|
Boek 7. Bijzondere overeenkomsten
Titel 1. Koop en ruil
Afdeling 1. Koop: Algemene bepalingen
Artikel 1
Koop is de overeenkomst waarbij de een
zich verbindt een zaak te geven en de ander om daarvoor een
prijs in geld te betalen.
Artikel 2
1. De
koop van een tot bewoning bestemde onroerende zaak of
bestanddeel daarvan wordt, indien de koper een natuurlijk
persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep
of bedrijf, schriftelijk aangegaan.
2. De
tussen partijen opgemaakte akte of een afschrift daarvan
moet aan de koper ter hand worden gesteld, desverlangd tegen
afgifte aan de verkoper van een gedateerd ontvangstbewijs.
Gedurende drie dagen na deze terhandstelling heeft de koper
het recht de koop te ontbinden. Komt, nadat de koper van dit
recht gebruik gemaakt heeft, binnen zes maanden tussen
dezelfde partijen met betrekking tot dezelfde zaak of
hetzelfde bestanddeel daarvan opnieuw een koop tot stand,
dan ontstaat het recht niet opnieuw.
3. De
leden 1–2 zijn van overeenkomstige toepassing op de koop van
deelnemings- of lidmaatschapsrechten die recht geven op het
gebruik van een tot bewoning bestemde onroerende zaak of
bestanddeel daarvan.
4. Van
het in de leden 1–3 bepaalde kan niet ten nadele van de
koper worden afgeweken, behoudens bij een standaardregeling
als bedoeld in artikel 214 van Boek 6.
5. De
leden 1–4 zijn niet van toepassing op huurkoop en koop op
een openbare veiling ten overstaan van een notaris. Zij zijn
evenmin van toepassing op een koop als bedoeld in artikel
48a onder a
Artikel 3
1. De
koop van een registergoed kan worden ingeschreven in de
openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van
Boek 3, tenzij op het tijdstip van de inschrijving levering
van dat goed door de verkoper nog niet mogelijk zou zijn
geweest wegens de in artikel 97 van Boek 3 vervatte
uitsluiting van levering bij voorbaat van toekomstige
registergoederen. Bij de koop van een tot woning bestemde
onroerende zaak of bestanddeel daarvan kan, indien de koper
een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening
van een beroep of bedrijf, van het in de vorige zin bepaalde
niet ten nadele van de koper worden afgeweken.
2.
Gedurende de bedenktijd, bedoeld in artikel 2 lid 2, kan
inschrijving slechts plaatsvinden indien de koopakte is
opgesteld en medeondertekend door een in Nederland
gevestigde notaris.
3. Tegen
de koper wiens koop is ingeschreven kunnen niet worden
ingeroepen:
a. een na de inschrijving van die
koop tot stand gekomen vervreemding of bezwaring door de
verkoper, tenzij deze vervreemding of bezwaring
voortvloeit uit een eerder ingeschreven koop of
plaatsvond uit hoofde van een recht op levering dat
volgens artikel 298 van Boek 3 ging voor dat van de
koper en dat de koper op het tijdstip van de
inschrijving van de koop kende of ten aanzien waarvan op
dat tijdstip het proces-verbaal van een conservatoir
beslag tot levering was ingeschreven;
b. vervreemdingen of bezwaringen
die plaatsvinden als vervolg op de onder a bedoelde
vervreemding of bezwaring door de verkoper;
c. een onderbewindstelling die na
de inschrijving van de koop is tot stand gekomen of die,
zo zij tevoren was tot stand gekomen, toen niet in de
openbare registers was ingeschreven, dit laatste tenzij
de koper haar op het tijdstip van de inschrijving van de
koop kende;
d. een na de inschrijving van de
koop tot stand gekomen verhuring of verpachting;
e. een na de inschrijving van de
koop ingeschreven beding als bedoeld in artikel 252 van
Boek 6;
f. een executoriaal of
conservatoir beslag waarvan het proces-verbaal na de
inschrijving van de koop is ingeschreven;
g. een faillissement of surséance
van betaling van de verkoper of toepassing ten aanzien
van hem van de schuldsaneringsregeling natuurlijke
personen, uitgesproken na de dag waarop de koop is
ingeschreven.
4. De
inschrijving van de koop verliest de in lid 3 bedoelde
werking met terugwerkende kracht, indien het goed niet
binnen zes maanden na de inschrijving aan de koper geleverd
is. In dat geval wordt bovendien de koop niet geacht kenbaar
te zijn door raadpleging van de openbare registers.
5. Nadat
de inschrijving haar werking heeft verloren, kan gedurende
zes maanden geen koop tussen dezelfde partijen met
betrekking tot hetzelfde goed worden ingeschreven.
6.
Inschrijving van de koop vindt slechts plaats indien onder
de koopakte een ondertekende en gedateerde verklaring van
een notaris is opgenomen, die zijn naam, voornamen,
standplaats en kwaliteit bevat en waarin verklaard wordt dat
de leden 1, 2 en 5 niet aan inschrijving in de weg staan.
7. De
leden 1–6 zijn niet van toepassing op huurkoop.
Artikel 4
Wanneer de koop is gesloten zonder dat de
prijs is bepaald, is de koper een redelijke prijs verschuldigd;
bij de bepaling van die prijs wordt rekening gehouden met de
door de verkoper ten tijde van het sluiten van de overeenkomst
gewoonlijk bedongen prijzen.
Artikel 5
1. In
deze titel wordt verstaan onder "consumentenkoop": de koop
met betrekking tot een roerende zaak, elektriciteit
daaronder begrepen, die wordt gesloten door een verkoper die
handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, en een
koper, natuurlijk persoon, die niet handelt in de
uitoefening van een beroep of bedrijf.
2. Wordt
de zaak verkocht door een gevolmachtigde die handelt in de
uitoefening van beroep of bedrijf, dan wordt de koop
aangemerkt als een consumentenkoop, tenzij de koper ten
tijde van het sluiten van de overeenkomst weet dat de
volmachtgever niet handelt in de uitoefening van een beroep
of bedrijf.
3. De
vorige leden zijn niet van toepassing indien de overeenkomst
door leidingen naar de verbruiker aangevoerd water betreft.
4.
Indien de te leveren roerende zaak nog tot stand moet worden
gebracht en de overeenkomst krachtens welke deze zaak moet
worden geleverd voldoet aan de omschrijving van artikel 750,
dan wordt de overeenkomst mede als een consumentenkoop
aangemerkt indien de overeenkomst wordt gesloten door een
aannemer die handelt in de uitoefening van een beroep of
bedrijf, en een opdrachtgever, natuurlijk persoon, die niet
handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. De
bepalingen van deze titel en die van afdeling 1 van titel 12
zijn naast elkaar van toepassing. In geval van strijd zijn
de bepalingen van deze titel van toepassing.
Artikel 6
1. Bij
een consumentenkoop kan van de afdelingen 1-7 van deze titel
niet ten nadele van de koper worden afgeweken en kunnen de
rechten en vorderingen die de wet aan de koper ter zake van
een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de
verkoper toekent, niet worden beperkt of uitgesloten.
2. Lid 1
is niet van toepassing op de artikelen 11, 12, 13, 26 en 35,
doch bedingen in algemene voorwaarden waarbij ten nadele van
de koper wordt afgeweken van die artikelen, worden als
onredelijk bezwarend aangemerkt.
3. De
toepasselijkheid op de consumentenkoop van een recht dat de
door de richtlijn nr. 99/44/EG van het Europees Parlement en
de Raad van de Europese Unie van 25 mei 1999 betreffende
bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor
consumptiegoederen (PbEG L 171) voorziene bescherming niet
of slechts ten dele biedt, kan er niet toe leiden dat de
koper de bescherming verliest die hem krachtens deze
richtlijn wordt geboden door de dwingende bepalingen van het
recht van de lidstaat van de Europese Unie of de andere
staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de
Europese Economische Ruimte, waar hij zijn gewone
verblijfplaats heeft.
Artikel 6a
1.
Indien in geval van een consumentenkoop in een garantie door
de verkoper of de producent bepaalde eigenschappen zijn
toegezegd, bij het ontbreken waarvan de koper bepaalde
rechten of vorderingen worden toegekend, dan kan de koper
deze uitoefenen onverminderd alle andere rechten of
vorderingen die de wet de koper toekent.
2. In
een garantie moet op duidelijke en begrijpelijke wijze
worden vermeld welke in lid 1 bedoelde rechten of
vorderingen een koper worden toegekend en moet worden
vermeld dat deze een koper toekomen onverminderd de rechten
of vorderingen die de wet hem toekent. Voorts moeten in een
garantie de naam en het adres worden vermeld van de verkoper
of de producent van wie de garantie afkomstig is, alsmede de
duur en het gebied waarvoor de garantie geldt.
3. De in
lid 2 bedoelde gegevens moeten de koper op zijn verlangen
worden verstrekt. Dit geschiedt schriftelijk of op een
andere ter beschikking van de koper staande en voor hem
toegankelijke duurzame gegevensdrager.
4. De
aan de koper door de verkoper of de producent in een
garantiebewijs toegekende rechten of vorderingen komen hem
ook toe indien de zaak niet de eigenschappen bezit die in
een reclame door deze verkoper of producent zijn toegezegd.
5. In
dit artikel wordt verstaan onder:
a. garantie: een in een
garantiebewijs of reclame gedane toezegging als bedoeld
in lid 1;
b. producent: de fabrikant van de
zaak, degene die de zaak in de Europese Economische
Ruimte invoert, alsmede een ieder die zich als producent
presenteert door zijn naam, zijn merk of een ander
onderscheidingsteken op de zaak aan te brengen.
Artikel 7
1.
Degene aan wie een zaak is toegezonden en die
redelijkerwijze mag aannemen dat deze toezending is geschied
ten einde hem tot een koop te bewegen, is ongeacht enige
andersluidende mededeling van de verzender jegens deze
bevoegd de zaak om niet te behouden, tenzij het hem is toe
te rekenen dat de toezending is geschied.
2. De
toezending aan een natuurlijk persoon die niet handelt in de
uitoefening van een beroep of bedrijf van een niet door deze
bestelde zaak met het verzoek tot betaling van een prijs, is
niet toegestaan. Wordt desalniettemin een zaak toegezonden
als bedoeld in de eerste volzin, dan is het in lid 1
bepaalde omtrent de bevoegdheid, de zaak om niet te
behouden, van overeenkomstige toepassing.
3.
Indien de ontvanger in de gevallen, bedoeld in de leden 1–2,
de zaak terugzendt, komen de kosten hiervan voor rekening
van de verzender.
4. Lid 2
is van overeenkomstige toepassing op het verrichten ten
behoeve van een natuurlijk persoon die niet handelt in de
uitoefening van een beroep of bedrijf van een niet door deze
opgedragen dienst.
Artikel 8
Wordt een nieuw gebouwde of te bouwen
woning, bestaande uit een onroerende zaak of bestanddeel
daarvan, verkocht en is de koper een natuurlijk persoon die niet
handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, dan zijn de
artikelen 767 en 768 van overeenkomstige toepassing. Hiervan kan
niet ten nadele van de koper worden afgeweken, behoudens bij een
standaardregeling als bedoeld in artikel 214 van Boek 6.
Afdeling 2. Verplichtingen van de verkoper
Artikel 9
1. De
verkoper is verplicht de verkochte zaak met toebehoren in
eigendom over te dragen en af te leveren. Onder toebehoren
zijn de aanwezige titelbewijzen en bescheiden begrepen; voor
zover de verkoper zelf daarbij belang behoudt, is hij
slechts verplicht om aan de koper op diens verlangen en op
diens kosten een afschrift of uittreksel af te geven.
2. Onder
aflevering wordt verstaan het stellen van de zaak in het
bezit van de koper.
