Boek 2.
Rechtspersonen
Titel 1. Algemene
bepalingen
Artikel 1
1.
De Staat, de
provincies, de gemeenten, de waterschappen,
alsmede alle lichamen waaraan krachtens de
Grondwet verordenende bevoegdheid is
verleend, bezitten rechtspersoonlijkheid.
2.
Andere lichamen, waaraan
een deel van de overheidstaak is opgedragen,
bezitten slechts rechtspersoonlijkheid,
indien dit uit het bij of krachtens de wet
bepaalde volgt.
3.
De volgende artikelen van
deze titel, behalve artikel 5, gelden niet
voor de in de voorgaande leden bedoelde
rechtspersonen.
Artikel 2
1.
Kerkgenootschappen
alsmede hun zelfstandige onderdelen en
lichamen waarin zij zijn verenigd, bezitten
rechtspersoonlijkheid.
2.
Zij worden geregeerd door
hun eigen statuut, voor zover dit niet in
strijd is met de wet. Met uitzondering van
artikel 5 gelden de volgende artikelen van
deze titel niet voor hen; overeenkomstige
toepassing daarvan is geoorloofd, voor zover
deze is te verenigen met hun statuut en met
de aard der onderlinge verhoudingen.
Artikel 3
Verenigingen,
coöperaties, onderlinge
waarborgmaatschappijen, naamloze
vennootschappen, besloten vennootschappen
met beperkte aansprakelijkheid en
stichtingen bezitten rechtspersoonlijkheid.
Artikel 4
1.
Een rechtspersoon
ontstaat niet bij het ontbreken van een door
een notaris ondertekende akte of een
verklaring van geen bezwaar, voor zover door
de wet voor de totstandkoming vereist. Het
ontbreken van kracht van authenticiteit aan
een door een notaris ondertekende akte
verhindert het ontstaan van de rechtspersoon
slechts, indien die rechtspersoon in een bij
die akte gemaakte uiterste wilsbeschikking
in het leven zou zijn geroepen.
2.
Vernietiging van de
rechtshandeling waardoor een rechtspersoon
is ontstaan, tast diens bestaan niet aan.
Het vervallen van de deelneming van een of
meer oprichters van een rechtspersoon heeft
op zichzelf geen invloed op de
rechtsgeldigheid van de deelneming der
overblijvende oprichters.
3.
Is ten name van een niet
bestaande rechtspersoon een vermogen gevormd,
dan benoemt de rechter op verzoek van een
belanghebbende of het openbaar ministerie
een of meer vereffenaars. Artikel 22 is van
overeenkomstige toepassing.
4.
Het vermogen wordt
vereffend als dat van een ontbonden
rechtspersoon in de voorgewende rechtsvorm.
Degenen die zijn opgetreden als bestuurders,
zijn hoofdelijk verbonden voor de tot dit
vermogen behorende schulden die opeisbaar
zijn geworden in het tijdvak waarin zij dit
deden. Zij zijn eveneens verbonden voor de
schulden die voortspruiten uit in die tijd
ten behoeve van dit vermogen verrichte
rechtshandelingen, voor zover daarvoor
niemand ingevolge de vorige zin verbonden
is. Ontbreken personen die ingevolge de
vorige twee zinnen verbonden zijn, dan zijn
degenen die handelden, hoofdelijk verbonden.
5.
Indien alsnog een
rechtspersoon wordt opgericht ter opvolging
in het vermogen, kan de rechter desverzocht
toestaan dat dit niet wordt vereffend, doch
dat het in die rechtspersoon wordt
ingebracht.
Artikel 5
Een rechtspersoon
staat wat het vermogensrecht betreft, met
een natuurlijk persoon gelijk, tenzij uit de
wet het tegendeel voortvloeit.
Artikel 6
1.
Op wijzigingen in
statuten en reglementen en op ontbinding van
de rechtspersoon, die krachtens dit boek
moeten worden openbaar gemaakt, kan voordat
deze openbaarmakingen en, in geval van
statutenwijziging, de voorgeschreven
openbaarmaking van de gewijzigde statuten
zijn geschied, geen beroep worden gedaan
tegen een wederpartij en derden die daarvan
onkundig waren.
2.
Een door de wet
toegelaten beroep op statutaire
onbevoegdheid van het bestuur of van een
bestuurder tot vertegenwoordiging van de
rechtspersoon bij een rechtshandeling kan
tegen een wederpartij die daarvan onkundig
was, niet worden gedaan, indien de beperking
of uitsluiting van de bevoegdheid niet ten
tijde van het verrichten van die
rechtshandeling op de door de wet
voorgeschreven wijzen was openbaar gemaakt.
Hetzelfde geldt voor een beroep op een
beperking van de
vertegenwoordigingsbevoegdheid van anderen
dan bestuurders, aan wie die bevoegdheid bij
de statuten is toegekend.
3.
De rechtspersoon kan
tegen een wederpartij die daarvan onkundig
was, niet de onjuistheid of onvolledigheid
van de in het register opgenomen gegevens
inroepen. Juiste en volledige inschrijving
elders of openbaarmaking van de statuten is
op zichzelf niet voldoende bewijs dat de
wederpartij van de onjuistheid of
onvolledigheid niet onkundig was.
4.
Voor zover de wet niet
anders bepaalt, kan de wederpartij van een
rechtspersoon zich niet beroepen op
onbekendheid met een feit dat op een door de
wet aangegeven wijze is openbaar gemaakt,
tenzij die openbaarmaking niet is geschied
op elke wijze die de wet vereist of daarvan
niet de voorgeschreven mededeling is gedaan.
5.
De beide vorige leden
gelden niet voor rechterlijke uitspraken die
in het faillissementsregister of het
surséanceregister zijn ingeschreven.
Artikel 7
Een door een
rechtspersoon verrichte rechtshandeling is
vernietigbaar, indien daardoor het doel werd
overschreden en de wederpartij dit wist of
zonder eigen onderzoek moest weten; slechts
de rechtspersoon kan een beroep op deze
grond tot vernietiging doen.
Artikel 8
1.
Een rechtspersoon en
degenen die krachtens de wet en de statuten
bij zijn organisatie zijn betrokken, moeten
zich als zodanig jegens elkander gedragen
naar hetgeen door redelijkheid en
billijkheid wordt gevorderd.
2.
Een tussen hen krachtens
wet, gewoonte, statuten, reglementen of
besluit geldende regel is niet van
toepassing voor zover dit in de gegeven
omstandigheden naar maatstaven van
redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar
zou zijn.
Artikel 9
Elke bestuurder is
tegenover de rechtspersoon gehouden tot een
behoorlijke vervulling van de hem opgedragen
taak. Indien het een aangelegenheid betreft
die tot de werkkring van twee of meer
bestuurders behoort, is ieder van hen voor
het geheel aansprakelijk terzake van een
tekortkoming, tenzij deze niet aan hem is te
wijten en hij niet nalatig is geweest in het
treffen van maatregelen om de gevolgen
daarvan af te wenden.
Artikel 10
1.
Het bestuur is verplicht
van de vermogenstoestand van de
rechtspersoon en van alles betreffende de
werkzaamheden van de rechtspersoon, naar de
eisen die voortvloeien uit deze
werkzaamheden, op zodanige wijze een
administratie te voeren en de daartoe
behorende boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren,
dat te allen tijde de rechten en
verplichtingen van de rechtspersoon kunnen
worden gekend.
2.
Onverminderd het bepaalde
in de volgende titels is het bestuur
verplicht jaarlijks binnen zes maanden na
afloop van het boekjaar de balans en de
staat van baten en lasten van de
rechtspersoon te maken en op papier te
stellen.
3.
Het bestuur is verplicht
de in de leden 1 en 2 bedoelde boeken,
bescheiden en andere gegevensdragers
gedurende zeven jaren te bewaren.
4.
De op een gegevensdrager
aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op
papier gestelde balans en staat van baten en
lasten, kunnen op een andere gegevensdrager
worden overgebracht en bewaard, mits de
overbrenging geschiedt met juiste en
volledige weergave der gegevens en deze
gegevens gedurende de volledige bewaartijd
beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd
leesbaar kunnen worden gemaakt.
Artikel 10a
Het boekjaar van een
rechtspersoon is het kalenderjaar, indien in
de statuten geen ander boekjaar is
aangewezen.
Artikel 11
De aansprakelijkheid
van een rechtspersoon als bestuurder van een
andere rechtspersoon rust tevens hoofdelijk
op ieder die ten tijde van het ontstaan van
de aansprakelijkheid van de rechtspersoon
daarvan bestuurder is.
Artikel 12
Het stemrecht over
besluiten waarbij de rechtspersoon aan
bepaalde personen, anders dan in hun
hoedanigheid van lid, aandeelhouder of lid
van een orgaan, rechten toekent of
verplichtingen kwijtscheldt, kan door de
statuten aan die personen en aan hun
echtgenoot, geregistreerde partner, en
bloedverwanten in de rechte lijn worden
ontzegd.
Artikel 13
1.
Een stem is nietig in de
gevallen waarin een eenzijdige
rechtshandeling nietig is; een stem kan niet
worden vernietigd.
2.
Een onbekwame die lid is
van een vereniging, kan zijn stemrecht
daarin zelf uitoefenen, voor zover de
statuten zich daartegen niet verzetten; in
andere gevallen komt de uitoefening van het
stemrecht toe aan zijn wettelijke
vertegenwoordiger.
3.
Tenzij de statuten anders
bepalen, is het in de vergadering van een
orgaan van een rechtspersoon uitgesproken
oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag
van een stemming beslissend. Hetzelfde geldt
voor de inhoud van een genomen besluit, voor
zover werd gestemd over een niet
schriftelijk vastgelegd voorstel.
4.
Wordt onmiddellijk na het
uitspreken van het oordeel van de voorzitter
de juistheid daarvan betwist, dan vindt een
nieuwe stemming plaats, indien de
meerderheid der vergadering of, indien de
oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of
schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde
aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe
stemming vervallen de rechtsgevolgen van de
oorspronkelijke stemming.
Artikel 14
1.
Een besluit van een
orgaan van een rechtspersoon, dat in strijd
is met de wet of de statuten, is nietig,
tenzij uit de wet iets anders voortvloeit.
2.
Is een besluit nietig,
omdat het is genomen ondanks het ontbreken
van een door de wet of de statuten
voorgeschreven voorafgaande handeling van of
mededeling aan een ander dan het orgaan dat
het besluit heeft genomen, dan kan het door
die ander worden bekrachtigd. Is voor de
ontbrekende handeling een vereiste gesteld,
dan geldt dat ook voor de bekrachtiging.
3.
