Ingezonden stuk 1 april 2008

IN 1996 kreeg ik mijn verklaring van rechtswegen toegelaten. Dit was op basis van het feit dat ik hier in het verleden negentien jaar onafgebroken heb gewoond. Mij werd toen verteld dat als ik het eiland zou verlaten, ik ervoor moest zorgen iedere drie jaar terug te komen zodat dit ‘recht’ automatisch verlengd zou worden.

Ik vertrok in 2000 naar Nederland en bezocht tot vorig jaar gemiddeld driemaal per jaar het eiland, voor kortere of langere tijd, deels business, deels om familie te bezoeken. Bij de douane ging ik steevast bij ‘residents’ naar binnen en liet mijn van rechtswege toegelaten verklaring zien. No problema. Totdat ik mij eind vorig jaar hier weer wilde vestigen.

Mijn verklaring bleek verlopen. Mijn recht bestond niet meer. Ik hoorde ineens in hetzelfde hokje als al die andere immigranten, velen voor het eerst op zoek naar werk en vestiging op het eiland, met geen familie hier, geen genoten Curaçaose schoolopleiding, kortom geen historie. Achteraan aansluiten, ik was nummer 99 bij de immigratiedienst. U begrijpt mijn verbazing. Want hoe kon een verworven recht in het verleden verlopen? Nu zit ik in de bureaucratische molen van vele documenten vergaren, vergezeld van een echtheidsstempel, sommige met een geldingsduur van hooguit drie maanden, terwijl ik toch echt ooit geboren ben, en dat verloopt toch ook niet? Mijn verklaring van goed gedrag uit Nederland is inmiddels zo lang onderweg dat mijn geboorteakte weer opnieuw aangevraagd kan worden. Ik ben jaloers op mijn broer en zus die hier geboren zijn, mijn vader die hier al 45 jaar woont, en ik? Ik zit tijdelijk in niemandsland, als enige van het gezin, ik bezit namelijk voorlopig geen ®echtsheidsstempel.

DOMINIQUE ADRIAENS