3. In
geval van koop met eigendomsvoorbehoud wordt onder
aflevering verstaan het stellen van de zaak in de macht van
de koper.
Artikel 10
1. De
zaak is voor risico van de koper van de aflevering af, zelfs
al is de eigendom nog niet overgedragen. Derhalve blijft hij
de koopprijs verschuldigd, ongeacht tenietgaan of
achteruitgang van de zaak door een oorzaak die niet aan de
verkoper kan worden toegerekend.
2.
Hetzelfde geldt van het ogenblik af, waarop de koper in
verzuim is met het verrichten van een handeling waarmede hij
aan de aflevering moet medewerken. Ingeval naar de soort
bepaalde zaken zijn verkocht, doet het verzuim van de koper
het risico eerst op hem overgaan, wanneer de verkoper de
voor de uitvoering van de overeenkomst bestemde zaken heeft
aangewezen en de koper daarvan heeft verwittigd.
3.
Indien de koper op goede gronden het recht op ontbinding van
de koop of op vervanging van de zaak inroept, blijft deze
voor risico van de verkoper.
4.
Wanneer de zaak na de aflevering voor risico van de verkoper
is gebleven, is het tenietgaan of de achteruitgang ervan
door toedoen van de koper eveneens voor rekening van de
verkoper. De koper moet echter van het ogenblik af dat hij
redelijkerwijs rekening moet houden met het feit dat hij de
zaak zal moeten teruggeven, als een zorgvuldig schuldenaar
voor het behoud ervan zorgen; artikel 78 van Boek 6 is van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 11
Indien bij een consumentenkoop de zaak bij
de koper wordt bezorgd door de verkoper of een door deze
aangewezen vervoerder, is de zaak pas voor risico van de koper
van de bezorging af, zelfs al was zij reeds eerder afgeleverd in
de zin van artikel 9.
Artikel 12
1.
Kosten van aflevering, die van weging en telling daaronder
begrepen, komen ten laste van de verkoper.
2.
Kosten van afhalen en kosten van een koopakte en van de
overdracht komen ten laste van de koper.
Artikel 13
Indien bij een consumentenkoop de zaak bij
de koper wordt bezorgd door de verkoper of een door deze
aangewezen vervoerder, kunnen daarvoor slechts kosten worden
gevorderd, voor zover zij bij het sluiten van de overeenkomst
door de verkoper afzonderlijk zijn opgegeven of door de verkoper
de gegevens zijn verschaft op grond waarvan zij door hem worden
berekend. Hetzelfde geldt voor kosten, verschuldigd voor andere
werkzaamheden die de verkoper in verband met de koop voor de
koper verricht.
Artikel 14
Van de dag van aflevering af komen de
vruchten toe aan de koper, met dien verstande dat burgerlijke
vruchten van dag tot dag berekend worden.
Artikel 15
1. De
verkoper is verplicht de verkochte zaak in eigendom over te
dragen vrij van alle bijzondere lasten en beperkingen, met
uitzondering van die welke de koper uitdrukkelijk heeft
aanvaard.
2.
Ongeacht enig andersluidend beding staat de verkoper in voor
de afwezigheid van lasten en beperkingen die voortvloeien
uit feiten die vatbaar zijn voor inschrijving in de openbare
registers, doch daarin ten tijde van het sluiten van de
overeenkomst niet waren ingeschreven.
Artikel 16
Wanneer tegen de koper een vordering wordt
ingesteld tot uitwinning of tot erkenning van een recht waarmede
de zaak niet belast had mogen zijn, is de verkoper gehouden in
het geding te komen ten einde de belangen van de koper te
verdedigen.
Artikel 17
1. De
afgeleverde zaak moet aan de overeenkomst beantwoorden.
2. Een
zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst indien zij, mede
gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de
verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen
bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht
verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de
eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan
nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te
betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor
een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien.
3. Een
andere zaak dan is overeengekomen, of een zaak van een
andere soort, beantwoordt evenmin aan de overeenkomst.
Hetzelfde geldt indien het afgeleverde in getal, maat of
gewicht van het overeengekomene afwijkt.
4. Is
aan de koper een monster of model getoond of verstrekt, dan
moet de zaak daarmede overeenstemmen, tenzij het slechts bij
wijze van aanduiding werd verstrekt zonder dat de zaak
daaraan behoefde te beantwoorden.
5. De
koper kan zich er niet op beroepen dat de zaak niet aan de
overeenkomst beantwoordt wanneer hem dit ten tijde van het
sluiten van de overeenkomst bekend was of redelijkerwijs
bekend kon zijn. Ook kan de koper zich er niet op beroepen
dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt wanneer dit
te wijten is aan gebreken of ongeschiktheid van grondstoffen
afkomstig van de koper, tenzij de verkoper hem voor deze
gebreken of ongeschiktheid had moeten waarschuwen.
6. Bij
koop van een onroerende zaak wordt vermelding van de
oppervlakte vermoed slechts als aanduiding bedoeld te zijn,
zonder dat de zaak daaraan behoeft te beantwoorden.
Artikel 18
1. Bij
de beoordeling van de vraag of een op grond van een
consumentenkoop afgeleverde zaak aan de overeenkomst
beantwoordt, gelden mededelingen die door of ten behoeve van
een vorige verkoper van die zaak, handelend in de
uitoefening van een beroep of bedrijf, omtrent de zaak zijn
openbaar gemaakt, als mededelingen van de verkoper,
behoudens voor zover deze een bepaalde mededeling kende noch
behoorde te kennen of deze mededeling uiterlijk ten tijde
van het sluiten van de overeenkomst op een voor de koper
duidelijke wijze is herroepen, dan wel de koop niet door
deze mededeling beïnvloed kan zijn.
2. Bij
een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak bij aflevering
niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, indien de
afwijking van het overeengekomene zich binnen een termijn
van zes maanden na aflevering openbaart, tenzij de aard van
de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.
3.
Indien in geval van een consumentenkoop de verkoper
verplicht is zorg te dragen voor de installatie van de zaak
en deze installatie ondeugdelijk is uitgevoerd, wordt dit
gelijkgesteld aan een gebrek aan overeenstemming van de zaak
aan de overeenkomst. Hetzelfde geldt indien de installatie
door de koper ondeugdelijk is uitgevoerd en dit te wijten is
aan de montagevoorschriften die met de levering van de zaak
aan de koper zijn verstrekt.
Artikel 19
1. In
geval van een executoriale verkoop kan de koper zich er niet
op beroepen dat de zaak behept is met een last of een
beperking die er niet op had mogen rusten, of dat deze niet
aan de overeenkomst beantwoordt, tenzij de verkoper dat
wist.
2.
Hetzelfde geldt indien de verkoop bij wijze van parate
executie plaatsvindt, mits de koper dit wist of had moeten
weten. Bij een consumentenkoop kan de koper zich er echter
wel op beroepen dat de zaak niet aan de overeenkomst
beantwoordt.
Afdeling 3. Bijzondere gevolgen van
niet-nakoming van de verplichtingen van de verkoper
Artikel 20
Is de zaak behept met een last of een
beperking die er niet op had mogen rusten, dan kan de koper
eisen dat de last of de beperking wordt opgeheven, mits de
verkoper hieraan redelijkerwijs kan voldoen.
Artikel 21
1.
Beantwoordt het afgeleverde niet aan de overeenkomst, dan
kan de koper eisen:
a. aflevering van het ontbrekende;
b. herstel van de afgeleverde
zaak, mits de verkoper hieraan redelijkerwijs kan
voldoen;
c. vervanging van de afgeleverde
zaak, tenzij de afwijking van het overeengekomene te
gering is om dit te rechtvaardigen, dan wel de zaak na
het tijdstip dat de koper redelijkerwijze met
ongedaanmaking rekening moet houden, teniet of achteruit
is gegaan doordat hij niet als een zorgvuldig
schuldenaar voor het behoud ervan heeft gezorgd.
2. De
kosten van nakoming van de in lid 1 bedoelde verplichtingen
kunnen niet aan de koper in rekening worden gebracht.
3. De
verkoper is verplicht om, mede gelet op de aard van de zaak
en op het bijzondere gebruik van de zaak dat bij de
overeenkomst is voorzien, binnen een redelijke termijn en
zonder ernstige overlast voor de koper, zijn in lid 1
bedoelde verplichtingen na te komen.
4. Bij
een consumentenkoop komt de koper in afwijking van lid 1
slechts dan geen herstel of vervanging van de afgeleverde
zaak toe indien herstel of vervanging onmogelijk is of van
de verkoper niet gevergd kan worden.
5.
Herstel of vervanging kan bij een consumentenkoop van de
verkoper niet gevergd worden indien de kosten daarvan in
geen verhouding staan tot de kosten van uitoefening van een
ander recht of een andere vordering die de koper toekomt,
gelet op de waarde van de zaak indien zij aan de
overeenkomst zou beantwoorden, de mate van afwijking van het
overeengekomene en de vraag of de uitoefening van een ander
recht of een andere vordering geen ernstige overlast voor de
koper veroorzaakt.
6.
Indien bij een consumentenkoop de verkoper niet binnen een
redelijke tijd nadat hij daartoe door de koper schriftelijk
is aangemaand, aan zijn verplichting tot herstel van de
afgeleverde zaak heeft voldaan, is de koper bevoegd het
herstel door een derde te doen plaatsvinden en de kosten
daarvan op de verkoper te verhalen.
Artikel 22
1.
Beantwoordt het afgeleverde niet aan de overeenkomst, dan
heeft bij een consumentenkoop de koper voorts de bevoegdheid
om:
a. de overeenkomst te ontbinden,
tenzij de afwijking van het overeengekomene, gezien haar
geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen
niet rechtvaardigt;
b. de prijs te verminderen in
evenredigheid met de mate van afwijking van het
overeengekomene.
2. De in
lid 1 bedoelde bevoegdheden ontstaan pas wanneer herstel en
vervanging onmogelijk zijn of van de verkoper niet gevergd
kunnen worden, danwel de verkoper tekort is geschoten in een
verplichting als bedoeld in artikel 21 lid 3.
3.
Voorzover daarvan in deze afdeling niet is afgeweken zijn op
de in lid 1 onder b bedoelde bevoegdheid de bepalingen van
afdeling 5 van titel 5 van Boek 6 omtrent ontbinding van een
overeenkomst van overeenkomstige toepassing.
4. De
rechten en bevoegdheden genoemd in lid 1 en de artikelen 20
en 21 komen de koper toe onverminderd alle andere rechten en
vorderingen.
Artikel 23
1. De
koper kan er geen beroep meer op doen dat hetgeen is
afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien hij
de verkoper daarvan niet binnen bekwame tijd nadat hij dit
heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken,
kennis heeft gegeven. Blijkt echter aan de zaak een
eigenschap te ontbreken die deze volgens de verkoper bezat,
of heeft de afwijking betrekking op feiten die hij kende of
behoorde te kennen doch die hij niet heeft meegedeeld, dan
moet de kennisgeving binnen bekwame tijd na de ontdekking
geschieden. Bij een consumentenkoop moet de kennisgeving
binnen bekwame tijd na de ontdekking geschieden, waarbij een
kennisgeving binnen een termijn van twee maanden na de
ontdekking tijdig is.
2.
Rechtsvorderingen en verweren, gegrond op feiten die de
stelling zouden rechtvaardigen dat de afgeleverde zaak niet
aan de overeenkomst beantwoordt, verjaren door verloop van
twee jaren na de overeenkomstig het eerste lid gedane
kennisgeving. Doch de koper behoudt de bevoegdheid om aan
een vordering tot betaling van de prijs zijn recht op
vermindering daarvan of op schadevergoeding tegen te werpen.