Bekrachtiging is niet
meer mogelijk na afloop van een redelijke
termijn, die aan de ander is gesteld door
het orgaan dat het besluit heeft genomen of
door de wederpartij tot wie het was gericht.
Artikel 15
1.
Een besluit van een
orgaan van een rechtspersoon is,
onverminderd het elders in de wet omtrent de
mogelijkheid van een vernietiging bepaalde,
vernietigbaar:
a. wegens strijd
met wettelijke of statutaire bepalingen
die het tot stand komen van besluiten
regelen;
b. wegens strijd
met de redelijkheid en billijkheid die
door artikel 8 worden geëist;
c. wegens strijd
met een reglement.
2.
Tot de bepalingen als
bedoeld in het vorige lid onder a,
behoren niet die welke de voorschriften
bevatten waarop in artikel 14 lid 2 wordt
gedoeld.
3.
Vernietiging geschiedt
door een uitspraak van de rechtbank van de
woonplaats van de rechtspersoon:
a. op een
vordering tegen de rechtspersoon van
iemand die een redelijk belang heeft bij
de naleving van de verplichting die niet
is nagekomen, of
b. op vordering
van de rechtspersoon zelf, ingesteld
krachtens bestuursbesluit tegen degene
die door de voorzieningenrechter van de
rechtbank is aangewezen op een daartoe
gedaan verzoek van de rechtspersoon; in
dat geval worden de kosten van het
geding door de rechtspersoon gedragen.
4.
Indien een bestuurder in
eigen naam de vordering instelt, verzoekt de
rechtspersoon de voorzieningenrechter van de
rechtbank iemand aan te wijzen, die terzake
van het geding in de plaats van het bestuur
treedt.
5.
De bevoegdheid om
vernietiging van het besluit te vorderen,
vervalt een jaar na het einde van de dag,
waarop hetzij aan het besluit voldoende
bekendheid is gegeven, hetzij de
belanghebbende van het besluit kennis heeft
genomen of daarvan is verwittigd.
6.
Een besluit dat
vernietigbaar is op grond van lid 1 onder
a, kan door een daartoe strekkend
besluit worden bevestigd; voor dit besluit
gelden de zelfde vereisten als voor het te
bevestigen besluit. De bevestiging werkt
niet zolang een tevoren ingestelde vordering
tot vernietiging aanhangig is. Indien de
vordering wordt toegewezen, geldt het
vernietigde besluit als opnieuw genomen door
het latere besluit, tenzij uit de strekking
van dit besluit het tegendeel voortvloeit.
Artikel 16
1.
De onherroepelijke
uitspraak die de nietigheid van een besluit
van een rechtspersoon vaststelt of die zulk
een besluit vernietigt, is voor een ieder,
behoudens herroeping of derdenverzet,
bindend, indien de rechtspersoon partij in
het geding is geweest. Herroeping komt ieder
lid of aandeelhouder toe.
2.
Is het besluit een
rechtshandeling van de rechtspersoon, die
tot een wederpartij is gericht, of is het
een vereiste voor de geldigheid van zulk een
rechtshandeling, dan kan de nietigheid of
vernietiging van het besluit niet aan die
wederpartij worden tegengeworpen, indien
deze het gebrek dat aan het besluit kleefde,
kende noch behoefde te kennen. Niettemin kan
de nietigheid of vernietiging van een
besluit tot benoeming van een bestuurder of
een commissaris aan de benoemde worden
tegengeworpen; de rechtspersoon vergoedt
echter diens schade, indien hij het gebrek
in het besluit kende noch behoefde te
kennen.
Artikel 17
Een rechtspersoon wordt
opgericht voor onbepaalde tijd.
Artikel 18
1.
Een rechtspersoon kan
zich met inachtneming van de volgende leden
omzetten in een andere rechtsvorm.
2.
Voor omzetting zijn
vereist:
a. een besluit tot
omzetting, genomen met inachtneming van
de vereisten voor een besluit tot
statutenwijziging en, tenzij een
stichting zich omzet, genomen met de
stemmen van ten minste negen tienden van
de uitgebrachte stemmen;
b. een besluit tot
wijziging van de statuten;
c. een notariële
akte van omzetting die de nieuwe
statuten bevat.
3.
De in het vorige lid
onder a genoemde meerderheid is niet
vereist voor een omzetting van een naamloze
vennootschap in een besloten vennootschap of
omgekeerd.
4.
Voor de omzetting van of
in een stichting en van een naamloze of
besloten vennootschap in een vereniging is
bovendien rechterlijke machtiging vereist.
5.
Slechts de rechtspersoon
kan machtiging tot omzetting verzoeken aan
de rechtbank, onder overlegging van een
notarieel ontwerp van de akte. Zij wordt in
elk geval geweigerd, indien een vereist
besluit nietig is of indien een
rechtsvordering tot vernietiging daarvan
aanhangig is. Zij wordt geweigerd, indien de
belangen van stemgerechtdigden die niet
hebben ingestemd of van anderen van wie ten
minste iemand zich tot de rechter heeft
gewend, onvoldoende zijn ontzien. Indien
voor de omzetting machtiging van de rechter
is vereist, verklaart de notaris in de akte
van omzetting dat de machtiging op het
ontwerp van de akte is verleend.
6.
Na omzetting van een
stichting moet uit de statuten blijken dat
het vermogen dat zij bij de omzetting heeft
en de vruchten daarvan slechts met
toestemming van de rechter anders mogen
worden besteed dan voor de omzetting was
voorgeschreven. Hetzelfde geldt voor de
statuten van een rechtspersoon voor zover
dit vermogen en deze vruchten daarop
krachtens fusie of splitsing zijn
overgegaan.
7.
De rechtspersoon doet
opgave van de omzetting ter inschrijving in
de registers waarin hij moet zijn en moet
worden ingeschreven dan wel als vereniging
vrijwillig is ingeschreven.
8.
Omzetting beëindigt het
bestaan van de rechtspersoon niet.
Artikel 19
1.
Een rechtspersoon wordt
ontbonden:
a. door een
besluit van de algemene vergadering of,
indien de rechtspersoon een stichting
is, door een besluit van het bestuur
tenzij in de statuten anders is
voorzien;
b. bij het
intreden van een gebeurtenis die volgens
de statuten de ontbinding tot gevolg
heeft, en die niet een besluit of een op
ontbinding gerichte handeling is;
c. na
faillietverklaring door hetzij opheffing
van het faillissement wegens de toestand
van de boedel, hetzij door insolventie;
d. door het geheel
ontbreken van leden, indien de
rechtspersoon een vereniging, een
coöperatie of een onderlinge
waarborgmaatschappij is;
e. door een
beschikking van de Kamer van Koophandel
en Fabrieken als bedoeld in artikel 19a;
f. door de rechter
in de gevallen die de wet bepaalt.
2.
De rechtbank verklaart op
verzoek van het bestuur, een belanghebbende
of het openbaar ministerie, of en op welk
tijdstip de rechtspersoon is ontbonden in
een geval als bedoeld in lid 1 onder b
of d. De beschikking is voor een
ieder bindend. Is de rechtspersoon in een
register ingeschreven, dan wordt de in
kracht van gewijsde gegane uitspraak,
inhoudende de verklaring, door de zorg van
de griffier aldaar ingeschreven.
3.
Aan de registers waar de
rechtspersoon is ingeschreven wordt van de
ontbinding opgaaf gedaan: in de gevallen als
bedoeld in lid 1, onder a, b en d
door de vereffenaar, indien deze er is en
anders door het bestuur, in het geval als
bedoeld in lid 1, onder c door de
faillissementscurator, in het geval als
bedoeld in lid 1, onder e door de
Kamer van Koophandel en Fabrieken en in het
geval als bedoeld in lid 1 onder f
door de griffier van het betrokken gerecht.
4.
Indien de rechtspersoon
op het tijdstip van zijn ontbinding geen
baten meer heeft, houdt hij alsdan op te
bestaan. In dat geval doet het bestuur of,
bij toepassing van artikel 19a, de Kamer van
Koophandel en Fabrieken, daarvan opgaaf aan
de registers waar de rechtspersoon is
ingeschreven.
5.
De rechtspersoon blijft
na ontbinding voortbestaan voor zover dit
tot vereffening van zijn vermogen nodig is.
In stukken en aankondigingen die van hem
uitgaan, moet aan zijn naam worden
toegevoegd: in liquidatie.
6.
De rechtspersoon houdt in
geval van vereffening op te bestaan op het
tijdstip waarop de vereffening eindigt. De
vereffenaar of de faillissementscurator doet
aan de registers waar de rechtspersoon is
ingeschreven, daarvan opgaaf.
7.
De gegevens die omtrent
de rechtspersoon in de registers zijn
opgenomen op het tijdstip waarop hij ophoudt
te bestaan, blijven daar gedurende tien
jaren na dat tijdstip bewaard.
Artikel 19a
1.
Een in het
handelsregister ingeschreven naamloze
vennootschap, besloten vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid, coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij wordt door
een beschikking van de Kamer van Koophandel
en Fabrieken, waar die rechtspersoon is
ingeschreven, ontbonden, indien de Kamer is
gebleken dat ten minste twee van de
hiernavolgende omstandigheden zich voordoen:
a. de
rechtspersoon heeft het voor zijn
inschrijving in het handelsregister of
voor de inschrijving van een aan hem
toebehorende onderneming verschuldigde
bedrag niet voldaan gedurende ten minste
een jaar na de datum waarvoor hij dat
bedrag had moeten voldoen;
b. er staan
gedurende ten minste een jaar geen
bestuurders van de rechtspersoon in het
register ingeschreven, terwijl ook geen
opgaaf tot inschrijving is gedaan, dan
wel er doet zich, indien er wel
bestuurders staan ingeschreven, met
betrekking tot alle ingeschreven
bestuurders een van de navolgende
omstandigheden voor:
1°. bestuurder
is overleden,
2°. de
bestuurder is ten minste een jaar
niet bereikbaar gebleken op het in
het register vermelde adres, en
evenmin op het in de gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens
ingeschreven adres, dan wel in die
administratie staat ten minste een
jaar geen adres van de bestuurder
vermeld;
c. de
rechtspersoon is ten minste een jaar in
gebreke met de nakoming van de
verplichting tot openbaarmaking van de
jaarrekening of de balans en de
toelichting overeenkomstig de artikelen
394, 396 of 397;
d. de
rechtspersoon heeft ten minste een jaar
geen gevolg gegeven aan een aanmaning
als bedoeld in artikel 9, lid 3 van de
Algemene wet inzake rijksbelastingen tot
het doen van aangifte voor de
vennootschapsbelasting.
2.
