenoten en dat zij getrouw alle plichten zullen
vervullen, die door de wet aan de huwelijkse staat worden
verbonden.
2.
Terstond nadat deze verklaring is afgelegd, verklaart de
ambtenaar van de burgerlijke stand, dat partijen door de
echt aan elkander zijn verbonden, en maakt hij daarvan in
het daartoe bestemde register een akte op.
Artikel 68
Geen godsdienstige plechtigheden zullen
mogen plaats hebben, voordat de partijen aan de bedienaar van de
eredienst zullen hebben doen blijken, dat het huwelijk ten
overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand is
voltrokken.
Afdeling 5. Nietigverklaring van een
huwelijk
Artikel 69
1. Voor
zover hieronder niet anders is bepaald, kan op grond dat de
echtgenoten niet de vereisten in zich verenigden om tezamen
een huwelijk aan te gaan, de nietigverklaring van het
huwelijk worden verzocht door:
a. de bloedverwanten in de
opgaande lijn van een der echtgenoten;
b. ieder der echtgenoten;
c. alle overige personen, die
daarbij een onmiddellijk rechtsbelang hebben, echter
deze alleen na de ontbinding van het huwelijk;
d. het openbaar ministerie, echter
alleen zolang het huwelijk niet is ontbonden.
2. Hij
die met een der echtgenoten nog door een vroeger huwelijk
dan wel door een eerder geregistreerd partnerschap is
verbonden, is eveneens bevoegd op grond van het bestaan van
dat huwelijk of die registratie de nietigverklaring van het
daarna gesloten huwelijk te verzoeken.
Artikel 70
1. Op
verzoek van de ouders, de echtgenoten en het openbaar
ministerie kan een huwelijk worden nietig verklaard, wanneer
het ten overstaan van een niet bevoegde ambtenaar van de
burgerlijke stand of niet in tegenwoordigheid van het
vereiste aantal getuigen is voltrokken.
2. De
bevoegdheid van een echtgenoot om uit dien hoofde de
nietigverklaring van het huwelijk te verzoeken vervalt,
indien er uiterlijk bezit van de huwelijkse staat en een
akte van huwelijksvoltrekking ten overstaan van een
ambtenaar van de burgerlijke stand verleden, aanwezig zijn.
Artikel 71
1. Een
echtgenoot kan de nietigverklaring van zijn huwelijk
verzoeken, wanneer dit onder invloed van een onrechtmatige
ernstige bedreiging is gesloten.
2. Een
gelijk verzoek komt de echtgenoot toe, die bij de
huwelijksvoltrekking gedwaald heeft hetzij in de persoon van
de andere echtgenoot, hetzij omtrent de betekenis van de
door hem afgelegde verklaring.
3. De
bevoegdheid van de echtgenoot de nietigverklaring wegens
bedreiging of dwaling te verzoeken vervalt, wanneer de
echtgenoten zes maanden hebben samengewoond sedert het
ophouden van de bedreiging of de ontdekking van de dwaling,
zonder dat het verzoek is gedaan.
Artikel 71a
Op verzoek van het openbaar ministerie kan
een huwelijk als schijnhandeling wegens strijd met de
Nederlandse openbare orde worden nietig verklaard indien het
oogmerk van de echtgenoten, of één hunner, niet was gericht op
de vervulling van de door de wet aan de huwelijkse staat
verbonden plichten, doch op het verkrijgen van toelating tot
Nederland.
Artikel 72
Een huwelijk kan niet nietig worden
verklaard uit hoofde dat op het tijdstip van de
huwelijksvoltrekking een der echtgenoten onder curatele stond,
en het huwelijk klaarblijkelijk het ongeluk van de andere
echtgenoot zou veroorzaken.
Artikel 73
De nietigverklaring van een huwelijk uit
hoofde van een geestelijke stoornis kan na het ophouden van de
stoornis alleen worden verzocht door de echtgenoot die
geestelijk gestoord was. Het verzoek vervalt door een
samenwoning van ten minste zes maanden na het ophouden van de
stoornis.
Artikel 74
De nietigverklaring van een huwelijk, dat
aangegaan is door iemand die de vereiste leeftijd miste, kan
niet worden verzocht wanneer deze op de dag van het verzoek de
vereiste ouderdom heeft, noch wanneer de vrouw vóór de dag van
het verzoek zwanger is geworden.
Artikel 75
1.
Wegens het ontbreken van een vereiste toestemming van een
derde kan de nietigverklaring van het huwelijk alleen door
die derde of, in het geval van artikel 38 van dit boek, door
de curator worden verzocht. Dit verzoek vervalt, wanneer hij
die bevoegd is de nietigverklaring te verzoeken, het
huwelijk uitdrukkelijk of stilzwijgend heeft goedgekeurd, of
wanneer drie maanden verlopen zijn nadat hij met de
huwelijksvoltrekking bekend is geworden.
2. Hij
die bevoegd is de nietigverklaring te verzoeken, wordt
vermoed met het huwelijk bekend te zijn geworden, wanneer |