3. De
termijn loopt niet zolang de koper zijn rechten niet kan
uitoefenen als gevolg van opzet van de verkoper.
Artikel 24
1.
Indien op grond van een consumentenkoop een zaak is
afgeleverd die niet de eigenschappen bezit die de koper op
grond van de overeenkomst mocht verwachten, heeft de koper
jegens de verkoper recht op schadevergoeding overeenkomstig
de afdelingen 9 en 10 van titel 1 van Boek 6.
2.
Bestaat de tekortkoming in een gebrek als bedoeld in
afdeling 3 van titel 3 van Boek 6, dan is de verkoper niet
aansprakelijk voor schade als in die afdeling bedoeld,
tenzij
a. hij het gebrek kende of
behoorde te kennen,
b. hij de afwezigheid van het
gebrek heeft toegezegd of
c. het betreft zaakschade terzake
waarvan krachtens afdeling 3 van titel 3 van Boek 6 geen
recht op vergoeding bestaat op grond van de in die
afdeling geregelde franchise, onverminderd zijn verweren
krachtens de afdelingen 9 en 10 van titel 1 van Boek 6.
3.
Indien de verkoper de schade van de koper vergoedt krachtens
lid 2 onder a of b, is de koper verplicht zijn
rechten uit afdeling 3 van titel 3 van Boek 6 aan de
verkoper over te dragen.
Artikel 25
1. Heeft
de koper, in geval van een tekortkoming als bedoeld in
artikel 24, een of meer van zijn rechten ter zake van die
tekortkoming tegen de verkoper uitgeoefend, dan heeft de
verkoper recht op schadevergoeding jegens degene van wie hij
de zaak heeft gekocht, mits ook deze bij die overeenkomst in
de uitoefening van zijn beroep of bedrijf heeft gehandeld.
Kosten ter zake van verweer worden slechts vergoed voor
zover zij in redelijkheid door de verkoper zijn gemaakt.
2. Van
lid 1 kan niet ten nadele van de verkoper worden afgeweken.
3. Het
recht op schadevergoeding krachtens lid 1 komt de verkoper
niet toe indien de afwijking betrekking heeft op feiten die
hij kende of behoorde te kennen, dan wel haar oorzaak vindt
in een omstandigheid die is voorgevallen nadat de zaak aan
hem werd afgeleverd.
4.
Indien aan de zaak een eigenschap ontbreekt die deze volgens
de verkoper bezat, is het recht van de verkoper op
schadevergoeding krachtens lid 1 beperkt tot het bedrag
waarop hij aanspraak had kunnen maken indien hij de
toezegging niet had gedaan.
5. Op
het verhaal krachtens eerdere koopovereenkomsten zijn de
vorige leden van overeenkomstige toepassing.
6. De
vorige leden zijn niet van toepassing voor zover het betreft
schade als bedoeld in artikel 24 lid 2.
Afdeling 4. Verplichtingen van de koper
Artikel 26
1. De
koper is verplicht de prijs te betalen.
2. De
betaling moet geschieden ten tijde en ter plaatse van de
aflevering. Bij een consumentenkoop kan de koper tot
vooruitbetaling van ten hoogste de helft van de koopprijs
worden verplicht.
3. Is
voor de eigendomsoverdracht een notariële akte vereist,
gevolgd door inschrijving daarvan in de daartoe bestemde
openbare registers, dan moet het verschuldigde ten tijde van
de ondertekening van de akte tenminste uit de macht van de
koper zijn gebracht en behoeft het pas na de inschrijving in
de macht van de verkoper te worden gebracht.
4. Bij
de koop van een tot bewoning bestemde onroerende zaak of
bestanddeel daarvan, kan de koper die een natuurlijk persoon
is en niet handelt in de uitoefening van een beroep of
bedrijf, niet worden verplicht tot vooruitbetaling van de
koopprijs, behoudens dat kan worden bedongen dat hij ter
verzekering van de nakoming van zijn verplichtingen een
bedrag dat niet hoger is dan 10% van de koopprijs, in depot
stort bij een notaris dan wel voor dit bedrag vervangende
zekerheid stelt. Van het in de eerste zin bepaalde kan niet
ten nadele van de koper worden afgeweken, behoudens bij een
standaardregeling als bedoeld in artikel 214 van Boek 6. Het
teveel betaalde geldt als onverschuldigd betaald.
5. Lid 4
is van overeenkomstige toepassing op de koop van
deelnemings- of lidmaatschapsrechten die recht geven op het
gebruik van een tot bewoning bestemde onroerende zaak of
bestanddeel daarvan.
6. De
leden 4–5 zijn niet van toepassing op een koop als bedoeld
in artikel 48a onder a.
Artikel 27
Wanneer de koper gestoord wordt of goede
grond heeft te vrezen dat hij gestoord zal worden door een
vordering tot uitwinning of tot erkenning van een recht op de
zaak dat daarop niet had mogen rusten, kan hij de betaling van
de koopprijs opschorten, tenzij de verkoper voldoende zekerheid
stelt om het nadeel te dekken dat de koper dreigt te lijden.
Artikel 28
Bij een consumentenkoop verjaart de
rechtsvordering tot betaling van de koopprijs door verloop van
twee jaren.
Artikel 29
1. Heeft
de koper de zaak ontvangen doch is hij voornemens deze te
weigeren, dan moet hij als een zorgvuldig schuldenaar voor
het behoud ervan zorgen; hij heeft op de zaak een
retentierecht totdat hij door de verkoper voor de door hem
in redelijkheid gemaakte kosten schadeloos is gesteld.
2. De
koper die voornemens is een aan hem verzonden en op de
plaats van bestemming te zijner beschikking gestelde zaak te
weigeren, moet, zo dit geen betaling van de koopprijs en
geen ernstige bezwaren of onredelijke kosten meebrengt, deze
in ontvangst nemen, tenzij de verkoper op de plaats van
bestemming aanwezig is of iemand aldaar bevoegd is zich voor
zijn rekening met de zorg voor de zaak te belasten.
Artikel 30
Wanneer in de gevallen, in artikel 29
voorzien, de zaak aan snel tenietgaan of achteruitgang
onderhevig is of wanneer de bewaring daarvan ernstige bezwaren
of onredelijke kosten zou meebrengen, is de koper verplicht de
zaak op een geschikte wijze te doen verkopen.
Afdeling 5. Bijzondere gevolgen van
verzuim van de koper
Artikel 31
Indien de overeenkomst aan de koper de
bevoegdheid geeft door aanwijzing van maat of vorm of op andere
wijze de zaak te specificeren en hij daarmede in verzuim is, kan
de verkoper daartoe zelf overgaan, met inachtneming van de hem
bekende behoeften van de koper.
Artikel 32
Ingeval de koper met de inontvangstneming
in verzuim is, vindt artikel 30 overeenkomstige toepassing.
Afdeling 6. Bijzondere gevallen van
ontbinding
Artikel 33
Indien de aflevering van een roerende zaak
op een bepaalde dag essentieel is en op die dag de koper niet in
ontvangst neemt, levert zulks een grond op tot ontbinding als
bedoeld in artikel 265 van Boek 6.
Artikel 34
De verkoper kan de koop door een
schriftelijke verklaring ontbinden, indien het achterwege
blijven van inontvangstneming hem goede grond geeft te vrezen
dat de prijs niet zal worden betaald.
Artikel 35
1.
Indien de verkoper bij een consumentenkoop krachtens een bij
die overeenkomst gemaakt beding de koopprijs na het sluiten
van de koop verhoogt, is de koper bevoegd de koop door een
schriftelijke verklaring te ontbinden, tenzij bedongen is
dat de aflevering langer dan drie maanden na de koop zal
plaatsvinden.
2. Voor
de toepassing van lid 1 wordt onder koopprijs begrepen het
bedrag dat bij het sluiten van de overeenkomst onder
voorbehoud van prijswijziging voorlopig als koopprijs is
opgegeven.
Afdeling 7. Schadevergoeding
Artikel 36
1. In
geval van ontbinding van de koop is, wanneer de zaak een
dagprijs heeft, de schadevergoeding gelijk aan het verschil
tussen de in de overeenkomst bepaalde prijs en de dagprijs
ten dage van de niet-nakoming.
2. Voor
de berekening van deze schadevergoeding is de in aanmerking
te nemen dagprijs die van de markt waar de koop plaatsvond,
of, indien er geen dergelijke dagprijs is of deze
bezwaarlijk zou kunnen worden toegepast, de prijs van de
markt die deze redelijkerwijs kan vervangen; hierbij wordt
rekening gehouden met verschillen in de kosten van vervoer
van de zaak.
Artikel 37
Heeft de koper of de verkoper een
dekkingskoop gesloten en is hij daarbij redelijk te werk gegaan,
dan komt hem het verschil toe tussen de overeengekomen prijs en
die van de dekkingskoop.
Artikel 38
De bepalingen van de twee voorgaande
artikelen sluiten het recht op een hogere schadevergoeding niet
uit ingeval meer schade is geleden.
Afdeling 8. Recht van reclame
Artikel 39
1. De
verkoper van een roerende, aan de koper afgeleverde zaak die
niet een registergoed is, kan, indien de prijs niet betaald
is en in verband daarmee aan de vereisten voor een
ontbinding als bedoeld in artikel 265 van Boek 6 is voldaan,
de zaak door een tot de koper gerichte schriftelijke
verklaring terugvorderen. Door deze verklaring wordt de koop
ontbonden en eindigt het recht van de koper of zijn
rechtsverkrijger; de artikelen 271, 273, 275 en 276 van Boek
6 zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Is
slechts de prijs van een bepaald deel van het afgeleverde
niet betaald, dan kan de verkoper slechts dat deel
terugvorderen. Is ten aanzien van het geheel een deel van de
prijs niet betaald, dan kan de verkoper een daaraan
evenredig deel van het afgeleverde terugvorderen indien het
afgeleverde voor een zodanige verdeling vatbaar is. In beide
gevallen wordt de koop slechts voor het teruggevorderde deel
van het afgeleverde ontbonden.
3. In
alle andere gevallen van gedeeltelijke betaling van de prijs
kan de verkoper slechts het afgeleverde in zijn geheel
terugvorderen tegen teruggave van het reeds betaalde.
Artikel 40
1. Is de
koper in staat van faillissement verklaard of is aan hem
surséance van betaling verleend, dan heeft de terugvordering
geen gevolg, indien door de curator, onderscheidenlijk door
de koper en de bewindvoerder, binnen een hun daartoe door de
verkoper bij diens verklaring te stellen redelijke termijn
de koopprijs wordt betaald of voor deze betaling zekerheid
wordt gesteld.
2. Het
eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien ten
aanzien van de koper de schuldsaneringsregeling natuurlijke
personen van toepassing is verklaard, tenzij de
koopovereenkomst tot stand is gekomen na de uitspraak tot de
toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Artikel 41
De bevoegdheid tot terugvordering kan
slechts worden uitgeoefend voor zover het afgeleverde zich nog
in dezelfde staat bevindt als waarin het werd afgeleverd.
Artikel 42
1.
Tenzij de zaak in handen van de koper is gebleven, vervalt
de bevoegdheid tot terugvordering wanneer de zaak
overeenkomstig artikel 90 lid 1 of artikel 91 van Boek 3
anders dan om niet is overgedragen aan een derde die
redelijkerwijs niet behoefde te verwachten dat het recht zou
worden uitgeoefend.
2. Is de
zaak na de aflevering anders dan om niet in vruchtgebruik
gegeven of verpand, dan is lid 1 van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 43
De verkoper kan zijn in artikel 39
omschreven bevoegdheid niet uitoefenen, indien de koper voor de
volle koopprijs handelspapier heeft geaccepteerd.