Een in het
handelsregister ingeschreven vereniging of
stichting, die niet een onderneming drijft
die in het handelsregister staat
ingeschreven, wordt door een beschikking van
de Kamer van Koophandel en Fabrieken, waar
de rechtspersoon is ingeschreven, ontbonden,
indien de Kamer is gebleken dat de
omstandigheid, genoemd in het lid 1 onder
b, zich voordoet en zij ten minste een
jaar in gebreke is het voor inschrijving in
het handelsregister verschuldigde bedrag te
voldoen.
3.
Indien de Kamer op grond
van haar bekende gegevens gebleken is dat
een rechtspersoon als bedoeld in de leden 1
en 2 voor ontbinding in aanmerking komt,
deelt zij de rechtspersoon en de
ingeschreven bestuurders bij aangetekende
brief aan hun laatst bekende adres mee, dat
zij voornemens is tot ontbinding van de
rechtspersoon over te gaan, met vermelding
van de omstandigheden waarop het voornemen
is gegrond. De Kamer schrijft deze
mededeling in het register. Als de
omstandigheid, bedoeld in lid 1, onder b
zich voordoet, doet de Kamer van het
voornemen tot ontbinding tevens een
mededeling opnemen in de Nederlandse
Staatscourant. Voor zover de kosten van
deze publikatie niet uit het vermogen van de
rechtspersoon kunnen worden voldaan, komen
deze ten laste van Onze Minister van
Justitie.
4.
Na verloop van acht weken
na de dagtekening van de aangetekende brief
ontbindt de Kamer de rechtspersoon bij
beschikking, tenzij voordien is gebleken dat
de omstandigheden die ingevolge het derde
lid zijn vermeld, zich niet of niet meer
voordoen.
5.
De beschikking wordt
bekend gemaakt aan de rechtspersoon en de
ingeschreven bestuurders.
6.
De Kamer doet van de
ontbinding een mededeling opnemen in de
Nederlandse Staatscourant. Lid 3, vierde
zin, is van overeenkomstige toepassing.
7.
Als op grond van artikel
23, lid 1 geen vereffenaars kunnen worden
aangewezen, treedt de Kamer op als
vereffenaar van het vermogen van de
ontbonden rechtspersoon, behoudens het
bepaalde in artikel 19, lid 4. Op verzoek
van de Kamer benoemt de rechtbank in haar
plaats een of meer andere vereffenaars.
8.
Indien tegen een
beschikking als bedoeld in lid 4, beroep
wordt ingesteld bij het College van Beroep
voor het bedrijfsleven schrijft de Kamer dat
in het register in. De beslissing op het
beroep wordt tevens ingeschreven. Indien de
beslissing strekt tot vernietiging van de
beschikking doet de Kamer een mededeling
daarvan opnemen in de Nederlandse
Staatscourant. Gedurende het tijdvak
waarin de rechtspersoon na de beschikking
tot ontbinding had opgehouden te bestaan, is
er een verlengingsgrond als bedoeld in
artikel 320 van Boek 3 ten aanzien van de
verjaring van rechtsvorderingen van of tegen
de rechtspersoon.
Artikel 20
1.
Een rechtspersoon waarvan
de werkzaamheid in strijd is met de openbare
orde, wordt door de rechtbank op verzoek van
het openbaar ministerie verboden verklaard
en ontbonden.
2.
Een rechtspersoon waarvan
het doel in strijd is met de openbare orde,
wordt door de rechtbank op verzoek van het
openbaar ministerie ontbonden. Alvorens de
ontbinding uit te spreken kan de rechtbank
de rechtspersoon in de gelegenheid stellen
binnen een door haar te bepalen termijn zijn
doel zodanig te wijzigen dat het niet meer
in strijd is met de openbare orde.
Artikel 21
1.
De rechtbank ontbindt een
rechtspersoon, indien:
a. aan zijn
totstandkoming gebreken kleven;
b. zijn statuten
niet aan de eisen der wet voldoen;
c. hij niet onder
de wettelijke omschrijving van zijn
rechtsvorm valt.
2.
De rechtbank ontbindt de
rechtspersoon niet, indien zij hem een
termijn vergund heeft en hij na afloop
daarvan een rechtspersoon is die aan de
eisen van de wet voldoet.
3.
De rechtbank kan een
rechtspersoon ontbinden, indien deze de in
dit boek voor zijn rechtsvorm gestelde
verboden overtreedt of in ernstige mate in
strijd met zijn statuten handelt.
4.
De ontbinding wordt
uitgesproken op verzoek van een
belanghebbende of het openbaar ministerie.
Artikel 22
1.
De rechter voor wie een
verzoek tot ontbinding van de rechtspersoon
aanhangig is, kan de goederen van die
rechtspersoon desverlangd onder bewind
stellen; de beschikking vermeldt het
tijdstip waarop zij in werking treedt.
2.
De rechter benoemt bij
zijn beschikking een of meer bewindvoerders,
en regelt hun bevoegdheden en hun beloning.
3.
Voor zover de rechter
niet anders bepaalt, kunnen de organen van
de rechtspersoon zonder voorafgaande
goedkeuring van de bewindvoerder geen
besluiten nemen en kunnen vertegenwoordigers
van de rechtspersoon zonder diens
medewerking geen rechtshandelingen
verrichten.
4.
De beschikking kan te
allen tijde door de rechter worden gewijzigd
of ingetrokken; het bewind eindigt in ieder
geval, zodra de uitspraak op het verzoek tot
ontbinding in kracht van gewijsde gaat.
5.
De bewindvoerder doet aan
de registers waar de rechtspersoon is
ingeschreven, opgaaf van de beschikking en
van de gegevens over zichzelf die omtrent
een bestuurder worden verlangd.
6.
Een rechtshandeling die
de rechtspersoon ondanks zijn uit het bewind
voortvloeiende onbevoegdheid vóór de
inschrijving heeft verricht, is niettemin
geldig, indien de wederpartij het bewind
kende noch behoorde te kennen.
Artikel 22a
1.
Voor of bij het doen van
een verzoek door het openbaar ministerie tot
ontbinding van een naamloze vennootschap of
een besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid, kan het openbaar
ministerie de rechter bij verzoekschrift
vragen te bevelen dat, tot de uitspraak op
genoemd verzoek in kracht van gewijsde gaat,
aan de aandeelhouders de bevoegdheid tot het
vervreemden, verpanden of met vruchtgebruik
belasten van aandelen wordt ontzegd.
2.
De rechter beslist na
summier onderzoek. Het bevel wordt gegeven
onder voorwaarde dat het instellen van het
verzoek tot ontbinding geschiedt binnen een
door de rechter daartoe te bepalen termijn.
Tegen deze beschikking is geen hogere
voorziening toegelaten.
3.
De beschikking wordt
onverwijld, zo mogelijk op dezelfde dag,
betekend aan de aandeelhouders en de
vennootschap. De griffier draagt zorg voor
de inschrijving van de beschikking in het
register waarin de rechtspersoon is
ingeschreven.
4.
Binnen acht dagen na de
betekening in het vorige lid vermeld kunnen
de aandeelhouders tegen de beschikking in
verzet komen. Het verzet schorst het bevel
niet, behoudens de bevoegdheid van de
aandeelhouders om daarop in kort geding door
de voorzieningenrechter van de rechtbank te
doen beslissen. Verzet tegen de beschikking
kan niet gegrond zijn op de bewering dat de
aandeelhouder zijn aandelen wil overdragen.
5.
Het verzoek tot
ontbinding moet binnen acht dagen nadat deze
is ingesteld aan de aandeelhouder worden
betekend.
Artikel 23
1.
Voor zover de rechter
geen andere vereffenaars heeft benoemd en de
statuten geen andere vereffenaars aanwijzen,
worden de bestuurders vereffenaars van het
vermogen van een ontbonden rechtspersoon. Op
vereffenaars die niet door de rechter worden
benoemd, zijn de bepalingen omtrent de
benoeming, de schorsing, het ontslag en het
toezicht op bestuurders van toepassing, voor
zover de statuten niet anders bepalen. Het
vermogen van een door de rechter ontbonden
rechtspersoon wordt vereffend door een of
meer door hem te benoemen vereffenaars.
2.
Ontslaat de rechter een
vereffenaar, dan kan hij een of meer andere
benoemen. Ontbreken vereffenaars, dan
benoemt de rechtbank een of meer
vereffenaars op verzoek van een
belanghebbende of het openbaar ministerie.
De vereffenaar die door de rechter is
benoemd, heeft recht op de beloning welke
deze hem toekent.
3.
Een benoeming tot
vereffenaar door de rechter gaat in daags
nadat de griffier de benoeming aan de
vereffenaar heeft meegedeeld; de griffier
doet de mededeling terstond, indien de
beslissing die de benoeming inhoudt, bij
voorraad uitvoerbaar is en anders, zodra zij
in kracht van gewijsde is gegaan.
4.
Iedere vereffenaar doet
aan de registers waar de rechtspersoon is
ingeschreven, opgaaf van zijn optreden als
zodanig en van de gegevens over zichzelf die
van een bestuurder worden verlangd.
5.
De rechtbank kan een
vereffenaar met ingang van een door haar
bepaalde dag ontslaan, het zij op diens
verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen op
verzoek van een medevereffenaar, het
openbaar ministerie of ambtshalve.
6.
De ontslagen vereffenaar
legt rekening en verantwoording af aan
degenen die de vereffening voortzetten. Is
de opvolger door de rechter benoemd, dan
geschiedt de rekening en verantwoording ten
overstaan van de rechter.
Artikel 23a
1.
Een vereffenaar heeft,
tenzij de statuten anders bepalen, dezelfde
bevoegdheden, plichten en aansprakelijkheid
als een bestuurder, voor zover deze
verenigbaar zijn met zijn taak als
vereffenaar.
2.
Zijn er twee of meer
vereffenaars, dan kan ieder van hen alle
werkzaamheden verrichten, tenzij anders is
bepaald. Bij verschil van mening tussen de
vereffenaars beslist op verzoek van een
hunner de rechter die bij de vereffening is
betrokken, en anders de kantonrechter. De
rechter bedoeld in de vorige zin, kan ook
een verdeling van het loon vaststellen.
3.
Zowel de rechtbank als
een door haar in de vereffening benoemde
rechter-commissaris kan voor de vereffening
nodige bevelen geven, al dan niet in de vorm
van een bevelschrift in executoriale vorm.
De vereffenaar is verplicht hun aanwijzingen
op te volgen. Tegen de bevelen en
aanwijzingen staan geen rechtsmiddelen open.
4.
Blijkt de vereffenaar dat
de schulden de baten vermoedelijk zullen
overtreffen, dan doet hij aangifte tot
faillietverklaring, tenzij alle bekende
schuldeisers desgevraagd instemmen met
voortzetting van de vereffening buiten
faillissement.
5.
