Belangrijkste wijzigingen
in het beleid ingaande
1 juli 2006
Welke vreemdelingen worden toegelaten?
Het
nieuwe beleid is erop gericht kennismigranten, investeerders en
ondernemers toe te laten die van toegevoegde waarde zijn voor de
economische en maatschappelijke ontwikkeling van de Nederlandse
Antillen. On- en laaggeschoold personeel dienen in principe op
de lokale arbeidsmarkt te worden geworven. In specifieke
gevallen, bij grote projecten, als de lokale arbeidsmarkt de
tijdelijke vraag naar een specifieke categorie arbeidskrachten
niet aan kan, zullen laaggeschoolde vreemdelingen worden
toegelaten. Toelating zal dan slechts plaatsvinden voor de duur
van het project.
De
Nederlandse Antillen wenst zich te profileren als het
kenniscentrum van hoogwaardig niveau van het Caribische gebied.
Studenten van vreemde nationaliteit die een voltijdse
dagopleiding op hbo of WO niveau op een van de eilanden volgen
verkrijgen daarom, indien aan alle vereisten van toelating is
voldaan, een tijdelijke verblijfsvergunning met als doel het
volgen van een studie. De aanvragen van deze categorie zullen
prioriteit krijgen bij de behandeling.
Gezinshereniging of gezinsvorming
Het
burgerlijk wetboek van de Nederlandse Antillen erkent alleen het
huwelijk als juridisch instituut. Er bestaat geen andere, in de
wet erkende, samenlevingsvorm. De overheid heeft echter de
laatste tijd gedoogd dat vreemdelingen aan een
samenlevingsovereenkomst, anders dan het wettelijk huwelijk, een
verblijfstitel ontleenden.
Er
is een enorme toename geconstateerd van aanvragen
verblijfsvergunning op grond van een samenlevingsovereenkomst.
Veel van deze samenlevingsovereenkomsten zijn echter ‘schijn’
overeenkomsten, die alleen zijn aangegaan met als doel de
vreemdeling een verblijfsrecht te verschaffen.
Aan
deze samenlevingsovereenkomst zijn, anders dan in Nederland,
nauwelijks wettelijke consequenties verbonden. Ook bestaat er
geen register van samenlevingsovereenkomsten zodat niet
vastgesteld kan worden dat de betrokkenen ongehuwd zijn, dan wel
niet reeds een ander samenlevingsovereenkomst zijn aangegaan.
Gevolg hiervan is dat toezicht op vreemdelingen die aan de
samenleving een verblijfstitel hebben ontleend niet of
nauwelijks mogelijk is hetgeen ‘schijn’ samenleving bevordert.
In geval van een huwelijk bestaat er een wettelijke verplichting
tot samenwonen en zijn de gegevens te achterhalen bij de
burgerlijke stand.
De
wens is op korte termijn tot een wettelijke invulling te komen
van deze samenlevingsvorm. Als voorlopige voorziening zal daarom
alleen een verblijfstitel worden verleend op basis van een
wettelijk erkend huwelijk of een in het land van herkomst
daarmee wettelijk gelijkgestelde samenlevingsvorm.
Indien bij eerste toelating de intentie bestaat gezinshereniging
te verzoeken dient dit direct bij aanvraag door verzoeker te
worden aangegeven. De verzoeker krijgt uiterlijk een jaar de
tijd een verzoek voor gezinshereniging in te dienen. Verzoeken
voor gezinsvorming worden eveneens toegestaan tot uiterlijk een
jaar na het sluiten van het huwelijk.
Voldoende geldelijke middelen/normbedragen
De
wetgeving vereist dat voor toelating van een vreemdeling in het
kader van gezinshereniging of gezinsvorming moet worden
aangetoond dat de verzoeker duurzaam over voldoende geldelijke
middelen beschikt om in zijn levensonderhoud en dat van zijn
gezinsleden te voorzien.
De
ratio van dit vereiste is dat daardoor de overheid de zekerheid
heeft dat betrokkene niet, althans niet op korte termijn, ten
laste zal komen van de openbare kas.
Momenteel worden de volgende normbedragen vereist:
·
Naf.
1500,= bruto per maand gesteld voor een vreemdeling en
(voor)kinderen die toelating verzoekt bij een persoon met de
Nederlandse nationaliteit.
·
Naf.
3000,= bruto per maand voor een vreemdeling die toelating
verzoekt voor zijn gezinsleden van vreemde nationaliteit.
Bij
de inwerkingtreding van de herziene instructie zal bij toelating
van (voor) kinderen, per kind per leeftijdscategorie een
normbedrag worden vereist.
·
per
kind van 0 tot en met 5 jaar Naf. 250,=
·
per
kind van 6 tot en met 11 jaar Naf. 350,=
·
per
kind van 11 jaar en ouder Naf. 500,=
Deze
normbedragen zijn gebaseerd op berekeningen van kosten van
kinderen door het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting
(NIBUD) in samenwerking met het Centraal Bureau voor de
Statistiek (CBS) en aangepast aan de lokale situatie op de
Nederlandse Antillen.
Verblijfsrecht van de vreemdeling
Uitgangspunt is dat een vreemdeling, bij zijn eerste verzoek tot
toelating, de beslissing op dat verzoek in het buitenland dient
af te wachten.
Voor
de verwerving van een doorlopend verblijfsrecht moet de aanvraag
voor verlenging (voortgezet verblijf) zijn ingediend vóór het
verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfstitel
waarover de vreemdeling beschikt. Naar gelang de duur van de
rechtmatige toelating van de vreemdeling bouwt de vreemdeling
een sterker verblijfsrecht op.
Niet
tijdig indienen van de aanvraag tot verlenging levert een
verblijfsgat op waardoor het opgebouwde verblijfsrecht van de
vreemdeling komt te vervallen. Handhaving van deze bepaling
wordt in de herziene instructie aangescherpt.
Controle, toezicht en sanctionering
De
controle en toezicht op:
·
illegale vreemdelingen, en
·
werkgevers die illegalen in dienst hebben, en
·
naleving van de vergunningsvoorwaarden
zal
worden geïntensiveerd en gesanctioneerd.
Op
garantstellers die garant staan voor de (il)legale vreemdeling
zullen alle kosten worden verhaald die de overheid met
betrekking tot die vreemdeling maakt.
Ziektekostenverzekering
Vreemdelingen dienen bij de afgifte van de (tijdelijke)
verblijfsvergunning een ziektekostenverzekering te overleggen
met een geldigheidsduur van tenminste 1 jaar welke gedurende dat
jaar niet invorderbaar is. Slechts door de overheid
geaccrediteerde ziektekostenverzekeringen, worden geaccepteerd.
De voorwaarden waaraan de ziektekostenverzekering moet voldoen
staan
hier.