Bij acceptatie voor een gedeelte van de
prijs kan de verkoper die bevoegdheid slechts uitoefenen, indien
hij ten behoeve van de koper zekerheid stelt voor de vergoeding
van hetgeen de koper uit hoofde van zijn acceptatie zou moeten
betalen.
Artikel 44
De in artikel 39 omschreven bevoegdheid
van de verkoper vervalt, wanneer zowel zes weken zijn verstreken
nadat de vordering tot betaling van de koopprijs opeisbaar is
geworden, als zestig dagen, te rekenen van de dag waarop de zaak
onder de koper of onder iemand van zijnentwege is opgeslagen.
Afdeling 9. Koop op proef
Artikel 45
1. Koop
op proef wordt geacht te zijn gesloten onder de opschortende
voorwaarde dat de zaak de koper voldoet.
2. Laat
deze een termijn, voldoende om de zaak te beoordelen,
voorbijgaan zonder de verkoper van zijn beslissing in kennis
te stellen, dan kan hij de zaak niet meer weigeren.
Artikel 46
Zolang de koop niet definitief is, is de
zaak voor risico van de verkoper.
Afdeling 9A. Overeenkomsten op afstand
Artikel 46a
In deze afdeling wordt verstaan onder:
a. overeenkomst op afstand: de
overeenkomst waarbij, in het kader van een door de
verkoper of dienstverlener georganiseerd systeem voor
verkoop of dienstverlening op afstand, tot en met het
sluiten van de overeenkomst uitsluitend gebruik wordt
gemaakt van één of meer technieken voor communicatie op
afstand;
b. koop op afstand: de
overeenkomst op afstand die een consumentenkoop is;
c. overeenkomst op afstand tot het
verrichten van diensten: de tot het verrichten van
diensten strekkende overeenkomst op afstand tussen een
dienstverlener die handelt in de uitoefening van een
beroep of bedrijf en een wederpartij, natuurlijk
persoon, die niet handelt in de uitoefening van een
beroep of bedrijf;
d. financiële dienst: iedere
dienst van bancaire aard of op het gebied van
kredietverstrekking, verzekering, individuele
pensioenen, beleggingen en betalingen;
e. techniek voor communicatie op
afstand: een middel dat zonder gelijktijdige
persoonlijke aanwezigheid van partijen kan worden
gebruikt voor het sluiten van de overeenkomst op
afstand;
f. communicatietechniekexploitant:
een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn
bedrijf maakt van het ter beschikking stellen van één of
meer technieken voor communicatie op afstand aan
verkopers of dienstverleners;
g. richtlijn: richtlijn nr.
97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van de
Europese Unie van 20 mei 1997 betreffende de bescherming
van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten
(PbEG L 144);
h. richtlijn nr. 2002/65/EG:
richtlijn nr. 2002/65/EG van het Europees Parlement en
de Raad van de Europese Unie van 23 september 2002
betreffende de verkoop op afstand van financiële
diensten aan consumenten (PbEG L 271).
Artikel 46b
1.
Artikel 5 lid 3 is niet van toepassing op koop op afstand.
2. Deze
afdeling is niet van toepassing op de koop op afstand:
a. die wordt gesloten met
gebruikmaking van distributieautomaten of
geautomatiseerde handelsruimten;
b. op een veiling.
3. De
artikelen 46c-46e en 46f lid 1 zijn niet van toepassing op
de koop op afstand van hoofdzakelijk levensmiddelen die
worden afgeleverd aan de koper op diens woon- of
verblijfplaats of werkplek door frequent en op gezette
tijden langskomende bezorgers.
Artikel 46c
1.
Tijdig voordat de koop op afstand wordt gesloten, moeten aan
de wederpartij met alle aan de gebruikte techniek voor
communicatie op afstand aangepaste middelen en op duidelijke
en begrijpelijke wijze, de volgende gegevens worden
verstrekt, waarvan het commerciële oogmerk ondubbelzinnig
moet blijken:
a. de identiteit en, indien de
koop op afstand verplicht tot vooruitbetaling van de
prijs of een gedeelte daarvan, het adres van de
verkoper;
b. de belangrijkste kenmerken van
de zaak;
c. de prijs, met inbegrip van alle
belastingen, van de zaak;
d. voor zover van toepassing: de
kosten van aflevering;
e. de wijze van betaling,
aflevering of uitvoering van de koop op afstand;
f. het al dan niet van toepassing
zijn van de mogelijkheid van ontbinding overeenkomstig
de artikelen 46d lid 1 en 46e;
g. indien de kosten van het
gebruik van de techniek voor communicatie op afstand
worden berekend op een andere grondslag dan het
basistarief: de hoogte van het geldende tarief;
h. de termijn voor de aanvaarding
van het aanbod, dan wel de termijn voor het gestand doen
van de prijs;
i. voor zover van toepassing, in
geval van een koop op afstand die strekt tot
voortdurende of periodieke aflevering van zaken: de
minimale duur van de overeenkomst.
2.
Tijdig bij de nakoming van de koop op afstand en, voor zover
het niet aan derden af te leveren zaken betreft, uiterlijk
bij de aflevering, moeten aan de koper op duidelijke en
begrijpelijke wijze schriftelijk of, voor zover het de in de
onderdelen a en c-e bedoelde gegevens betreft, op een andere
te zijner beschikking staande en voor hem toegankelijke
duurzame gegevensdrager, de volgende gegevens worden
verstrekt, behoudens voor zover zulks reeds is geschied
voordat de koop op afstand werd gesloten:
a. de gegevens, bedoeld in de
onderdelen a-f van lid 1;
b. de vereisten voor de
gebruikmaking van het recht tot ontbinding
overeenkomstig de artikelen 46d lid 1 en 46e lid 2;
c. het bezoekadres van de
vestiging van de verkoper waar de koper een klacht kan
indienen;
d. voor zover van toepassing:
gegevens omtrent de garantie en omtrent in het kader van
de koop op afstand aangeboden diensten;
e. indien de koop op afstand een
duur heeft van meer dan een jaar dan wel een onbepaalde
duur: de vereisten voor opzegging van de overeenkomst.
Artikel 46d
1.
Gedurende zeven werkdagen na de ontvangst van de zaak heeft
de koper het recht de koop op afstand zonder opgave van
redenen te ontbinden. Indien niet is voldaan aan alle in
artikel 46c lid 2 gestelde eisen, bedraagt deze termijn drie
maanden. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing
vanaf de voldoening binnen de in de tweede zin bedoelde
termijn aan alle in artikel 46c lid 2 gestelde eisen.
2. In
geval van ontbinding overeenkomstig lid 1 kan de verkoper,
behoudens ten hoogste de rechtstreekse kosten van het
terugzenden van de zaak, aan de koper geen vergoeding in
rekening brengen.
3. In
geval van ontbinding overeenkomstig lid 1 heeft de koper
recht op kosteloze teruggave van het door hem aan de
verkoper betaalde. De teruggave moet zo spoedig mogelijk en
in ieder geval binnen dertig dagen na de ontbinding
plaatsvinden.
4. De
leden 1–3 zijn niet van toepassing op de koop op afstand:
a. van zaken waarvan de prijs
gebonden is aan de schommelingen op de financiële markt,
waarop de verkoper geen invloed heeft;
b. van zaken die:
1°. zijn tot stand gebracht
overeenkomstig specificaties van de koper;
2°. duidelijk persoonlijk van
aard zijn;
3°. door hun aard niet kunnen
worden teruggezonden;
4°. snel kunnen bederven of
verouderen;
c. van audio- en video-opnamen en
computerprogrammatuur, indien de koper hun verzegeling
heeft verbroken;
d. van kranten en tijdschriften.
Artikel 46e
1.
Ontbinding van de koop op afstand overeenkomstig artikel 46d
lid 1 brengt van rechtswege en zonder dat de koper een boete
is verschuldigd de ontbinding mee van een overeenkomst die
ertoe strekt dat de verkoper aan de koper ten behoeve van de
voldoening van de prijs een geldsom leent.
2. In
geval van ontbinding van de koop op afstand overeenkomstig
artikel 46d lid 1 heeft de koper tevens het recht een
ingevolge een overeenkomst tussen de verkoper en een derde
aangegane overeenkomst die ertoe strekt dat de derde aan de
koper ten behoeve van de voldoening van de prijs een geldsom
leent, zonder boete te ontbinden.
Artikel 46f
1. Het
verzuim van de verkoper treedt zonder ingebrekestelling in,
wanneer de koop op afstand niet uiterlijk binnen dertig
dagen, te rekenen van de dag waarop de koper zijn bestelling
bij de verkoper heeft gedaan, is nagekomen, behalve voor
zover de vertraging de verkoper niet kan worden toegerekend
of nakoming reeds blijvend onmogelijk is.
2.
Indien nakoming onmogelijk is doordat de gekochte zaak niet
beschikbaar is, moet de koper daarvan zo spoedig mogelijk
worden kennis gegeven en heeft hij recht op kosteloze
teruggave van het door hem aan de verkoper betaalde. De
teruggave moet zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen
dertig dagen na de kennisgeving plaatsvinden.
3.
Indien in het in lid 2 bedoelde geval de verkoper krachtens
een voor dan wel bij het sluiten van de koop op afstand
gemaakt beding de bevoegdheid heeft, een zaak van gelijke
kwaliteit en prijs te geven, komen de kosten van het
terugzenden van de zaak in geval van ontbinding van de koop
op afstand overeenkomstig artikel 46d lid 1 ten laste van de
verkoper. De koper moet daarvan op duidelijke en
begrijpelijke wijze worden kennis gegeven.
Artikel 46g
De natuurlijke persoon die niet handelt in
de uitoefening van een beroep of bedrijf, van wie een
betaalkaart frauduleus is gebruikt in het kader van koop op
afstand, kan niet worden verplicht tot betaling van de hem als
gevolg van dat frauduleuze gebruik in rekening gebrachte
bedragen, behoudens voor zover dat gebruik een gevolg is van een
omstandigheid die aan hem kan worden toegerekend. Het terzake
reeds betaalde geldt als onverschuldigd betaald.
Artikel 46h
1. Aan
een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening
van een beroep of bedrijf moeten bij het gebruik van de
telefoon voor het doen van ongevraagde oproepen ter
bevordering van de totstandkoming van een koop op afstand,
aan het begin van elk gesprek duidelijk de identiteit van de
verkoper, alsmede het commerciële oogmerk van de oproep
worden medegedeeld.
2. Het
gebruik van automatische oproepsystemen zonder menselijke
tussenkomst, faxen en elektronische berichten voor het
overbrengen van ongevraagde communicatie, ter bevordering
van de totstandkoming van een koop op afstand, aan een
natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van
een beroep of bedrijf, is uitsluitend toegestaan, indien de
desbetreffende persoon daarvoor voorafgaand toestemming
heeft verleend onverminderd hetgeen is bepaald in lid 3.
3. Een
ieder die elektronische contactgegevens voor elektronische
berichten heeft verkregen in het kader van de verkoop van
een zaak mag deze gegevens gebruiken voor het overbrengen
van communicatie ter bevordering van de totstandkoming van
een koop op afstand met betrekking tot eigen gelijksoortige
zaken, mits bij de verkrijging van de contactgegevens aan de
klant duidelijk en uitdrukkelijk de gelegenheid is geboden
om kosteloos en op gemakkelijke wijze verzet aan te tekenen
tegen het gebruik van die elektronische contactgegevens, en,
indien de klant hiervan geen gebruik heeft gemaakt, hem bij
elke overgebrachte communicatie de mogelijkheid wordt
geboden om onder dezelfde voorwaarden verzet aan te tekenen
tegen het verder gebruik van zijn elektronische
contactgegevens. Artikel 41, tweede lid, van de Wet
bescherming persoonsgegevens is van overeenkomstige
toepassing.