De voorgaande bepalingen
van dit artikel en de artikelen 23b-23c
zijn niet van toepassing op vereffening in
faillissement.
Artikel 23b
1.
De vereffenaar draagt
hetgeen na de voldoening der schuldeisers
van het vermogen van de ontbonden
rechtspersoon is overgebleven, in verhouding
tot ieders recht over aan hen die krachtens
de statuten daartoe zijn gerechtigd, of
anders aan de leden of aandeelhouders. Heeft
geen ander recht op het overschot, dan keert
hij het uit aan de Staat, die het zoveel
mogelijk overeenkomstig het doel van de
rechtspersoon besteedt.
2.
De vereffenaar stelt een
rekening en verantwoording op van de
vereffening, waaruit de omvang en
samenstelling van het overschot blijken.
Zijn er twee of meer gerechtigden tot het
overschot, dan stelt de vereffenaar een plan
van verdeling op dat de grondslagen der
verdeling bevat.
3.
Voor zover tot het
overschot iets anders dan geld behoort en de
statuten of een rechterlijke beschikking
geen nadere aanwijzing behelzen, komen als
wijzen van verdeling in aanmerking:
a. toedeling van
een gedeelte van het overschot aan ieder
der gerechtigden;
b. overbedeling
aan een of meer gerechtigden tegen
vergoeding van de overwaarde;
c. verdeling van
de netto-opbrengst na verkoop.
4.
De vereffenaar legt de
rekening en verantwoording en het plan van
verdeling neer ten kantore van de registers
waarin de rechtspersoon is ingeschreven, en
in elk geval ten kantore van de
rechtspersoon, als dat er is, of op een
andere plaats in het arrondissement waar de
rechtspersoon woonplaats heeft. De stukken
liggen daar twee maanden voor ieder ter
inzage. De vereffenaar maakt in een
nieuwsblad bekend waar en tot wanneer zij
ter inzage liggen. De rechter kan
aankondiging in de Staatscourant
bevelen.
5.
Binnen twee maanden nadat
de rekening en verantwoording en het plan
zijn neergelegd en de nederlegging
overeenkomstig lid 4 is bekendgemaakt en
aangekondigd, kan iedere schuldeiser of
gerechtigde daartegen door een
verzoekschrift aan de rechtbank in verzet
komen. De vereffenaar doet van gedaan verzet
mededeling op de zelfde wijze als waarop de
nederlegging van de rekening en
verantwoording en het plan van verdeling
zijn medegedeeld.
6.
Telkens wanneer de stand
van het vermogen daartoe aanleiding geeft,
kan de vereffenaar een uitkering bij
voorbaat aan de gerechtigden doen. Na de
aanvang van de verzettermijn doet hij dit
niet zonder machtiging van de rechter.
7.
Zodra de intrekking van
of beslissing op elk verzet onherroepelijk
is, deelt de vereffenaar dit mede op de
wijze waarop het verzet is medegedeeld.
Brengt de beslissing wijziging in het plan
van verdeling, dan wordt ook het gewijzigde
plan van verdeling op deze wijze meegedeeld.
8.
De vereffenaar
consigneert geldbedragen waarover niet
binnen zes maanden na de laatste
betaalbaarstelling is beschikt.
9.
De vereffening eindigt op
het tijdstip waarop geen aan de vereffenaar
bekende baten meer aanwezig zijn.
10.
Na verloop van een maand
nadat de vereffening is geëindigd, doet de
vereffenaar rekening en verantwoording van
zijn beheer aan de rechter, indien deze bij
de vereffening is betrokken.
Artikel 23c
1.
Indien na het tijdstip
waarop de rechtspersoon is opgehouden te
bestaan nog een schuldeiser of gerechtigde
tot het saldo opkomt of van het bestaan van
een bate blijkt, kan de rechtbank op verzoek
van een belanghebbende de vereffening
heropenen en zo nodig een vereffenaar
benoemen. In dat geval herleeft de
rechtspersoon, doch uitsluitend ter
afwikkeling van de heropende vereffening. De
vereffenaar is bevoegd van elk der
gerechtigden terug te vorderen hetgeen deze
te veel uit het overschot heeft ontvangen.
2.
Gedurende het tijdvak
waarin de rechtspersoon had opgehouden te
bestaan, is er een verlengingsgrond als
bedoeld in artikel 320 van Boek 3 ten
aanzien van de verjaring van
rechtsvorderingen van of tegen de
rechtspersoon.
Artikel 24
1.
De boeken, bescheiden en
andere gegevensdragers van een ontbonden
rechtspersoon moeten worden bewaard
gedurende zeven jaren nadat de rechtspersoon
heeft opgehouden te bestaan. Bewaarder is
degene die bij of krachtens de statuten, dan
wel door de algemene vergadering of, als de
rechtspersoon een stichting was, door het
bestuur als zodanig is aangewezen.
2.
Ontbreekt een bewaarder
en is de laatste vereffenaar niet bereid te
bewaren, dan wordt een bewaarder, zo
mogelijk uit de kring dergenen die bij de
rechtspersoon waren betrokken, op verzoek
van een belanghebbende benoemd door de
kantonrechter van de rechtbank van het
arrondissement waarin de rechtspersoon
woonplaats had. Rechtsmiddelen staan niet
open.
3.
Binnen acht dagen na het
ingaan van zijn bewaarplicht moet de
bewaarder zijn naam en adres opgeven aan de
registers waarin de ontbonden rechtspersoon
was ingeschreven.
4.
De in lid 2 genoemde
kantonrechter kan desverzocht machtiging tot
raadpleging van de boeken, bescheiden en
andere gegevensdragers geven aan iedere
belanghebbende, indien de rechtspersoon een
stichting was, en overigens aan ieder die
aantoont bij inzage een redelijk belang te
hebben in zijn hoedanigheid van voormalig
lid of aandeelhouder van de rechtspersoon of
houder van certificaten van diens aandelen,
dan wel als rechtverkrijgende van een
zodanige persoon.
Artikel 24a
1.
Dochtermaatschappij van
een rechtspersoon is:
a. een
rechtspersoon waarin de rechtspersoon of
een of meer van zijn
dochtermaatschappijen, al dan niet
krachtens overeenkomst met andere
stemgerechtigden, alleen of samen meer
dan de helft van de stemrechten in de
algemene vergadering kunnen uitoefenen;
b. een
rechtspersoon waarvan de rechtspersoon
of een of meer van zijn
dochtermaatschappijen lid of
aandeelhouder zijn en, al dan niet
krachtens overeenkomst met andere
stemgerechtigden, alleen of samen meer
dan de helft van de bestuurders of van
de commissarissen kunnen benoemen of
ontslaan, ook indien alle
stemgerechtigden stemmen.
2.
Met een
dochtermaatschappij wordt gelijk gesteld een
onder eigen naam optredende vennootschap
waarin de rechtspersoon of een of meer
dochtermaatschappijen als vennoot volledig
jegens schuldeisers aansprakelijk is voor de
schulden.
3.
Voor de toepassing van
lid 1 worden aan aandelen verbonden rechten
niet toegerekend aan degene die de aandelen
voor rekening van anderen houdt. Aan
aandelen verbonden rechten worden
toegerekend aan degene voor wiens rekening
de aandelen worden gehouden, indien deze
bevoegd is te bepalen hoe de rechten worden
uitgeoefend dan wel zich de aandelen te
verschaffen.
4.
Voor de toepassing van
lid 1 worden stemrechten, verbonden aan
verpande aandelen, toegerekend aan de
pandhouder, indien hij mag bepalen hoe de
rechten worden uitgeoefend. Zijn de aandelen
evenwel verpand voor een lening die de
pandhouder heeft verstrekt in de gewone
uitoefening van zijn bedrijf, dan worden de
stemrechten hem slechts toegerekend, indien
hij deze in eigen belang heeft uitgeoefend.
Artikel 24b
Een groep is een
economische eenheid waarin rechtspersonen en
vennootschappen organisatorisch zijn verbonden.
Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen en
vennootschappen die met elkaar in een groep zijn
verbonden.
Artikel 24c
1.
Een rechtspersoon of
vennootschap heeft een deelneming in een
rechtspersoon, indien hij of een of meer van
zijn dochtermaatschappijen alleen of samen
voor eigen rekening aan die rechtspersoon
kapitaal verschaffen of doen verschaffen
teneinde met die rechtspersoon duurzaam
verbonden te zijn ten dienste van de eigen
werkzaamheid. Indien een vijfde of meer van
het geplaatste kapitaal wordt verschaft,
wordt het bestaan van een deelneming
vermoed.
2.
Een rechtspersoon heeft
een deelneming in een vennootschap, indien
hij of een dochtermaatschappij:
a. daarin als
vennoot jegens schuldeisers volledig
aansprakelijk is voor de schulden; of
b. daarin
anderszins vennoot is teneinde met die
vennootschap duurzaam verbonden te zijn
ten dienste van de eigen werkzaamheid.
Artikel 24d
Bij de vaststelling in
hoeverre de leden of aandeelhouders stemmen,
aanwezig of vertegenwoordigd zijn, of in
hoeverre het aandelenkapitaal verschaft wordt of
vertegenwoordigd is, wordt geen rekening
gehouden met lidmaatschappen of aandelen waarvan
de wet bepaalt dat daarvoor geen stem kan worden
uitgebracht.
Artikel 25
Van de bepalingen van dit
boek kan slechts worden afgeweken, voor zover
dat uit de wet blijkt.
Titel 2. Verenigingen
Artikel 26
1.
De vereniging is een
rechtspersoon met leden die is gericht op
een bepaald doel, anders dan een dat is
omschreven in artikel 53 lid 1 of lid 2.
2.
Een vereniging wordt bij
meerzijdige rechtshandeling opgericht.
3.
Een vereniging mag geen
winst onder haar leden verdelen.
Artikel 27
1.
Wordt een vereniging
opgericht bij een notariële akte, dan moeten
de volgende bepalingen in acht worden
genomen.
2.
De akte wordt verleden in
de Nederlandse taal. Een volmacht tot
medewerking aan de akte moet schriftelijk
zijn verleend. Indien de vereniging haar
zetel heeft in de provincie Fryslân kan de
akte in de Friese taal worden verleden.
3.
De akte bevat de statuten
van de vereniging.
4.
De statuten houden in:
a. de naam van de
vereniging en de gemeente in Nederland
waar zij haar zetel heeft;
b. het doel van de
vereniging;
c. de
verplichtingen die de leden tegenover de
vereniging hebben, of de wijze waarop
zodanige verplichtingen kunnen worden
opgelegd;
d. de wijze van
bijeenroeping van de algemene
vergadering;
e. de wijze van
benoeming en ontslag van de bestuurders;
f. de bestemming
van het batig saldo van de vereniging in
geval van ontbinding, of de wijze waarop
de bestemming zal worden vastgesteld.
5.
De notaris, ten overstaan
van wie de akte wordt verleden, draagt zorg
dat de akte voldoet aan het in de leden 2-4
bepaalde. Bij verzuim is hij persoonlijk
jegens hen die daardoor schade hebben
geleden, aansprakelijk.
Artikel 28
1.
Is een vereniging niet
overeenkomstig het eerste lid van het vorige
artikel opgericht, dan kan de algemene
vergadering besluiten de statuten te doen
opnemen in een notariële akte.
2.
De leden 2-5 van het
vorige artikel zijn van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 29
1.
De bestuurders van een
vereniging waarvan de statuten zijn
opgenomen in een notariële akte, zijn
verplicht haar te doen inschrijven in het
handelsregister en een authentiek afschrift
van de akte, dan wel een authentiek
uittreksel van de akte bevattende de
statuten, ten kantore van dat register neer
te leggen.
2.
Zolang de opgave ter
eerste inschrijving en nederlegging niet
zijn geschied, is iedere bestuurder voor een
rechtshandeling waardoor hij de vereniging
verbindt, naast de vereniging hoofdelijk
aansprakelijk.
Artikel 30
1.
Een vereniging waarvan de
statuten niet zijn opgenomen in een
notariële akte, kan geen registergoederen
verkrijgen en kan geen erfgenaam zijn.
2.
De bestuurders zijn
hoofdelijk naast de vereniging verbonden
voor schulden uit een rechtshandeling die
tijdens hun bestuur opeisbaar worden. Na hun
aftreden zijn zij voorts hoofdelijk
verbonden voor schulden, voortspruitend uit
een tijdens hun bestuur verrichte
rechtshandeling, voor zover daarvoor niemand
ingevolge de vorige zin naast de vereniging
is verbonden. Aansprakelijkheid ingevolge
een der voorgaande zinnen rust niet op
degene die niet tevoren over de
rechtshandeling is geraadpleegd en die heeft
geweigerd haar, toen zij hem bekend werd,
als bestuurder voor zijn verantwoording te
nemen. Ontbreken personen die ingevolge de
eerste of tweede zin naast de vereniging
zijn verbonden, dan zijn degenen die
handelden, hoofdelijk verbonden.
3.
De bestuurders van een
zodanige vereniging kunnen haar doen
inschrijven in het handelsregister. Indien
de statuten op schrift zijn gesteld, leggen
zij alsdan een afschrift daarvan ten kantore
van dat register neer.
4.
Heeft de inschrijving,
bedoeld in het vorige lid, plaatsgevonden,
dan is degene die uit hoofde van lid 2 wordt
verbonden slechts aansprakelijk, voor zover
de wederpartij aannemelijk maakt dat de
vereniging niet aan de verbintenis zal
voldoen.
Artikel 31 [Vervallen per
01-01-1992]
Artikel 32 [Vervallen per
01-09-1994]
Artikel 33
Tenzij de statuten anders
bepalen, beslist het bestuur over de toelating
van een lid en kan bij niet-toelating de
algemene vergadering alsnog tot toelating
besluiten.
Artikel 34
1.
Het lidmaatschap van de
vereniging is persoonlijk, tenzij de
statuten anders bepalen.
2.
Tenzij de statuten van de
vereniging anders bepalen, gaat het
lidmaatschap van een rechtspersoon die door
fusie of splitsing ophoudt te bestaan, over
op de verkrijgende rechtspersoon
onderscheidenlijk overeenkomstig de aan de
akte van splitsing gehechte beschrijving op
een van de verkrijgende rechtspersonen.
Artikel 34a
Verbintenissen kunnen
slechts bij of krachtens de statuten aan het
lidmaatschap worden verbonden.
Artikel 35
1.
Het lidmaatschap eindigt:
a. door de dood
van het lid, tenzij de statuten overgang
krachtens erfrecht toelaten;
b. door opzegging
door het lid;
c. door opzegging
door de vereniging;
d. door
ontzetting.
2.
De vereniging kan het
lidmaatschap opzeggen in de gevallen in de
statuten genoemd, voorts wanneer een lid
heeft opgehouden aan de vereisten door de
statuten voor het lidmaatschap gesteld, te
voldoen, alsook wanneer redelijkerwijs van
de vereniging niet gevergd kan worden het
lidmaatschap te laten voortduren. Tenzij de
statuten dit aan een ander orgaan opdragen,
geschiedt de opzegging door het bestuur.
3.
Ontzetting kan alleen
worden uitgesproken wanneer een lid in
strijd met de statuten, reglementen of
besluiten der vereniging handelt, of de
vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
4.
Tenzij de statuten dit
aan een ander orgaan opdragen, geschiedt de
ontzetting door het bestuur. Het lid wordt
ten spoedigste schriftelijk van het besluit,
met opgave van redenen, in kennis gesteld.
Hem staat, behalve wanneer krachtens de
statuten het besluit door de algemene
vergadering is genomen, binnen één maand na
ontvangst van de kennisgeving van het
besluit, beroep op de algemene vergadering
of een daartoe bij de statuten aangewezen
orgaan of derde open. De statuten kunnen een
andere regeling van het beroep bevatten,
doch de termijn kan niet korter dan op één
maand worden gesteld. Gedurende de
beroepstermijn en hangende het beroep is het
lid geschorst.
5.
Wanneer het lidmaatschap
in de loop van een boekjaar eindigt, blijft,
tenzij de statuten anders bepalen,
desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het
geheel verschuldigd.
Artikel 36
1.
Tenzij de statuten anders
bepalen, kan opzegging van het lidmaatschap
slechts geschieden tegen het einde van een
boekjaar en met inachtneming van een
opzeggingstermijn van vier weken; op deze
termijn is de Algemene termijnenwet niet van
toepassing. In ieder geval kan het
lidmaatschap worden beëindigd door opzegging
tegen het eind van het boekjaar, volgend op
dat waarin wordt opgezegd, of onmiddellijk,
indien redelijkerwijs niet gevergd kan
worden het lidmaatschap te laten voortduren.
2.
Een opzegging in strijd
met het in het vorige lid bepaalde, doet het
lidmaatschap eindigen op het vroegst
toegelaten tijdstip volgende op de datum
waartegen was opgezegd.
3.
Een lid kan voorts zijn
lidmaatschap met onmiddellijke ingang
opzeggen binnen een maand nadat een besluit
waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn
verplichtingen zijn verzwaard, hem is bekend
geworden of medegedeeld; het besluit is
alsdan niet op hem van toepassing. Deze
bevoegdheid tot opzegging kan de leden bij
de statuten worden ontzegd voor het geval
van wijziging van de daar nauwkeurig
omschreven rechten en verplichtingen en
voorts in het algemeen voor het geval van
wijziging van geldelijke rechten en
verplichtingen.
4.
Een lid kan zijn
lidmaatschap ook met onmiddellijke ingang
opzeggen binnen een maand nadat hem een
besluit is meegedeeld tot omzetting van de
vereniging is een andere rechtsvorm, tot
fusie of tot splitsing.
Artikel 37
1.
Het bestuur wordt uit de
leden benoemd, De statuten kunnen echter
bepalen dat bestuurders ook buiten de leden
kunnen worden benoemd.
2.
De benoeming geschiedt
door de algemene vergadering. De statuten
kunnen de wijze van benoeming echter ook
anders regelen, mits elk lid middellijk of
onmiddellijk aan de stemming over de
benoeming der bestuurders kan deelnemen.
3.
De statuten kunnen
bepalen, dat een of meer der bestuursleden,
mits minder dan de helft, door andere
personen dan de leden worden benoemd.
4.
Is in de statuten bepaald
dat een bestuurder in een vergadering uit
een bindende voordracht moet worden benoemd,
dan kan aan die voordracht het bindend
karakter worden ontnomen door een met ten
minste twee derden van de uitgebrachte
stemmen genomen besluit van die vergadering.
In de statuten kan worden bepaald dat op
deze vergadering ten minste een bepaald
aantal stemmen moet kunnen worden
uitgebracht; dit aantal mag niet hoger
worden gesteld dan twee derden van het
aantal stemmen dat door de stemgerechtigden
gezamenlijk kan worden uitgebracht.
5.
Indien ingevolge de
statuten een bestuurslid door leden of
afdelingen buiten een vergadering wordt
benoemd, dan moet aan de leden gelegenheid
worden geboden kandidaten te stellen. De
statuten kunnen bepalen dat dit recht
slechts aan een aantal leden gezamenlijk
toekomt, mits hun aantal niet hoger wordt
gesteld dan een vijfde van het aantal leden
dat aan de verkiezing kan deelnemen. De
statuten kunnen voorts bepalen dat aldus
gestelde kandidaten slechts zijn benoemd,
indien zij ten minste een bepaald aantal
stemmen op zich hebben verenigd, mits dit
aantal niet groter is dan twee derden van
het aantal der uitgebrachte stemmen.
6.
Een bestuurslid kan, ook
al is hij voor een bepaalde tijd benoemd, te
allen tijde door het orgaan dat hem heeft
benoemd, worden ontslagen of geschorst. Een
veroordeling tot herstel van de
arbeidsovereenkomst tussen de vereniging en
bestuurder kan door de rechter niet worden
uitgesproken.
7.
Tenzij de statuten anders
bepalen, wijst het bestuur uit zijn midden
een voorzitter, een secretaris en een
penningmeester aan.
Artikel 38
1.
Behoudens het in het
volgende artikel bepaalde, hebben alle leden
die niet geschorst zijn, toegang tot de
algemene vergadering en hebben daar ieder
één stem; een geschorst lid heeft toegang
tot de vergadering waarin het besluit tot
schorsing wordt behandeld, en is bevoegd
daarover het woord te voeren. De statuten
kunnen aan bepaalde leden meer dan één stem
toekennen.
2.
Tenzij de statuten anders
bepalen, treden de voorzitter en de
secretaris van het bestuur of hun
vervangers, als zodanig ook op bij de
algemene vergadering.
3.
De statuten kunnen
bepalen dat personen die deel uitmaken van
andere organen der vereniging en die geen
lid zijn, in de algemene vergadering
stemrecht kunnen uitoefenen. Het aantal der
door hen gezamenlijk uitgebrachte stemmen
zal echter niet meer mogen zijn dan de helft
van het aantal der door de leden
uitgebrachte stemmen.
4.
Tenzij de statuten anders
bepalen, kan iemand die krachtens lid 1 of
lid 3 stemgerechtigd is, aan een andere
stemgerechtigde schriftelijk volmacht
verlenen tot het uitbrengen van zijn stem.
5.
Aan de eis van
schriftelijkheid van de volmacht wordt
voldaan indien de volmacht elektronisch is
vastgelegd.