4. Bij
het gebruik van elektronische berichten ter bevordering van
de totstandkoming van een koop op afstand dienen te allen
tijde de volgende gegevens te worden vermeld:
a. de werkelijke identiteit van
degene namens wie de communicatie wordt overgebracht, en
b. een geldig postadres of nummer
waaraan de ontvanger een verzoek tot beëindiging van
dergelijke communicatie kan richten.
5. Het
gebruik van andere dan de in lid 2 genoemde technieken voor
communicatie op afstand voor het overbrengen van ongevraagde
communicatie of het doen van ongevraagde mededelingen, ter
bevordering van de totstandkoming van een koop op afstand,
aan een natuurlijk persoon die niet handelt in de
uitoefening van een beroep of bedrijf, is toegestaan, tenzij
de desbetreffende persoon te kennen heeft gegeven dat hij
communicatie of mededelingen waarbij van deze technieken
gebruik wordt gemaakt, niet wenst te ontvangen.
6.
Degene die ongevraagd communicatie overbrengt of
mededelingen doet ter bevordering van de totstandkoming van
een koop op afstand, neemt passende maatregelen om ten
minste eenmaal per jaar de personen, bedoeld in lid 5,
bekend te maken met de mogelijkheden tot het doen van een
kennisgeving als bedoeld in lid 5. De bekendmaking kan via
een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een
andere geschikte wijze plaatsvinden.
7. Aan
de maatregelen, bedoeld in de leden 2 en 5, zijn voor de in
die leden bedoelde personen geen kosten verbonden.
Artikel 46i
1. De
artikelen 46b lid 2, 46c, 46d leden 1–3 en 4, onderdeel a,
46e en 46f leden 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing
op de overeenkomst op afstand tot het verrichten van
diensten die niet een financiële dienst zijn. De artikelen
46g–46h zijn van overeenkomstige toepassing op
overeenkomsten op afstand tot het verrichten van diensten.
2. In
afwijking van lid 1 zijn de in dat lid genoemde artikelen
niet van toepassing op de overeenkomst op afstand:
a. tot het verrichten van
diensten, die wordt gesloten met een
telecommunicatie-exploitant door gebruikmaking van een
openbare telefoon;
b. tot aanneming van werk die
strekt tot de bouw van een onroerende zaak.
3. In
afwijking van lid 1 zijn de artikelen 46c-46e en 46f lid 1
niet van toepassing op de overeenkomst op afstand tot het
verrichten van diensten die logies, vervoer, het
restaurantbedrijf of vrijetijdsbesteding betreft, indien de
dienstverlener zich er bij het sluiten van de overeenkomst
toe verplicht, deze diensten te verrichten op een bepaalde
datum of tijdens een bepaalde periode.
4. In
afwijking van lid 1 is artikel 46c lid 2 niet van toepassing
op de overeenkomst op afstand tot het verrichten van
diensten die in één keer worden verricht met behulp van een
techniek voor communicatie op afstand en die in rekening
worden gebracht door de communicatietechniekexploitant.
Desalniettemin moet aan de wederpartij steeds het
bezoekadres van de vestiging van de dienstverlener waar de
wederpartij een klacht kan indienen, worden medegedeeld.
5. In
afwijking van lid 1 is artikel 46d niet van toepassing op de
overeenkomst op afstand tot het verrichten van diensten:
a. waarvan de nakoming met
instemming van de wederpartij is begonnen voordat de in
artikel 46d lid 1, eerste en derde volzin, bedoelde
termijn is verstreken;
b. betreffende weddenschappen en
loterijen.
6. In
geval van een overeenkomst op afstand tot het verrichten van
diensten lopen de in artikel 46d lid 1, eerste en tweede
volzin, bedoelde termijnen vanaf het sluiten van de
overeenkomst.
7. Een
beding in een overeenkomst op afstand tot het verrichten van
financiële diensten dat de wederpartij belast met het bewijs
ter zake van de naleving van de verplichtingen die krachtens
richtlijn nr. 2002/65/EG op de dienstverlener rusten, is
vernietigbaar.
Artikel 46j
1. Van
deze afdeling kan niet ten nadele van de koper dan wel de
wederpartij worden afgeweken.
2. Lid 1
is niet van toepassing op artikel 46f lid 1.
3. De
toepasselijkheid op de overeenkomst van een recht dat de
door de richtlijn nr. 97/7/EG respectievelijk richtlijn nr.
2002/65/EG voorziene bescherming niet of slechts ten dele
biedt, kan er niet toe leiden dat de koper dan wel de
wederpartij de bescherming verliest die hem krachtens de
richtlijn nr. 97/7/EG respectievelijk richtlijn nr.
2002/65/EG wordt geboden door de dwingende bepalingen van
het recht van de lid-staat van de Europese Unie of de andere
staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de
Europese Economische Ruimte, waar hij zijn gewone
verblijfplaats heeft.
Afdeling 10. Koop van vermogensrechten
Artikel 47
Een koop kan ook op een vermogensrecht
betrekking hebben. In dat geval zijn de bepalingen van de vorige
afdelingen van toepassing voor zover dit in overeenstemming is
met de aard van het recht.
Artikel 48
1. Hij
die een nalatenschap verkoopt zonder de goederen daarvan
stuk voor stuk op te geven, is slechts gehouden voor zijn
hoedanigheid van erfgenaam in te staan.
2. Heeft
de verkoper reeds vruchten genoten, een tot de nalatenschap
behorende vordering geïnd of goederen uit de nalatenschap
vervreemd, dan moet hij die aan de koper vergoeden.
3. De
koper moet aan de verkoper vergoeden hetgeen deze wegens de
schulden en lasten der nalatenschap heeft betaald en hem
voldoen hetgeen hij als schuldeiser van de nalatenschap te
vorderen had.
Afdeling 10A. Koop van rechten van gebruik
in deeltijd van onroerende zaken
Artikel 48a
In deze afdeling en de daarop berustende
bepalingen wordt verstaan onder:
a. koop: iedere overeenkomst en
ieder samenstel van overeenkomsten met een duur van ten
minste drie jaren en met de strekking dat de ene partij
– de verkoper – tegen betaling van een totaalprijs aan
de andere partij – de koper – een zakelijk of
persoonlijk recht geeft of zich verbindt te geven tot
het gebruik voor ten minste een week per jaar van een of
meer tot bewoning bestemde onroerende zaken of
bestanddelen daarvan;
b. verkoper: een verkoper als
bedoeld onder a, die bij de koop handelt in de
uitoefening van een beroep of bedrijf;
c. koper: een koper als bedoeld
onder a, die een natuurlijk persoon is en bij de
koop niet handelt in de uitoefening van een beroep of
bedrijf;
d. richtlijn: richtlijn nr.
94/47/EG van het Europees Parlement en van de Raad van
de Europese Unie van 26 oktober 1994 betreffende de
bescherming van de verkrijger voor wat bepaalde aspecten
betreft van overeenkomsten inzake de verkrijging van een
recht van deeltijds gebruik van onroerende goederen (PbEG
L 280).
Artikel 48b
1. De
koop wordt schriftelijk aangegaan. De koopakte moet ten
minste de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde
gegevens bevatten.
2. De in
lid 1 bedoelde, tussen partijen opgemaakte, akte of een
afschrift daarvan moet aan de koper worden ter hand gesteld,
desverlangd tegen afgifte aan de verkoper van een gedateerd
ontvangstbewijs.
3. De in
lid 1 bedoelde akte moet zijn gesteld in de bij algemene
maatregel van bestuur bepaalde taal of talen.
Artikel 48c
1.
Gedurende tien dagen na de terhandstelling van de akte of
een afschrift daarvan overeenkomstig artikel 48b lid
2 heeft de koper het recht de koop zonder opgave van redenen
te ontbinden. Indien de akte niet alle bij algemene
maatregel van bestuur bepaalde gegevens vermeldt, wordt deze
termijn verlengd met de tijd die is verstreken vanaf de
terhandstelling van de akte of een afschrift daarvan totdat
alle ontbrekende gegevens alsnog schriftelijk aan de koper
zijn verstrekt, doch ten hoogste met drie maanden.
2. De
koper oefent zijn in lid 1 bedoelde recht de overeenkomst te
ontbinden uit door binnen de gestelde termijn een daartoe
strekkende verklaring te richten tot de verkoper of tot
degene die daartoe overeenkomstig het in de algemene
maatregel van bestuur bepaalde in de akte is vermeld. De
verklaring wordt gedaan op een wijze die voor bewijs vatbaar
is naar het volgens Nederlands internationaal privaatrecht
toepasselijke recht. De gestelde termijn is in acht genomen,
indien een schriftelijke verklaring binnen die termijn is
verzonden.
3. In
geval van ontbinding overeenkomstig de leden 1–2 is de koper
aan de verkoper geen enkele vergoeding verschuldigd.
Artikel 48d
De koper kan binnen de in artikel 48c
lid 1 bedoelde termijn niet worden verplicht tot vooruitbetaling
van de prijs of een gedeelte daarvan. Binnen deze termijn gedane
vooruitbetalingen gelden als onverschuldigd betaald.
Artikel 48e
1.
Ontbinding van de koop overeenkomstig artikel 48c
leden 1–2 brengt van rechtswege en zonder dat de koper een
boete is verschuldigd de ontbinding mee van een overeenkomst
die ertoe strekt dat de verkoper aan de koper ten behoeve
van de voldoening van de prijs een geldsom leent.
2. In
geval van ontbinding van de koop overeenkomstig artikel 48c
leden 1–2 heeft de koper tevens het recht een ingevolge een
overeenkomst tussen de verkoper en een derde aangegane
overeenkomst die ertoe strekt dat de derde aan de koper ten
behoeve van de voldoening van de prijs een geldsom leent,
zonder boete te ontbinden. Op de ontbinding overeenkomstig
de voorgaande zin is artikel 48c lid 2 van
overeenkomstige toepassing.
3. Op de
ontbinding overeenkomstig de leden 1–2 is artikel 48c
lid 3 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 48f
1. De
verkoper moet aan een ieder die verzoekt om inlichtingen
over de onroerende zaak of zaken waarop het in artikel 48a
onder a bedoelde, door hem te koop aangeboden recht
betrekking heeft, de volgende bescheiden ter hand stellen:
a. een ontwerp van de in artikel
48b lid 1 bedoelde akte;
b. een schriftelijke mededeling
betreffende de wijze waarop nadere inlichtingen kunnen
worden verkregen.
2. In
reclame voor de onroerende zaak of zaken waarop het in
artikel 48a onder a bedoelde, door de verkoper
te koop aangeboden recht betrekking heeft, moet worden
medegedeeld dat de in het vorige lid bedoelde bescheiden
verkrijgbaar zijn, alsmede waar zij verkrijgbaar zijn.
3. Tot
het aanbrengen van wijzigingen in het overeenkomstig lid 1
onder a ter hand gestelde ontwerp is de verkoper slechts
bevoegd met wederzijds goedvinden, dan wel indien deze
wijzigingen voortvloeien uit omstandigheden buiten zijn wil.
4. De
verkoper moet wijzigingen als bedoeld in lid 3 mededelen
voordat de koop wordt gesloten. Bovendien moeten zij
uitdrukkelijk in de in artikel 48b lid 1 bedoelde
akte worden vermeld.
5. De in
lid 1 onder b bedoelde mededeling moet zijn gesteld
in de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde taal.
Artikel 48g
1. Van
het bij of krachtens deze afdeling bepaalde kan niet ten
nadele van de koper worden afgeweken.
2. Aan
de koper kan, indien de in de koop bedoelde onroerende zaak
is gelegen op het grondgebied van een lid-staat van de
Europese Unie of van een andere staat die partij is bij de
Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, de
hem krachtens de richtlijn door het recht van die staat
toegekende bescherming niet worden onthouden, ongeacht het
recht dat de koop beheerst.
Afdeling 12. Ruil
Artikel 49
Ruil is de overeenkomst waarbij partijen
zich verbinden elkaar over en weer een zaak in de plaats van een
andere te geven.
Artikel 50
De bepalingen betreffende koop vinden
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat elke partij
wordt beschouwd als verkoper voor de prestatie die zij
verschuldigd is, en als koper voor die welke haar toekomt.
Titel 2.
Financiëlezekerheidsovereenkomsten
Artikel 51
In deze titel wordt verstaan onder:
a.
financiëlezekerheidsovereenkomst: een
financiëlezekerheidsovereenkomst tot overdracht of een
financiëlezekerheidsovereenkomst tot vestiging van een
pandrecht;
b.
financiëlezekerheidsovereenkomst tot overdracht: een
overeenkomst op grond waarvan de onder d of e bedoelde
goederen worden overgedragen als waarborg voor een
verplichting;
c.
financiëlezekerheidsovereenkomst tot vestiging van een
pandrecht: een overeenkomst op grond waarvan een
pandrecht wordt verschaft op de onder d of e bedoelde
goederen;
d. geld: op een rekening of
deposito gecrediteerd tegoed in geld;
e. effecten: aandelen en andere
met aandelen gelijk te stellen effecten, obligaties en
andere schuldinstrumenten indien deze op de
kapitaalmarkt verhandelbaar zijn, en alle andere
gewoonlijk verhandelde effecten waarmee die aandelen,
obligaties of andere effecten via inschrijving, koop of
omruiling kunnen worden verkregen of die aanleiding
kunnen geven tot afwikkeling in geld met uitsluiting van
waardepapieren die een betalingsopdracht belichamen,
inclusief rechten van deelneming in instellingen voor
collectieve belegging, geldmarktinstrumenten en
vorderingen op of rechten ten aanzien van een van de
voornoemde instrumenten;
f. gelijkwaardige goederen:
1. wanneer het betreft geld:
hetzelfde bedrag in dezelfde valuta;
2. wanneer het betreft
effecten: effecten van dezelfde uitgevende
instelling of debiteur, behorende tot dezelfde
emissie of categorie, ter waarde van hetzelfde
nominale bedrag, luidende in dezelfde valuta en van
dezelfde soort, onderscheidenlijk andere goederen
indien de financiëlezekerheidsoverkomst voorziet in
de overdracht daarvan na het plaatsvinden van een
gebeurtenis die betrekking heeft op of gevolgen
heeft voor de effecten waarop de schuldenaar een
pandrecht heeft gevestigd;
g. executiegrond: verzuim of een
andere omstandigheid op grond waarvan de zekerheidsnemer
krachtens een financiëlezekerheidsovereenkomst of de wet
gerechtigd is verpande goederen te verkopen of zich toe
te eigenen dan wel gebruik te maken van een
verrekenbeding;
h. verrekenbeding: een beding in
een financiëlezekerheidsovereenkomst of een overeenkomst
waarvan een financiëlezekerheidsovereenkomst deel
uitmaakt, of een wettelijk voorschrift, op grond waarvan
bij het voldoen aan de voorwaarden van een
executiegrond:
– de verplichtingen van
partijen onmiddellijk opeisbaar worden, alsmede
omgezet in een verplichting tot het betalen van een
bedrag dat hun geschatte actuele waarde
vertegenwoordigt, dan wel de verplichtingen
vervallen en worden vervangen door een verplichting
tot het betalen van het voornoemde bedrag, of
– de verplichtingen van
partijen worden verrekend en alleen het saldo
verschuldigd is.
Artikel 52
1. Deze
titel is van toepassing op
financiëlezekerheidsovereenkomsten waarbij ten minste een
van de partijen is:
a. een overheidsinstantie, met
inbegrip van:
– instellingen behorend tot de
overheidssector van de lidstaten van de Europese
Unie die belast zijn met of een rol spelen bij het
beheer van de overheidsschuld en;
– instellingen behorend tot de
overheidssector van de lidstaten van de Europese
Unie die zijn gemachtigd om voor klanten rekeningen
aan te houden.
b. een centrale bank, de Europese
Centrale Bank, de Bank voor Internationale Betalingen,
een multilaterale ontwikkelingsbank, het Internationaal
Monetair Fonds en de Europese Investeringsbank.
c. een financiële onderneming
onder financieel toezicht, met inbegrip van een bank,
beheerder, beleggingsinstelling, beleggingsonderneming,
financiële instelling, levensverzekeraar of
schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet
op het financieel toezicht.
d. een centrale tegenpartij, een
afwikkelende instantie of een verrekeningsinstituut als
bedoeld in artikel 212a, onderdeel c, d en e, van de
Faillissementswet, inclusief onder het nationale recht
van de lidstaten van de Europese Unie vallende
gereglementeerde instellingen die actief zijn op de
markten voor rechten op overdracht op termijn van
goederen, opties en derivaten, en een andere dan een
natuurlijke persoon die optreedt als trustee of in een
vertegenwoordigende hoedanigheid namens een of meer
personen waaronder enigerlei obligatiehouders of houders
van andere schuldinstrumenten of enige instelling als
omschreven in onderdeel a, b, c of dit onderdeel.
2. Deze
titel is niet van toepassing indien een van de partijen bij
een financiëlezekerheidsovereenkomst een natuurlijke persoon
is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of
bedrijf.
Artikel 53
1. Bij
een financiëlezekerheidsovereenkomst tot vestiging van een
pandrecht kan worden bedongen dat de zekerheidsnemer de
verpande goederen kan gebruiken of verkopen en de opbrengst
behouden.
2.
Uitoefening van het recht tot gebruik of verkoop brengt van
rechtswege een verplichting van de zekerheidsnemer mee tot
overdracht van gelijkwaardige goederen aan de
zekerheidsgever, uiterlijk op het tijdstip waarop moet
worden voldaan aan de vordering waarvoor het verpande tot
zekerheid strekt.
3. In
afwijking van lid 2 kan in de
financiëlezekerheidsovereenkomst worden bepaald dat de
zekerheidsnemer de vordering waarvoor het verpande tot
zekerheid strekt verrekent met de waarde van gelijkwaardige
goederen, op het tijdstip waarop de vordering moet worden
voldaan of zoveel eerder als zich een executiegrond
voordoet.
4. Het
pandrecht strekt zich van rechtswege uit over de goederen
die als gevolg van dit artikel in de plaats worden gesteld
van de verbonden goederen.
Artikel 54
1.
Tenzij anders is bedongen in een
financiëlezekerheidsovereenkomst tot de vestiging van een
pandrecht, is de zekerheidsnemer, wanneer aan de voorwaarden
van een executiegrond wordt voldaan, bevoegd:
a. effecten waarop het pandrecht
rust te verkopen en het hem verschuldigde op de
opbrengst te verhalen onderscheidenlijk deze effecten
zich toe te eigenen en de waarde van de effecten te
verrekenen met het hem verschuldigde;
b. geld waarop het pandrecht rust
te verrekenen met het hem verschuldigde.
2. De
verkoop van effecten geschiedt op een markt door tussenkomst
van een tussenpersoon in het vak of ter beurze door die van
een bevoegde tussenpersoon overeenkomstig de regels en
gebruiken die aldaar voor een gewone verkoop gelden.
3. De
zekerheidsnemer kan zich effecten toe-eigenen indien dit in
de financiëlezekerheidsovereenkomst tot de vestiging van een
pandrecht is bedongen en de waardering van de effecten is
gebaseerd op de waarde op een markt of ter beurze.
4. In
afwijking van lid 2 en lid 3 kan in een
financiëlezekerheidsovereenkomst worden bedongen dat de
voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek van de
zekerheidsnemer of de zekerheidsgever kan bepalen dat
effecten worden verkocht op een afwijkende wijze, of dat de
voorzieningenrechter op verzoek van de zekerheidsnemer kan
bepalen dat effecten voor een door de voorzieningenrechter
vast te stellen bedrag bij wege van toe-eigening aan de
zekerheidsnemer zullen verblijven.
5. De
artikelen 235, 248 leden 1 en 2, 249, 250, 251 en 252 van
Boek 3 zijn niet van toepassing.
Artikel 55
Een overdracht ter nakoming van een
financiëlezekerheidsovereenkomst tot overdracht is geen
overdracht tot zekerheid of een overdracht die de strekking mist
het goed na de overdracht in het vermogen van de verkrijger te
doen vallen in de zin van artikel 84 lid 3 van Boek 3. De regels
betreffende pandrecht zijn op een zodanige overeenkomst en de
uitvoering daarvan niet van toepassing of overeenkomstige
toepassing.
Artikel 56
1.
Indien een financiëlezekerheidsovereenkomst betrekking heeft
op giraal overdraagbare effecten, wordt het
goederenrechtelijke regime met betrekking tot die effecten
beheerst door het recht van de staat op welks grondgebied de
rekening waarin de effecten worden geadministreerd, wordt
gehouden. De verwijzing naar dat recht omvat niet mede een
verwijzing naar het internationaal privaatrecht van die
staat.
2. Het
in lid 1 bedoelde recht bepaalt:
a. welke rechten op de effecten
kunnen rusten en welke de aard en de inhoud van deze
rechten zijn;
b. welke vereisten aan de
overdracht of de vestiging van de onder a bedoelde
rechten worden gesteld;
c. wie gerechtigd is tot de
uitoefening van de in de effecten besloten rechten;
d. op welke wijze de onder a
bedoelde rechten zich wijzigen, overgaan en tenietgaan
en welke hun onderlinge verhouding is;
e. de executie.
Titel 3. Schenking
Artikel 175
1.
Schenking is de overeenkomst om niet, die ertoe strekt dat
de ene partij, de schenker, ten koste van eigen vermogen de
andere partij, de begiftigde, verrijkt.
2. Het
tot een bepaalde persoon gericht schenkingsaanbod geldt als
aangenomen, wanneer deze na er van kennis te hebben genomen
het niet onverwijld heeft afgewezen.
Artikel 176
lndien de schenker feiten stelt waaruit
volgt dat de schenking door misbruik van omstandigheden is tot
stand gekomen, rust bij een beroep op vernietigbaarheid de
bewijslast van het tegendeel op de begiftigde, tenzij van de
schenking een notariële akte is opgemaakt of deze verdeling van
de bewijslast in de gegeven omstandigheden in strijd met de
eisen van redelijkheid en billijkheid zou zijn.
Artikel 177
1. Voor
zover een schenking de strekking heeft dat zij pas na het
overlijden van de schenker zal worden uitgevoerd, en zij
niet reeds tijdens het leven van de schenker is uitgevoerd,
vervalt zij met het overlijden van de schenker, tenzij de
schenking door de schenker persoonlijk is aangegaan en van
de schenking een notariële akte is opgemaakt. Voor zover de
schenking betrekking heeft op kleren, lijfstoebehoren,
bepaalde lijfsieraden, bepaalde tot de inboedel behorende
zaken en bepaalde boeken, kan worden volstaan met een door
de schenker geheel met de hand geschreven, gedagtekende en
ondertekende onderhandse akte.
2.
Indien een bevoegdheid is bedongen tot herroeping van een
schenkingsovereenkomst als bedoeld in lid 1, kan deze
herroeping behalve bij een tot de begiftigde gerichte
verklaring ook bij een uiterste wilsbeschikking van de
schenker zonder mededeling aan de begiftigde geschieden.
Artikel 178
1. Een
schenking is vernietigbaar, indien zij gedurende een ziekte
van de schenker wordt gedaan hetzij aan een
beroepsbeoefenaar op het gebied van de individuele
gezondheidszorg die hem bijstand verleent, hetzij aan een
geestelijk verzorger die hem gedurende de ziekte bijstaat.