6.
De statuten kunnen
bepalen dat iemand die krachtens lid 1 of
lid 3 stemgerechtigd is het stemrecht kan
uitoefenen door middel van een elektronisch
communicatiemiddel.
7.
Voor de toepassing van
lid 6 is vereist dat de stemgerechtigde via
het elektronisch communicatiemiddel kan
worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan
kennisnemen van de verhandelingen ter
vergadering en het stemrecht kan uitoefenen.
De statuten kunnen bepalen dat bovendien is
vereist dat de stemgerechtigde via het
elektronisch communicatiemiddel kan
deelnemen aan de beraadslaging.
8.
De statuten kunnen
bepalen dat stemmen die voorafgaand aan de
algemene vergadering via een elektronisch
communicatiemiddel worden uitgebracht, doch
niet eerder dan op de dertigste dag voor die
van de vergadering, gelijk worden gesteld
met stemmen die ten tijde van de vergadering
worden uitgebracht.
9.
Bij of krachtens de
statuten kunnen voorwaarden worden gesteld
aan het gebruik van het elektronisch
communicatiemiddel. Indien deze voorwaarden
krachtens de statuten worden gesteld, worden
deze bij de oproeping bekend gemaakt.
Artikel 39
1.
De statuten kunnen
bepalen dat de algemene vergadering zal
bestaan uit afgevaardigden die door en uit
de leden worden gekozen. De wijze van
verkiezing en het aantal van de
afgevaardigden worden door de statuten
geregeld; elk lid moet middellijk of
onmiddellijk aan de verkiezing kunnen
deelnemen. De leden 4 en 5 van artikel 37
zijn bij de verkiezing van overeenkomstige
toepassing. Artikel 38 lid 3 is van
overeenkomstige toepassing op personen die
deel uitmaken van andere organen der
vereniging en die geen afgevaardigde zijn.
2.
De statuten kunnen
bepalen dat bepaalde besluiten van de
algemene vergadering aan een referendum
zullen worden onderworpen. De statuten
regelen de gevallen waarin, de tijd
waarbinnen, en de wijze waarop het
referendum zal worden gehouden. Hangende de
uitslag van het referendum wordt de
uitvoering van het besluit geschorst.
Artikel 40
1.
Aan de algemene
vergadering komen in de vereniging alle
bevoegdheden toe, die niet door de wet of de
statuten aan andere organen zijn opgedragen.
2.
Een eenstemmig besluit
van alle leden of afgevaardigden, ook al
zijn deze niet in een vergadering bijeen,
heeft, mits met voorkennis van het bestuur
genomen, dezelfde kracht als een besluit van
de algemene vergadering.
Artikel 41
1.
Het bestuur roept de
algemene vergadering bijeen, zo dikwijls het
dit wenselijk oordeelt, of wanneer het
daartoe volgens de wet of de statuten
verplicht is. De statuten kunnen deze
bevoegdheid ook aan anderen dan het bestuur
verlenen.
2.
Op schriftelijk verzoek
van ten minste een zodanig aantal leden of
afgevaardigden als bevoegd is tot het
uitbrengen van een tiende gedeelte der
stemmen in de algemene vergadering of van
een zoveel geringer aantal als bij de
statuten is bepaald, is het bestuur
verplicht tot het bijeenroepen van een
algemene vergadering op een termijn van niet
langer dan vier weken na indiening van het
verzoek.
3.
Indien aan het verzoek
binnen veertien dagen geen gevolg wordt
gegeven, kunnen, tenzij in de statuten de
wijze van bijeenroeping der algemene
vergadering voor dit geval anders is
geregeld, de verzoekers zelf tot die
bijeenroeping overgaan op de wijze waarop
het bestuur de algemene vergadering
bijeenroept of bij advertentie in ten minste
één ter plaatse waar de vereniging gevestigd
is, veelgelezen dagblad. De verzoekers
kunnen alsdan anderen dan bestuursleden
belasten met de leiding der vergadering en
het opstellen der notulen.
4.
Tenzij de statuten anders
bepalen, wordt aan de eis van
schriftelijkheid van het verzoek bedoeld in
lid 2 voldaan indien het verzoek
elektronisch is vastgelegd.
5.
Tenzij de statuten anders
bepalen kan, indien een lid of afgevaardigde
hiermee instemt, de bijeenroeping geschieden
door een langs elektronische weg toegezonden
leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het
adres dat door hem voor dit doel is bekend
gemaakt.
Artikel 41a
De artikelen 37-41
zijn van overeenkomstige toepassing op de
afdelingen van een vereniging die geen
rechtspersonen zijn en die een algemene
vergadering en een bestuur hebben; hetgeen
in die artikelen omtrent de statuten is
bepaald, kan in een afdelingsreglement
worden neergelegd.
Artikel 42
1.
In de statuten van de
vereniging kan geen verandering worden
gebracht dan door een besluit van een
algemene vergadering, waartoe is opgeroepen
met de mededeling dat aldaar wijziging van
de statuten zal worden voorgesteld. De
termijn voor oproeping tot een zodanige
vergadering bedraagt ten minste zeven dagen.
2.
Zij die de oproeping tot
de algemene vergadering ter behandeling van
een voorstel tot statutenwijziging hebben
gedaan, moeten ten minste vijf dagen vóór de
vergadering een afschrift van dat voorstel,
waarin de voorgedragen wijziging woordelijk
is opgenomen, op een daartoe geschikte
plaats voor de leden ter inzage leggen tot
na afloop van de dag waarop de vergadering
wordt gehouden. Aan de afdelingen waaruit de
vereniging bestaat en aan afgevaardigden
moet het voorstel ten minste veertien dagen
vóór de vergadering ter kennis zijn
gebracht; de vorige zin is alsdan niet van
toepassing.
3.
Het bepaalde in de eerste
twee leden is niet van toepassing, indien in
de algemene vergadering alle leden of
afgevaardigden aanwezig of vertegenwoordigd
zijn en het besluit tot statutenwijziging
met algemene stemmen wordt genomen.
4.
Het in dit artikel en de
eerste twee leden van het volgende artikel
bepaalde is van overeenkomstige toepassing
op een besluit tot ontbinding.
Artikel 43
1.
Tenzij de statuten anders
bepalen, behoeft een besluit tot
statutenwijziging ten minste twee derden van
de uitgebrachte stemmen.
2.
Voor zover de bevoegdheid
tot wijziging bij de statuten mocht zijn
uitgesloten, is wijziging niettemin mogelijk
met algemene stemmen in een vergadering,
waarin alle leden of afgevaardigden aanwezig
of vertegenwoordigd zijn.
3.
Een bepaling in de
statuten, welke de bevoegdheid tot wijziging
van een of meer andere bepalingen beperkt,
kan slechts worden gewijzigd met
inachtneming van gelijke beperking.
4.
Een bepaling in de
statuten, welke de bevoegdheid tot wijziging
van een of meer andere bepalingen uitsluit,
kan slechts worden gewijzigd met algemene
stemmen in een vergadering, waarin alle
leden of afgevaardigden aanwezig of
vertegenwoordigd zijn.
5.
Heeft de vereniging
volledige rechtsbevoegdheid, dan treedt de
wijziging niet in werking dan nadat hiervan
een notariële akte is opgemaakt. De
bestuurders zijn verplicht een authentiek
afschrift van de wijziging en de gewijzigde
statuten neder te leggen ten kantore van het
handelsregister.
6.
De bestuurders van een
vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid,
waarvan de statuten overeenkomstig artikel
30 lid 3 van dit Boek in afschrift ten
kantore van het handelsregister zijn
nedergelegd, zijn verplicht aldaar tevens
een afschrift van de wijziging en van de
gewijzigde statuten neder te leggen.
Artikel 44
1.
Behoudens beperkingen
volgens de statuten is het bestuur belast
met het besturen van de vereniging.
2.
Slechts indien dit uit de
statuten voortvloeit, is het bestuur bevoegd
te besluiten tot het aangaan van
overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding
en bezwaring van registergoederen, en tot
het aangaan van overeenkomsten waarbij de
vereniging zich als borg of hoofdelijk
medeschuldenaar verbindt, zich voor een
derde sterk maakt of zich tot
zekerheidstelling voor een schuld van een
ander verbindt. De statuten kunnen deze
bevoegdheid aan beperkingen en voorwaarden
binden. De uitsluiting, beperkingen en
voorwaarden gelden mede voor de bevoegdheid
tot vertegenwoordiging van de vereniging ter
zake van deze handelingen, tenzij de
statuten anders bepalen.
Artikel 45
1.
Het bestuur
vertegenwoordigt de vereniging, voor zover
uit de wet niet anders voortvloeit.
2.
De statuten kunnen de
bevoegdheid tot vertegenwoordiging bovendien
toekennen aan een of meer bestuurders. Zij
kunnen bepalen dat een bestuurder de
vereniging slechts met medewerking van een
of meer anderen mag vertegenwoordigen.
3.
Bevoegdheid tot
vertegenwoordiging die aan het bestuur of
aan een bestuurder toekomt, is onbeperkt en
onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet niet
anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten
of voorgeschreven beperking van of
voorwaarde voor de bevoegdheid tot
vertegenwoordiging kan slechts door de
vereniging worden ingeroepen.
4.
De statuten kunnen ook
aan andere personen dan bestuurders
bevoegdheid tot vertegenwoordiging
toekennen.
Artikel 46
De vereniging kan,
voor zover uit de statuten niet het
tegendeel voortvloeit, ten behoeve van de
leden rechten bedingen en, voor zover dit in
de statuten uitdrukkelijk is bepaald, te
hunnen laste verplichtingen aangaan. Zij kan
nakoming van bedongen rechten jegens en
schadevergoeding aan een lid vorderen,
tenzij dit zich daartegen verzet.
Artikel 47
In alle gevallen
waarin de vereniging een tegenstrijdig
belang heeft met een of meer bestuurders of
commissarissen kan de algemene vergadering
een of meer personen aanwijzen om de
vereniging te vertegenwoordigen.
Artikel 48
1.
Het bestuur brengt op een
algemene vergadering binnen zes maanden na
afloop van het boekjaar, behoudens
verlenging van deze termijn door de algemene
vergadering, een jaarverslag uit over de
gang van zaken in de vereniging en over het
gevoerde beleid. Het legt de balans en de
staat van baten en lasten met een
toelichting ter goedkeuring aan de
vergadering over. Deze stukken worden
ondertekend door de bestuurders en
commissarissen; ontbreekt de ondertekening
van een of meer hunner, dan wordt daarvan
onder opgave van redenen melding gemaakt. Na
verloop van de termijn kan ieder lid van de
gezamenlijke bestuurders in rechte vorderen
dat zij deze verplichtingen nakomen.