2. Ook
is een schenking vernietigbaar indien zij gedurende een
verblijf van de schenker in een voor de verzorging of
verpleging van bejaarden of geestelijk gestoorden bestemde
instelling wordt gedaan aan degene die de instelling
exploiteert of die daarvan de leiding heeft of daarin
werkzaam is.
3.
Artikel 62 leden 2 en 3 van Boek 4 is van overeenkomstige
toepassing.
4. De
bevoegdheid tot vernietiging op grond van de leden 1 en 2
verjaart drie jaar nadat de in lid 1 bedoelde ziekte,
onderscheidenlijk het in lid 2 bedoelde verblijf, is
geëindigd.
5. Na
het overlijden van de schenker kan de vernietiging van de
schenking op grond van lid 1 of lid 2 mede plaatsvinden door
een ieder die door de schenking nadeel lijdt. De
vernietiging vindt slechts plaats voor zover deze nodig is
tot opheffing van het nadeel van degene die zich op de
vernietigingsgrond beroept. Een rechtsvordering tot
vernietiging ingevolge de eerste zin verjaart op een met
overeenkomstige toepassing van artikel 54 van Boek 4 te
bepalen tijdstip, en in ieder geval drie jaar nadat de in
lid 1 bedoelde ziekte, onderscheidenlijk het in lid 2
bedoelde verblijf, is geëindigd.
Artikel 179
1. Een
aanbod tot schenking dat de aanbieder ten tijde van zijn
overlijden nog kon herroepen, komt, in afwijking van artikel
222 van Boek 6, door zijn dood te vervallen, tenzij uit een
overeenkomst of uit het aanbod zelf het tegendeel
voortvloeit.
2. Is
het aanbod bij wijze van uitloving voor een bepaalde tijd
gedaan, dan komt het door het overlijden van de aanbieder
binnen die tijd te vervallen, indien ten tijde van het
overlijden een gewichtige reden tot herroeping als bedoeld
in artikel 220 lid 1 van Boek 6 bestond of het overlijden
zelf een zodanige reden oplevert; alsdan is artikel 220 lid
2 van Boek 6 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 180
Op schenkingen onder een ontbindende
voorwaarde en een daarbij aansluitende schenking onder
opschortende voorwaarde zijn de artikelen 140 lid 1 en 141 van
Boek 4 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 181
1. Een
aanbod tot schenking dat door de dood van de aanbieder niet
vervalt, kan niet worden aanvaard door iemand die op het
tijdstip van overlijden van de aanbieder nog niet bestond.
2. Lid 1
is niet van toepassing:
a. indien de schenker heeft
bepaald dat hetgeen hij schenkt aan een afstammeling van
zijn vader of moeder, bij het overlijden van die
afstammeling of op een eerder tijdstip zal ten deel
vallen aan diens alsdan bestaande afstammelingen
staaksgewijze;
b. indien de schenker heeft
bepaald dat hetgeen hij aan iemand schenkt, bij het
overlijden van de begiftigde of op een eerder tijdstip
zal ten deel vallen aan een afstammeling van een ouder
van de schenker, en tevens dat, indien die afstammeling
dat tijdstip niet overleeft, diens alsdan bestaande
afstammelingen staaksgewijze in diens plaats zullen
treden;
c. indien de schenker heeft
bepaald dat hetgeen de begiftigde van het hem
geschonkene bij zijn overlijden of op een eerder
tijdstip onverteerd zal hebben gelaten, alsdan zal ten
deel vallen aan een dan bestaande bloedverwant van de
schenker in de erfelijke graad.
Artikel 182
1. Bij
een aanbod tot schenking dat schriftelijk wordt gedaan, kan
worden bepaald dat het geschonkene onder bewind zal staan.
2. Het
bewind heeft dezelfde rechtsgevolgen als een bij uiterste
wilsbeschikking ingesteld bewind, met dien verstande dat
a. de termijnen bedoeld in de
artikelen 178 leden 1 en 2, 179 lid 2 en 180 lid 2 van
Boek 4, aanvangen op het tijdstip waarop de schenking
wordt uitgevoerd, en
b. het bewind, voor zover het niet
in het belang van een ander dan de begiftigde is
ingesteld, ook eindigt wanneer de schenker en de
begiftigde een gemeenschappelijk besluit tot opheffing
schriftelijk ter kennis van de bewindvoerder brengen.
Artikel 183
1. Een
schenker is voor gebreken in het recht of voor feitelijke
gebreken alleen aansprakelijk, wanneer hij deze niet heeft
opgegeven ofschoon zij hem bekend waren, en de begiftigde
deze gebreken niet ter gelegenheid van de aflevering van het
geschonken goed had kunnen ontdekken.
2. Deze
aansprakelijkheid strekt zich, behoudens in het geval van
bedrog, niet uit tot schade geleden ten aanzien van het
geschonken goed zelf.
Artikel 184
1. In de
navolgende gevallen is een schenking, ongeacht of zij reeds
is uitgevoerd, vernietigbaar:
a. indien de begiftigde in verzuim
is met de voldoening van een hem bij de schenking
opgelegde verplichting, waarvan noch de schenker noch
een derde nakoming kan vorderen;
b. indien de begiftigde
opzettelijk een misdrijf jegens de schenker of diens
naaste betrekkingen pleegt;
c. indien een begiftigde die
wettelijk of krachtens overeenkomst verplicht is tot
onderhoud van de schenker bij te dragen, in verzuim is
deze verplichting na te komen.
2. In
lid 1, onder b, wordt mede verstaan onder misdrijf: poging
tot, voorbereiding van en deelneming aan een misdrijf.
Artikel 185
1.
Rechtsvorderingen tot vernietiging van de schenking op grond
van artikel 184 verjaren door verloop van een jaar, te
rekenen van de dag waarop het feit dat grond tot
vernietiging oplevert, ter kennis van de schenker is
gekomen.
2. Na
het overlijden van de schenker kan vernietiging van de
schenking op grond van het in het vorige artikel bepaalde
slechts plaatsvinden door een rechterlijke uitspraak en, in
de gevallen genoemd in artikel 184 lid 1, onder b en c,
alleen indien het feit dat grond tot vernietiging oplevert,
de dood van de schenker heeft veroorzaakt.
Artikel 186
1. De
bepalingen van deze titel zijn van overeenkomstige
toepassing op andere giften dan schenkingen, voor zover de
strekking van de betrokken bepalingen in verband met de aard
van de handeling zich daartegen niet verzet.
2. Als
gift wordt aangemerkt iedere handeling die er toe strekt dat
degeen die de handeling verricht, een ander ten koste van
eigen vermogen verrijkt. Zolang degene tot wiens verrijking
de handeling strekt, de prestatie niet heeft ontvangen, noch
daarop aanspraak kan maken, worden handelingen als bedoeld
in de eerste volzin niet beschouwd als gift.
Artikel 187
1. Is de
begiftigde in verband met de gift gehouden een
tegenprestatie te verrichten, dan is artikel 186 lid 1,
behoudens voor zover het artikel 182 betreft, van
toepassing, en gelden voorts de volgende twee leden.
2. In
het geval, bedoeld in artikel 177 lid 1, vervalt de gift
niet, doch is zij vernietigbaar. De vernietiging werkt terug
tot het overlijden van degene die de gift doet. De
bevoegdheid tot vernietiging vervalt indien de begiftigde
tijdig een aanvullende prestatie toezegt, die de handeling
haar in artikel 186 lid 2 bedoelde strekking ontneemt.
Bovendien kan de rechter op verlangen van een erfgenaam of
van de begiftigde, in plaats van de vernietiging uit te
spreken, te dien einde de gevolgen van de handeling
wijzigen.
3. ls de
gift vernietigbaar op grond van artikel 178, dan is artikel
54 van Boek 3 van overeenkomstige toepassing.
4. Op
handelingen die ten dele als gift, ten dele als nakoming van
een natuurlijke verbintenis zijn te beschouwen, zijn de
vorige leden van overeenkomstige toepassing.
Artikel 188
1. De
aanwijzing van een begunstigde bij een sommenverzekering
wordt, wanneer zij is aanvaard of kan worden aanvaard,
aangemerkt als een gift, tenzij zij geschiedt ter nakoming
van een verbintenis anders dan een uit schenking. De
artikelen 177, 179, 181, 182 en187 zijn op deze giften niet
van toepassing.
2. Als
waarde van een gift door begunstiging bij een
sommenverzekering geldt de waarde van de daaruit
voortvloeiende rechten op uitkering. Indien de begunstiging
slechts ten dele als gift wordt aangemerkt, geldt als waarde
van de gift een evenredig deel van de waarde van de daaruit
voortvloeiende rechten op uitkering.
3. Het
bedrag dat de verzekeraar krachtens de wet of een
overeenkomst met de verzekeringnemer op de uitkering
inhoudt, komt in de eerste plaats op de waarde van de gift
in mindering.
Titel 4. Huur
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 201
1. Huur
is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder,
zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of
een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken en de huurder
zich verbindt tot een tegenprestatie.
2. Huur
kan ook op vermogensrechten betrekking hebben. In dat geval
zijn de bepalingen van deze afdeling en de afdelingen 2–4
van toepassing, voor zover de strekking van die bepalingen
of de aard van het recht zich daartegen niet verzet.
3. De
pachtovereenkomst wordt niet als huur aangemerkt.
Artikel 202
Indien de huurder recht heeft op de
vruchten van de zaak, geldt dit recht als een genotsrecht als
bedoeld in artikel 17 van Boek 5. De huurder verkrijgt dit recht
van de dag van ingang van de huur af met dien verstande dat
burgerlijke vruchten van dag tot dag berekend worden.
Afdeling 2. Verplichtingen van de
verhuurder
Artikel 203
De verhuurder is verplicht de zaak ter
beschikking van de huurder te stellen en te laten voor zover dat
voor het overeengekomen gebruik noodzakelijk is.
Artikel 204
1. De
verhuurder heeft met betrekking tot gebreken van de zaak de
in deze afdeling omschreven verplichtingen.
2. Een
gebrek is een staat of eigenschap van de zaak of een andere
niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor
de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat
een huurder bij het aangaan van de overeenkomst mag
verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort als
waarop de overeenkomst betrekking heeft.
3. Een
feitelijke stoornis door derden zonder bewering van recht
als bedoeld in artikel 211 en een bewering van recht zonder
feitelijke stoornis zijn geen gebreken in de zin van lid 2.
Artikel 205
De uit deze afdeling voortvloeiende
rechten van de huurder komen aan deze toe, onverminderd alle
andere rechten en vorderingen.
Artikel 206
1. De
verhuurder is verplicht op verlangen van de huurder gebreken
te verhelpen, tenzij dit onmogelijk is of uitgaven vereist
die in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet van de
verhuurder zijn te vergen.
2. Deze
verplichting geldt niet ten aanzien van de kleine
herstellingen tot het verrichten waarvan de huurder
krachtens artikel 217 verplicht is, en ten aanzien van
gebreken voor het ontstaan waarvan de huurder jegens de
verhuurder aansprakelijk is.
3. Is de
verhuurder met het verhelpen in verzuim, dan kan de huurder
dit verhelpen zelf verrichten en de daarvoor gemaakte
kosten, voor zover deze redelijk waren, op de verhuurder
verhalen, desgewenst door deze in mindering van de huurprijs
te brengen. Hiervan kan niet ten nadele van de huurder
worden afgeweken.
Artikel 207
1. De
huurder kan in geval van vermindering van huurgenot ten
gevolge van een gebrek een daaraan evenredige vermindering
van de huurprijs vorderen van de dag waarop hij van het
gebrek behoorlijk heeft kennis gegeven aan de verhuurder of
waarop het gebrek reeds in voldoende mate bekend was om tot
maatregelen over te gaan, tot die waarop het gebrek is
verholpen.
2. De
huurder heeft geen aanspraak op huurvermindering terzake van
gebreken die hij krachtens artikel 217 verplicht is te
verhelpen, of voor het ontstaan waarvan hij jegens de
verhuurder aansprakelijk is.
Artikel 208
Onverminderd de gevolgen van niet-nakoming
van de verplichting van artikel 206 is de verhuurder tot
vergoeding van de door een gebrek veroorzaakte schade verplicht,
indien het gebrek na het aangaan van de overeenkomst is ontstaan
en aan hem is toe te rekenen, alsmede indien het gebrek bij het
aangaan van de overeenkomst aanwezig was en de verhuurder het
toen kende of had behoren te kennen, of toen aan de huurder
heeft te kennen gegeven dat de zaak het gebrek niet had.
Artikel 209
Van de artikelen 206, leden 1 en 2, 207 en
208 kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken voor
zover het gaat om gebreken die de verhuurder bij het aangaan van
de overeenkomst kende of had behoren te kennen.
Artikel 210
1.
Indien een gebrek dat de verhuurder ingevolge artikel 206
niet verplicht is te verhelpen, het genot dat de huurder
mocht verwachten, geheel onmogelijk maakt, is zowel de
huurder als de verhuurder bevoegd de huur op de voet van
artikel 267 van Boek 6 te ontbinden.
2. Een
verplichting van een der partijen tot schadevergoeding ter
zake van een gebrek omvat mede de door het eindigen van de
huur ingevolge lid 1 veroorzaakte schade.
Artikel 211
1.
Wanneer tegen de huurder door een derde een vordering wordt
ingesteld tot uitwinning of tot verlening van een recht
waarmee de zaak waarop de huurovereenkomst betrekking heeft,
ingevolge die overeenkomst niet belast had mogen zijn, is de
verhuurder na kennisgeving daarvan door de huurder gehouden
in het geding te komen ten einde de belangen van de huurder
te verdedigen.
2. De
verhuurder moet aan de huurder alle door deze vordering
ontstane kosten vergoeden, doch, als de kennisgeving niet
onverwijld is geschied, alleen de na de kennisgeving
ontstane kosten.
3.
Wanneer tegen de onderhuurder een vordering betreffende het
ondergehuurde wordt ingesteld door de hoofdverhuurder, zijn
de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing op de
onderverhuurder. Voor de toepassing van artikel 2.9.5 van
het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt deze
vordering gelijkgesteld aan een vordering tot uitwinning.
Afdeling 3. De verplichtingen van de
huurder
Artikel 212
De huurder is verplicht de tegenprestatie
op de overeengekomen wijze en tijdstippen te voldoen.
Artikel 213
De huurder is verplicht zich ten aanzien
van het gebruik van de gehuurde zaak als een goed huurder te
gedragen.
Artikel 214
De huurder is slechts bevoegd tot het
gebruik van de zaak dat is overeengekomen, en, zo daaromtrent
niets is overeengekomen, tot het gebruik waartoe de zaak naar
zijn aard bestemd is.
Artikel 215
1. De
huurder is niet bevoegd de inrichting of gedaante van het
gehuurde geheel of gedeeltelijk te veranderen dan na
schriftelijke toestemming van de verhuurder, tenzij het gaat
om veranderingen en toevoegingen die bij het einde van de
huur zonder noemenswaardige kosten kunnen worden ongedaan
gemaakt en verwijderd.
2.
Indien het de huur van woonruimte betreft, verleent de
verhuurder binnen acht weken de toestemming in ieder geval,
indien de voorgenomen veranderingen de verhuurbaarheid van
het gehuurde niet schaden, dan wel niet leiden tot een
waardedaling van het gehuurde.
3.
Indien de verhuurder de toestemming niet verleent, kan de
huurder vorderen dat de rechter hem zal machtigen tot het
aanbrengen van de veranderingen. Indien de verhuurder niet
tevens de eigenaar, vruchtgebruiker of erfpachter van de
zaak is, draagt de verhuurder ervoor zorg dat ook de
eigenaar, vruchtgebruiker of erfpachter tijdig in het geding
wordt geroepen. Indien op de zaak een hypotheek rust,
bestaat deze verplichting tevens ten aanzien van de
hypotheekhouder.
4. De
rechter wijst de vordering in ieder geval toe, indien de
verhuurder op grond van lid 2 toestemming had behoren te
geven. In andere gevallen wijst hij de vordering slechts
toe, indien de veranderingen noodzakelijk zijn voor een
doelmatig gebruik van het gehuurde door de huurder of het
woongenot verhogen en geen zwaarwichtige bezwaren aan de
zijde van de verhuurder zich tegen het aanbrengen daarvan
verzetten.
5. De
rechter kan aan de machtiging voorwaarden verbinden of
daarbij een last opleggen; hij kan op vordering van de
verhuurder de huurprijs verhogen, indien de veranderingen
daartoe aanleiding geven.
6. Van
de voorgaande leden kan niet ten nadele van de huurder
worden afgeweken, tenzij het de buitenzijde van gehuurde
woonruimte betreft.
Artikel 216
1. De
huurder is tot de ontruiming bevoegd door hem aangebrachte
veranderingen en toevoegingen ongedaan te maken, mits
daarbij het gehuurde in de toestand wordt gebracht, die bij
het einde van de huur redelijkerwijs in overeenstemming met
de oorspronkelijke kan worden geacht.
2. De
huurder is niet verplicht tot het ongedaan maken van
geoorloofde veranderingen en toevoegingen, onverminderd de
bevoegdheid van de rechter om hem op de voet van artikel 215
lid 5 de verplichting op te leggen hiervoor vóór de
ontruiming van het gehuurde zorg te dragen.
3. De
huurder kan ter zake van geoorloofde veranderingen en
toevoegingen die na het einde van de huurovereenkomst niet
ongedaan worden gemaakt, vergoeding vorderen voor zover
artikel 212 van Boek 6 dat toestaat.
Artikel 217
De huurder is verplicht te zijnen koste de
kleine herstellingen te verrichten, tenzij deze nodig zijn
geworden door het tekortschieten van de verhuurder in de
nakoming van zijn verplichting tot het verhelpen van gebreken.
Artikel 218
1. De
huurder is aansprakelijk voor schade aan de verhuurde zaak
die is ontstaan door een hem toe te rekenen tekortschieten
in de nakoming van een verplichting uit de huurovereenkomst.
2. Alle
schade wordt vermoed daardoor te zijn ontstaan, behoudens
brandschade en, in geval van huur van een gebouwde
onroerende zaak of een gedeelte daarvan, schade aan de
buitenzijde van het gehuurde.
3.
Onverminderd artikel 224 lid 2 wordt de huurder vermoed het
gehuurde in onbeschadigde toestand te hebben ontvangen.
Artikel 219
De huurder is jegens de verhuurder op
gelijke wijze als voor eigen gedragingen aansprakelijk voor de
gedragingen van hen die met zijn goedvinden het gehuurde
gebruiken of zich met zijn goedvinden daarop bevinden.
Artikel 220
1.
Indien gedurende de huurtijd dringende werkzaamheden aan het
gehuurde moeten worden uitgevoerd of de verhuurder krachtens
artikel 56 van Boek 5 iets moet toestaan ten behoeve van een
naburig erf, moet de huurder daartoe gelegenheid geven,
onverminderd zijn aanspraken op vermindering van de
huurprijs, op ontbinding van de huurovereenkomst en op
schadevergoeding.
2. Lid 1
is van overeenkomstige toepassing wanneer de verhuurder met
voortzetting van de huurovereenkomst wil overgaan tot
renovatie van de gebouwde onroerende zaak waarop die
overeenkomst betrekking heeft, en daartoe aan de huurder
een, gelet op het belang van de verhuurder en de belangen
van de huurder en eventuele onderhuurders, redelijk voorstel
doet. Een dergelijk voorstel wordt schriftelijk gedaan.
Onder renovatie wordt zowel sloop met vervangende nieuwbouw
als gedeeltelijke vernieuwing door verandering of toevoeging
verstaan.
3.
Indien de renovatie tien of meer woningen of bedrijfsruimten
die een bouwkundige eenheid vormen, betreft wordt het in lid
2 bedoelde voorstel vermoed redelijk te zijn, wanneer 70% of
meer van de huurders daarmee heeft ingestemd. De huurder die
niet met het voorstel heeft ingestemd, kan binnen acht weken
na de schriftelijke kennisgeving van de verhuurder aan hem
dat 70% of meer van de huurders met het voorstel heeft
ingestemd een beslissing van de rechter vorderen omtrent de
redelijkheid van het voorstel.
4. De
voorgaande leden doen niet af aan de bevoegdheid van de
verhuurder om de huurovereenkomst op te zeggen op de grond
dat hij de zaak dringend nodig heeft voor renovatie, voor
zover zulks kan worden gebracht onder de wettelijke
opzeggingsgronden die gelden voor een gebouwde onroerende
zaak als waarop de huurovereenkomst betrekking heeft.
Artikel 221
De huurder is bevoegd het gehuurde geheel
of gedeeltelijk aan een ander in gebruik te geven, tenzij hij
moest aannemen dat de verhuurder tegen het in gebruik geven aan
die ander redelijke bezwaren zal hebben.
Artikel 222
Indien de huurder gebreken aan de zaak
ontdekt of derden hem in zijn genot storen of enig recht op de
zaak beweren, moet hij daarvan onverwijld aan de verhuurder
kennis geven, bij gebreke waarvan hij verplicht is aan de
verhuurder de door de nalatigheid ontstane schade te vergoeden.
Artikel 223
De huurder van een onroerende zaak of een
gedeelte daarvan is, indien de verhuurder tot verhuur na afloop
van lopende huur of tot verkoop wenst over te gaan, verplicht te
dulden dat aan de zaak de gebruikelijke kennisgevingen van het
te huur of te koop zijn worden aangebracht, en aan
belangstellenden gelegenheid te geven tot bezichtiging.
Artikel 224
1. De
huurder is verplicht het gehuurde bij het einde van de huur
weer ter beschikking van de verhuurder te stellen.
2.
Indien tussen de huurder en verhuurder een beschrijving van
het verhuurde is opgemaakt, is de huurder gehouden de zaak
in dezelfde staat op te leveren waarin deze volgens de
beschrijving is aanvaard, met uitzondering van geoorloofde
veranderingen en toevoegingen en hetgeen door ouderdom is
teniet gegaan of beschadigd. Indien geen beschrijving is
opgemaakt, wordt de huurder, behoudens tegenbewijs,
verondersteld het gehuurde in de staat te hebben ontvangen
zoals deze is bij het einde van de huurovereenkomst.
Artikel 225
Houdt de huurder na het einde van de huur
het gehuurde onrechtmatig onder zich, dan kan de verhuurder over
de tijd dat hij het gehuurde mist, een vergoeding vorderen
gelijk aan de huurprijs, onverminderd, indien zijn schade meer
dan deze vergoeding bedraagt, zijn recht op dit meerdere.
Afdeling 4. De overgang van de huur bij
overdracht van de verhuurde zaken en het eindigen van de huur
Artikel 226
1.
Overdracht van de zaak waarop de huurovereenkomst betrekking
heeft en vestiging of overdracht van een zelfstandig recht
van vruchtgebruik, erfpacht of opstal op de zaak waarop de
huurovereenkomst betrekking heeft, door de verhuurder doen
de rechten en verplichtingen van de verhuurder uit de
huurovereenkomst, die daarna opeisbaar worden, overgaan op
de verkrijger.
2.
Overdracht door een schuldeiser van de verhuurd |