2.
Ontbreekt een raad van
commissarissen en wordt omtrent de
getrouwheid van de stukken aan de algemene
vergadering niet overgelegd een verklaring
afkomstig van een accountant als bedoeld in
artikel 393 lid 1, dan benoemt de algemene
vergadering jaarlijks een commissie van ten
minste twee leden die geen deel van het
bestuur mogen uitmaken. De commissie
onderzoekt de stukken bedoeld in de tweede
zin van lid 1, en brengt aan de algemene
vergadering verslag van haar bevindingen
uit. Het bestuur is verplicht de commissie
ten behoeve van haar onderzoek alle door
haar gevraagde inlichtingen te verschaffen,
haar desgewenst de kas en de waarden te
tonen en de boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers van de vereniging voor
raadpleging beschikbaar te stellen.
3.
Een vereniging die een of
meer ondernemingen in stand houdt welke
ingevolge de wet in het handelsregister
moeten worden ingeschreven, vermeldt bij de
staat van baten en lasten de netto-omzet van
deze ondernemingen.
Artikel 49
1.
Jaarlijks binnen zes
maanden na afloop van het boekjaar van een
vereniging als bedoeld in artikel 360 lid 3,
behoudens verlenging van deze termijn met
ten hoogste vijf maanden door de algemene
vergadering op grond van bijzondere
omstandigheden, maakt het bestuur een
jaarrekening op en legt het deze voor de
leden ter inzage ten kantore van de
vereniging. Binnen deze termijn legt het
bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor
de leden, tenzij de artikelen 396 lid 6,
eerste volzin, of 403 voor de vereniging
gelden.
2.
De jaarrekening wordt
ondertekend door de bestuurders en door de
commissarissen; ontbreekt de ondertekening
van een of meer hunner, dan wordt daarvan
onder opgave van reden melding gemaakt.
3.
De jaarrekening wordt
vastgesteld door de algemene vergadering die
het bestuur uiterlijk een maand na afloop
van de termijn doet houden. Vaststelling van
de jaarrekening strekt niet tot kwijting aan
een bestuurder onderscheidenlijk
commissaris.
4.
Artikel 48 lid 1 is niet
van toepassing op de vereniging bedoeld in
artikel 360 lid 3. Artikel 48 lid 2 is
hierop van toepassing met dien verstande dat
onder stukken wordt verstaan de stukken die
ingevolge lid 1 worden overgelegd.
5.
Een vereniging als
bedoeld in artikel 360 lid 3 mag ten laste
van de door de wet voorgeschreven reserves
een tekort slechts delgen voor zover de wet
dat toestaat.
6.
Onze Minister van
Economische Zaken kan desverzocht om
gewichtige redenen ontheffing verlenen van
de verplichting tot het opmaken, het
overleggen en het vaststellen van de
jaarrekening.
Artikel 50
De vereniging, bedoeld
in artikel 360 lid 3, zorgt dat de
opgemaakte jaarrekening, het jaarverslag en
de krachtens artikel 392 lid 1 toe te voegen
gegevens vanaf de oproep voor de algemene
vergadering, bestemd tot behandeling van de
jaarrekening, te haren kantore aanwezig
zijn. De leden kunnen de stukken aldaar
inzien en er kosteloos een afschrift van
verkrijgen.
Artikel 50a
De artikelen 131, 138,
139, 149 en 150 zijn van overeenkomstige
toepassing in geval van faillissement van
een vereniging waarvan de statuten zijn
opgenomen in een notariële akte en die aan
de heffing van vennootschapsbelasting is
onderworpen.
Artikel 51
In geval van
faillissement of surséance van betaling van
een vereniging die is ingeschreven in het
handelsregister, worden de aankondigingen
welke krachtens de Faillissementswet in de
Nederlandse Staatscourant worden
opgenomen, door hem die met die
openbaarmaking is belast, mede ter
inschrijving in dat register opgegeven.
Artikel 52
Voorzover van de
bepalingen van deze titel in de statuten kan
worden afgeweken, kan deze afwijking alleen
geschieden bij op schrift gestelde statuten.
Titel 3. Coöperaties en
onderlinge waarborgmaatschappijen
Afdeling 1. Algemene
bepalingen
Artikel 53
1.
De coöperatie is een bij
notariële akte als coöperatie opgerichte
vereniging. Zij moet zich blijkens de
statuten ten doel stellen in bepaalde
stoffelijke behoeften van haar leden te
voorzien krachtens overeenkomsten, anders
dan van verzekering, met hen gesloten in het
bedrijf dat zij te dien einde te hunnen
behoeve uitoefent of doet uitoefenen.
2.
De onderlinge
waarborgmaatschappij is een bij notariële
akte als onderlinge waarborgmaatschappij
opgerichte vereniging. Zij moet zich
blijkens de statuten ten doel stellen met
haar leden verzekeringsovereenkomsten te
sluiten, een en ander in het
verzekeringsbedrijf dat zij te dien einde
ten behoeve van haar leden uitoefent.
3.
De statuten van een
coöperatie kunnen haar veroorloven
overeenkomsten als die welke zij met haar
leden sluit, ook met anderen aan te gaan;
hetzelfde geldt voor de statuten van een
onderlinge waarborgmaatschappij waarbij
iedere verplichting van leden of oud-leden
om in de tekorten bij te dragen is
uitgesloten.
4.
Indien een coöperatie of
een onderlinge waarborgmaatschappij de in
het vorige lid bedoelde bevoegdheid
uitoefent, mag zij dat niet in een zodanige
mate doen, dat de overeenkomsten met de
leden slechts van ondergeschikte betekenis
zijn.
Artikel 53a
De bepalingen van de
vorige titel zijn, met uitzondering van de
artikelen 26 lid 3 en 44 lid 2, op de
coöperatie en de onderlinge
waarborgmaatschappij van toepassing, voor
zover daarvan in deze titel niet wordt
afgeweken.
Artikel 54
1.
Een coöperatie en een
onderlinge waarborgmaatschappij worden
opgericht door een meerzijdige
rechtshandeling bij notariële akte.
2.
De naam van een
coöperatie moet het woord "coöperatief"
bevatten, die van een onderlinge
waarborgmaatschappij het woord "onderling"
of "wederkerig". De naam van de
rechtspersoon moet aan het slot de letters
W.A., B.A. of U.A. overeenkomstig artikel 56
dragen.
Artikel 54a [Vervallen per
25-11-1988]
Artikel 55
1.
Zij die bij
de ontbinding leden waren, of minder dan een
jaar te voren hebben opgehouden leden te
zijn, zijn tegenover de rechtspersoon naar
de in de statuten aangegeven maatstaf voor
een tekort aansprakelijk; wordt een
coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij ontbonden door haar
insolventie nadat zij in staat van
faillissement is verklaard, dan wordt de
termijn van een jaar niet van de dag der
ontbinding, maar van de dag der
faillietverklaring gerekend. De statuten
kunnen een langere termijn dan een jaar
vaststellen.
2.
Bevatten de statuten niet
een maatstaf voor ieders aansprakelijkheid,
dan zijn allen voor gelijke delen
aansprakelijk.
3.
Kan op een of meer van de
leden of oud-leden het bedrag van zijn
aandeel in het tekort niet worden verhaald,
dan zijn voor het ontbrekende de overige
leden en oud-leden, ieder naar evenredigheid
van zijn aandeel, aansprakelijk. Deze
aansprakelijkheid bestaat ook, indien de
vereffenaars afzien van verhaal op een of
meer leden of oud-leden, op grond dat door
de uitoefening van het verhaalsrecht een
bate voor de boedel niet zou worden
verkregen. Indien de vereffening geschiedt
onder toezicht van personen, door de wet met
dat toezicht belast, kunnen de vereffenaars
van dat verhaal slechts afzien met
machtiging van deze personen.
4.
De aansprakelijke leden
en oud-leden zijn gehouden tot onmiddellijke
betaling van hun aandeel in een geraamd
tekort, vermeerderd met 50 ten honderd, of
zoveel minder als de vereffenaars voldoende
achten, tot voorlopige dekking van een
nadere omslag voor de kosten van invordering
en van het aandeel van hen, die in gebreke
mochten blijven aan hun verplichting te
voldoen.
5.
Een lid of oud-lid is
niet bevoegd tot verrekening van zijn schuld
uit hoofde van dit artikel.
Artikel 56
1.
Een coöperatie of een
onderlinge waarborgmaatschappij kan in
afwijking van het in het vorige artikel
bepaalde in haar statuten iedere
verplichting van haar leden of oud-leden om
in een tekort bij te dragen, uitsluiten of
tot een maximum beperken. De leden kunnen
hierop slechts een beroep doen, indien de
rechtspersoon aan het slot van zijn naam in
het eerste geval de letters U.A.
(uitsluiting van aansprakelijkheid), en in
het tweede geval de letters B.A. (beperkte
aansprakelijkheid) heeft geplaatst. Een
rechtspersoon waarop de eerste zin niet is
toegepast, plaatst de letters W.A.
(wettelijke aansprakelijkheid) aan het slot
van zijn naam.
2.
De genoemde
rechtspersonen zijn, behoudens in
telegrammen en reclames, verplicht haar naam
volledig te voeren.
Artikel 57
1.
Bij de statuten kan
worden bepaald dat er een raad van
commissarissen zal zijn. De raad bestaat uit
een of meer natuurlijke personen.
2.
De raad van
commissarissen heeft tot taak toezicht te
houden op het beleid van het bestuur en op
de algemene gang van zaken in de
rechtspersoon en de daarmee verbonden
onderneming. Hij staat het bestuur met raad
ter zijde. Bij de vervulling van hun taak
richten de commissarissen zich naar het
belang van de rechtspersoon en de daarmee
verbonden onderneming.
3.
Tenzij bij de statuten
anders is bepaald, is de raad van
commissarissen bevoegd iedere door de
algemene vergadering benoemde bestuurder te
allen tijde te schorsen. Deze schorsing kan
te allen tijde door de algemene vergadering
worden opgeheven.
4.
Behoudens het bepaalde in
artikel 47 vertegenwoordigt de raad van
commissarissen de rechtspersoon in andere
gevallen van strijdig belang met een of meer
bestuurders dan het sluiten of wijzigen van
overeenkomsten zoals deze met alle leden in
gelijke omstandigheden worden gesloten. De
statuten kunnen van deze bepaling afwijken.
5.
De statuten kunnen
aanvullende bepalingen omtrent de taak en de
bevoegdheden van de raad en van zijn leden
bevatten.
6.
Tenzij de statuten anders
bepalen, kan de algemene vergadering aan de
commissarissen als zodanig een bezoldiging
toekennen.
7.
Tenzij de statuten de
commissarissen stemrecht toekennen, hebben
zij als zodanig in de algemene vergadering
slechts raadgevende stem.
8.
Het bestuur verschaft de
raad van commissarissen tijdig de voor de
uitoefening van diens taak noodzakelijke
gegevens.
Artikel 57a
1.
Op de benoeming van
commissarissen die niet reeds bij de akte
van oprichting zijn aangewezen, is artikel
37 van overeenkomstige toepassing, tenzij
zij overeenkomstig artikel 63f
geschiedt.
2.
Bij een aanbeveling of
voordracht tot benoeming van een commissaris
worden van de kandidaat medegedeeld zijn
leeftijd, zijn beroep en de betrekkingen die
hij bekleedt of die hij heeft bekleed voor
zover die van belang zijn in verband met de
vervulling van de taak van een commissaris.
Tevens wordt vermeld aan welke
rechtspersonen hij reeds als commissaris is
verbonden; indien zich daaronder
rechtspersonen bevinden, die tot een zelfde
groep behoren, kan met de aanduiding van de
groep worden volstaan. De aanbeveling en de
voordracht worden met redenen omkleed.
Artikel 58
1.
Jaarlijks binnen zes
maanden na afloop van het boekjaar,
behoudens verlenging van deze termijn met
ten hoogste vijf maanden door de algemene
vergadering op grond van bijzondere
omstandigheden, maakt het bestuur een
jaarrekening op en legt het deze voor de
leden ter inzage ten kantore van de
rechtspersoon. Binnen deze termijn legt het
bestuur ook het jaarverslag ter inzage voor
de leden, tenzij de artikelen 396 lid 6, of
403 voor de rechtspersoon gelden. De
jaarrekening wordt vastgesteld door de
algemene vergadering die het bestuur
uiterlijk een maand na afloop van de termijn
doet houden. Artikel 48 lid 2 is van
overeenkomstige toepassing. Vaststelling van
de jaarrekening strekt niet tot kwijting aan
een bestuurder onderscheidenlijk
commissaris.
2.
De opgemaakte
jaarrekening wordt ondertekend door de
bestuurders en door de commissarissen;
ontbreekt de ondertekening van een of meer
hunner, dan wordt daarvan onder opgave van
reden melding gemaakt.
3.
De rechtspersoon zorgt
dat de opgemaakte jaarrekening, het
jaarverslag en de krachtens artikel 392 lid
1 toe te voegen gegevens vanaf de oproep
voor de algemene vergadering, bestemd tot
behandeling van de jaarrekening, te zijnen
kantore aanwezig zijn. De leden kunnen de
stukken aldaar inzien en er kosteloos een
afschrift van verkrijgen.
4.
Ten laste van de door de
wet voorgeschreven reserves mag een tekort
slechts worden gedelgd voor zover de wet dat
toestaat.
5.
Onze Minister van
Economische Zaken kan desverzocht om
gewichtige redenen ontheffing verlenen van
de verplichting tot het opmaken, het
overleggen en het vaststellen van de
jaarrekening.
Artikel 59
1.
Coöperaties en onderlinge
waarborgmaatschappijen zijn niet bevoegd
door een besluit wijzigingen in de met haar
leden in de uitoefening van haar bedrijf
aangegane overeenkomsten aan te brengen,
tenzij zij zich deze bevoegdheid in de
overeenkomst op duidelijke wijze hebben
voorbehouden. Een verwijzing naar statuten,
reglementen, algemene voorwaarden of
dergelijke, is daartoe niet voldoende.
2.
Op een wijziging als in
het vorige lid bedoeld kan de rechtspersoon
zich tegenover een lid slechts beroepen
indien de wijziging schriftelijk aan het lid
was medegedeeld.
Artikel 60
Voor de coöperatie
geldt voorts dat, met behoud der vrijheid
van uittreding uit de coöperatie, daaraan
bij de statuten voorwaarden, in
overeenstemming met haar doel en strekking,
kunnen worden verbonden. Een voorwaarde
welke verder gaat dan geoorloofd is, wordt
in zoverre voor niet geschreven gehouden.
Artikel 61
Voor een coöperatie,
die in haar statuten niet iedere
verplichting van haar leden of oud-leden om
in een tekort bij te dragen heeft
uitgesloten, gelden bovendien de volgende
bepalingen:
a. Het
lidmaatschap wordt schriftelijk
aangevraagd. Aan de aanvrager wordt
eveneens schriftelijk bericht, dat hij
als lid is toegelaten of geweigerd.
Wanneer hij is toegelaten, wordt hem
tevens medegedeeld onder welk nummer hij
als lid in de administratie der
coöperatie is ingeschreven. Niettemin
behoeft, ten bewijze van de verkrijging
van het lidmaatschap, van een
schriftelijke aanvrage en een
schriftelijk bericht als hiervoor
bedoeld, niet te blijken.
b. De geschriften,
waarbij het lidmaatschap wordt
aangevraagd, worden gedurende ten minste
tien jaren door het bestuur bewaard.
Echter behoeven de hierbedoelde
geschriften niet te worden bewaard voor
zover het betreft diegenen, van wie het
lidmaatschap kan blijken uit een door
hen ondertekende, gedagtekende
verklaring in de administratie van de
coöperatie.
c. De opzegging
van het lidmaatschap kan slechts
geschieden, hetzij bij een afzonderlijk
geschrift, hetzij door een door het lid
ondertekende, gedagtekende verklaring in
de administratie van de coöperatie. Het
lid dat de opzegging doet, ontvangt
daarvan een schriftelijke erkenning van
het bestuur. Wordt de schriftelijke
erkenning niet binnen veertien dagen
gegeven, dan is het lid bevoegd de
opzegging op kosten van de coöperatie
bij deurwaardersexploot te herhalen.
d. Een door het
bestuur gewaarmerkt afschrift van de
ledenlijst wordt ten kantore van het
handelsregister neergelegd bij de
inschrijving van de coöperatie. Binnen
een maand na het einde van ieder
boekjaar wordt door het bestuur een
schriftelijke opgave van de wijzigingen
die de ledenlijst in de loop van het
boekjaar heeft ondergaan, aan de ten
kantore van het handelsregister
neergelegde lijst toegevoegd of wordt,
indien de Kamer van Koophandel en
Fabrieken dit nodig oordeelt, een nieuwe
lijst neergelegd.
Artikel 62
Voor een onderlinge
waarborgmaatschappij gelden voorts de
volgende bepalingen:
a. Zij die als
verzekeringnemer bij een onderlinge
waarborgmaatschappij een overeenkomst
van verzekering lopende hebben, zijn van
rechtswege lid van de
waarborgmaatschappij. Bij de onderlinge
waarborgmaatschappij die krachtens haar
statuten ook verzekeringnemers die geen
lid zijn mag verzekeren, kan van deze
bepaling worden afgeweken.
b. Tenzij de
statuten anders bepalen, duurt het
lidmaatschap dat uit een
verzekeringsovereenkomst ontstaat, voort
totdat alle door het lid met de
waarborgmaatschappij gesloten
verzekeringsovereenkomsten zijn
geëindigd. Bij overdracht of overgang
van de rechten en verplichtingen uit
zodanige overeenkomst gaat het
lidmaatschap, voor zover uit die
overeenkomst voortvloeiende, op de
nieuwe verkrijger of de nieuwe
verkrijgers over, een en ander behoudens
afwijkende bepalingen in de statuten.
c. Indien het
waarborgkapitaal van een onderlinge
waarborgmaatschappij in aandelen is
verdeeld, zijn de artikelen 79-89,
90-92, 95, 96 lid 1, 98 leden 1 en 6, en
98c leden 1 en 2 van dit boek van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 63
1.
Het is aan een persoon
die geen coöperatie of een onderlinge
waarborgmaatschappij is, verboden zaken te
doen met gebruik van de aanduiding
"coöperatief", "onderling" of "wederkerig".
2.
Ingeval van overtreding
van dit verbod kan iedere coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij vorderen,
dat de overtreder zich op straffe van een
door de rechter te bepalen dwangsom onthoudt
het gewraakte woord bij het doen van zaken
te gebruiken.
Afdeling 2. De raad van
commissarissen bij de grote coöperatie en bij de
grote onderlinge waarborgmaatschappij
Artikel 63a
In deze afdeling wordt
onder een afhankelijke maatschappij
verstaan:
a. een
rechtspersoon waaraan de coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij of een
of meer afhankelijke maatschappijen
alleen of samen voor eigen rekening ten
minste de helft van het geplaatste
kapitaal verschaffen.
b. een
vennootschap waarvan een onderneming in
het handelsregister is ingeschreven en
waarvoor de coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij als vennote jegens
derden volledig aansprakelijk is voor
alle schulden.
Artikel 63b
1.
Een coöperatie of
onderlinge waarborgmaatschappij moet, indien
lid 2 op haar van toepassing is, binnen twee
maanden na de vaststelling van haar
jaarrekening door de algemene vergadering,
aan het handelsregister opgeven dat zij
voldoet aan de in lid 2 gestelde
voorwaarden. Totdat artikel 63c lid 3
toepassing heeft gevonden, vermeldt het
bestuur in elk volgend jaarverslag wanneer
de opgave is gedaan; wordt de opgaaf
doorgehaald, dan wordt daarvan melding
gemaakt in het eerste jaarverslag dat na de
doorhaling wordt uitgebracht.
2.
De verplichting tot
opgave geldt, indien:
a. het eigen
vermogen volgens de balans met
toelichting ten minste een bij
koninklijk besluit vastgesteld
grensbedrag[Red: Bij Stb. 2000/290 is
dit bedrag m.i.v. 1 september 2000
vastgesteld op 13 000 000 euro.]
beloopt,
b. de
rechtspersoon of een afhankelijke
maatschappij krachtens wettelijke
verplichting een ondernemingsraad heeft
ingesteld, en
c. bij de
rechtspersoon en haar afhankelijke
maatschappijen te zamen in de regel ten
minste honderd werknemers in Nederland
werkzaam zijn.
3.
Het in onderdeel a
van lid 2 genoemde grensbedrag wordt ten
hoogste eenmaal in de twee jaren verhoogd of
verlaagd, evenredig aan de ontwikkeling van
een bij algemene maatregel van bestuur aan
te wijzen prijsindexcijfer sedert een bij
die maatregel te bepalen datum; het wordt
daarbij afgerond op het naaste veelvoud van
een miljoen euro. Het bedrag wordt niet
opnieuw vastgesteld zo lang als het
onafgeronde bedrag minder dan een miljoen
euro afwijkt van het laatst vastgestelde
bedrag.
4.
Onder het eigen vermogen
wordt in onderdeel a van lid 2
begrepen de gezamenlijke verrichte en nog te
verrichte | |